Dreiländergiro 2018

Door: Jasper Tomas

Langs de grens van Italië en Zwitserland ligt de op één na hoogste bergpas van het alpengebied; de Passo dello Stelvio. Tussen Stilfs in Zuid-Tirol en Bormio in Sondrio slingert de SS38, oftewel de “Strada dello Stelvio”, ook wel de “Stilfserjochstraße”, de boomgrens in en uit tot 2757 meter boven zeeniveau. Al met al een prachtige verzameling rotsen, bos en vergezichten, die op de short-list staat bij menig bergliefhebber. Of het nu autofanaten, motorrijders of wielrenners zijn, de aantrekkingskracht van deze slingerweg naar boven is enorm.

Hoewel ik met de motor graag een aantal keer naar boven en naar beneden zou willen sturen, zal ik het bij dit bezoek houden bij de ongemotoriseerde variant. Met een groep vrienden heb ik het plan gevat om mee te doen aan de Drieländergiro; een fietstocht van 168 km door Oostenrijk, Italië en Zwitserland, waarbij de Stelviopas bedwongen zal worden en in totaal 3300 hoogtemeters moeten worden afgelegd.

Gespierde kuiten

De Dreiländergiro start in het Oostenrijkse Nauders am Reschenpass. Je ziet gelijk dat de omgeving rond Nauders bij veel bergsporters in trek is. Bij aankomst, enkele dagen voor de start van de giro, valt het grote aantal mountainbikers, racefietsers, motorrijders en wandelaars direct op. In de rij bij de supermarkt zie ik veel bovengemiddeld gebruinde en vooral, gespierde kuiten. Ik voel mij een beetje ‘Herr Spillebeen aus Holland’ en de zenuwen slaan alweer toe.

ik reken nogmaals uit dat ik de Amerongse berg zondag 52 keer naar boven moet fietsen…

Mijn voornaamste bergtraining is de Amerongse berg geweest en ik reken nogmaals uit dat ik de Amerongse berg zondag 52 keer naar boven moet fietsen… Bovendien heb ik nog nooit verder dan, pak ‘m beet, 130 kilometer gefietst. Als klap op de vuurpijl heb ik ook nog het plan gevat om, bij wijze van ‘training’, de dag voor de tocht te gaan snowboarden in het skigebied bovenaan de Stelviopas. Dit gebied is uniek omdat het alleen open is in de zomer (als de pas open is). De kans om midden in de zomer daar een dagje te boarden, kan ik natuurlijk niet aan mij voorbij laten gaan. Lees meer over die ervaring op Snowrepublic.nl: www.snowrepublic.nl/zomers-wintersporten-op-de-stelvio/

De route: 168 kilometer en 3300 hoogtemeters

De Dreiländergiro is een meerdaags evenement. Op zaterdag zijn er wedstrijden op een parcours in Nauders en op zondag vindt de tocht zelf plaats; eerst starten de wedstrijdrijders en daarna de toerrijders. Enkele duizenden wielrenners verschijnen aan de start, waarbij er de keuze is om een route van 118,5 km of 168 km te rijden.

Beide routes starten richting de grens met Italië om in ongeveer 37 km af te dalen naar de voet van de Stelviopas in Prato dello Stelvio (Prat am Stilfersjoch). Daar start het zwaarste stuk klimmen van de route. Vanaf een hoogte van ongeveer 900 meter wordt er met een gemiddeld stijgingspercentage van 7,4 % aan één stuk doorgeklommen tot een hoogte van 2757 meter. Na de afdaling richting Santa Maria (1375 m) in Zwitserland splitsen de twee routes zich: de korte route keert via het dal terug naar Italië om vervolgens via dezelfde route als de heenweg over de Reschenpass weer in Nauders te arriveren.

De lange route daalt minder ver af en gaat westwaarts door het Zwitsers Nationaal Park. Daarbij begint gelijk na het afdalen van de Stelvio de klim over Hofenpass (2149 m). Daarna wordt er via Zernes geleidelijk afgedaald naar Martina op de grens met Oostenrijk. Daar begint de laatste klim van 440 hoogtemeters naar de vallei waar Nauders zich bevindt.

Stelvio
De start van de Dreiländergiro 2018. Bron: © sportograf

Een goed ontbijt

De wekker gaat om 05:00. Waar ben ik? O ja, het is zover. We gaan een stukje fietsen. Ik heb eigenlijk uitstekend geslapen, wat voor mij uitzonderlijk is als mij een dergelijke spannende dag te wachten staat. Ik was ook wel echt moe van het snowboarden op de Stelvio, dus misschien was dat maar goed ook.

Ik zit om 05:30 pasta ai quattro formaggi te eten

Nu maar hopen dat de benen er ook zo over denken. We hebben, als echte profs, een ontbijt van pasta gepland. Ik zit om 05:30 pasta ai quattro formaggi te eten. Ik hoor het Maarten Ducrot al zeggen: “Dit is het nieuwe wielrennen”.

De start

De hele week zegt de weersvoorspelling dat het precies vandaag gaat regenen. Gelukkig is het (nog) droog als ik mijn fiets pak. Toch start ik met arm- en beenstukken en daaroverheen een regenjasje, want ik heb het koud zo vroeg in de ochtend. We rijden Nauders in waar duizenden wielrenners zich al hebben verzameld. Het aantal toeschouwers is ook niet mis! Het startschot klinkt en niet lang daarna begint het te rollen. We verlaten Nauders en tot mijn verbazing staan er de hele weg richting Prato dello Stelvio toeschouwers langs de kant. Het is half zeven in de ochtend.

Na het passeren van de grens met Italië hebben we uitzicht op twee prachtige stuwmeren

Na het passeren van de grens met Italië hebben we uitzicht op twee prachtige stuwmeren; Lago di Rèsia (Reschensee) en Lago della Muta (Haidersee). Bij de eerste krijg je het bizarre beeld van een uit het wateroppervlak stekende kerktoren voorgeschoteld. De kerktoren is het enige wat verklapt dat we eigenlijk het dorpje Alt-Graun passeren, dat bij de aanleg van het stuwmeer onder water is komen te staan. Dit tafereel doet mij direct denken aan het door Wim T. Schippers ontworpen ‘Torentje van Drienerlo’ op de campus van de Universiteit Twente; een kerktorentje in een vijver. Was hij misschien geïnspireerd door de kerktoren van Alt-Graun?

Aan de voet van de Passo dello Stelvio

Vlak voor Prato allo Stelvio (Prad am Stilfersjoch) doe ik mijn beenstukken af en trek ik mijn regenjasje uit. Het wordt zo vast warm, want de klim gaat beginnen. Door de verkenning met de auto van de dag ervoor, weet ik ongeveer wat mij te wachten staat, maar hoe het in de benen voelt zal ik nu gaan merken.

Stelvio
Tijdens de gehele klim van de Stelviopas heb je uitzicht op besneeuwde bergtoppen. Bron: Jasper Tomas

De klim begint rustig. Ik hou mij ondertussen ook rustig door mijn hartslag niet boven de 150 slagen per minuut te laten stijgen. We moeten per slot van rekening nog 130 km. De beste manier om dit te doen is om te zorgen dat je kan blijven praten. Ik zie een deelnemer die een behoorlijk rugtas meesjouwt en ik vraag of hij van plan is te gaan kamperen op de top. Heel serieus antwoordt hij hijgend in Duits-Engels dat hij vorig jaar slecht weer meemaakte op de top. Mijn god.. Dat is dus een tas vol warme kleren.. Vandaag is de weersvoorspelling ook behoorlijk slecht en ik heb alleen regenjasje mee. Ik wens hem met een glimlach succes, maar ondertussen slaat de stress toe. Ik kijk naar mijn hartslagmeter. $#%$*! 160 bpm. Houd dan ook je waffel Jasper…

Tijdens de klim ben je omringd door besneeuwde toppen. Fenomenaal.

De beroemde 48 bochten

Vlak voordat de beroemde 48 bochten naar boven beginnen is er een proviandstop. Overal liggen bananenschillen en bekertjes op de weg. Ik stop in de drukte van naar elkaar roepende renners en weet een bekertje zoete drank en een banaan te bemachtigen. Gauw weg hier.

Omdat kleine verschillen in conditie tussen renners gauw merkbaar worden tijdens een klim, ben ik mijn vrienden inmiddels al kwijt. (Althans, ik ga er vanuit dat dat de reden is). Ik geloof dat één van ons zich voor mij bevindt. We zijn al negen kilometer aan het klimmen, maar nu gaat het pas echt beginnen. Pak ‘m beet de eerste 20 bochten zijn nog in het bos. Tijdens de klim ben je omringd door besneeuwde toppen. Fenomenaal. Daarna stijgen we boven de boomgrens uit en vanaf 24 bochten voor de top, kun je de top ook daadwerkelijk zien. Een rotsachtig maanlandschap met grote vlakken met sneeuw komt er nog aan.

Na 20 kilometer klimmen is het gewoon doorploegen, dieselen, stoempen, hoe je het noemen wilt. De temperatuur is laag, maar prima zolang je de inspanning van klimmen levert. Ik realiseer mij dat het nog steeds droog is. Het zonnetje laat zich zelfs af en toe even zien. Met een beetje geluk kan ik met droog weer afdalen!

Met een stijgingspercentage van gemiddeld 7,4% over 24 kilometer is de Passo dello Stelvio een van de zwaarste beklimmingen in Europa. Bron: © sportograf

Eenmaal boven

Ik arriveer op de top en daar waait het flink. Eén foto als ‘bewijs’ dat ik er ben en een whatsapp-bericht naar de rest van de groep: ik ga afdalen. Regenjas en handschoenen aantrekken, achterlicht aanzetten en wegwezen voor ik bevries. De eerste paar honderd meter zijn koud, maar ik voel het nauwelijks omdat ik mij moet concentreren op het stuurwerk. Met mijn handen in de beugels zijn snelheden tot 70 km/u niet ongewoon in een dergelijke afdaling. Eenmaal uit de wind van de top voelt het allemaal een stuk aangenamer.

Dit is genieten; alle energie die het heeft gekost om boven te komen, krijg ik nu terug

Dit is genieten; alle energie die het heeft gekost om boven te komen, krijg ik nu terug. Eénmaal in Santa Maria staan vrijwilligers van de organisatie iedereen de goede kant op te wijzen: links voor de lange route van 168 km, rechts voor de korte route van 118,5 km. Pas nadat ik linksaf ben geslagen, realiseer ik mij dat ze mij de goede kant op konden sturen omdat de kleur van mijn startnummer verraadt dat ik hier ben voor de 168 km route.

Buikpijn

Poeh poeh, nou nou, hè hè. De grootste horde is genomen. Wat kwam er na de Stelvio ook alweer? O ja, een klimmetje van een paar honderd hoogtemeters en dan is het meeste klimwerk gedaan. Dat klimmetje, de Hofenpass, behelst ruim 750 hoogtemeters en het valt mij vies tegen. Ik ben niet de enige; in elke haarspeldbocht staat wel een renner even bij te komen en waar ik normaal repen/bananen kan eten tijdens het fietsen, stap ook ik even af om wat te eten. (Ja ik weet het, dan telt de klim niet). Eenmaal boven heb ik buikpijn. De combinatie van ‘powerbars’, bananen en pasta om half zes ‘s morgens was misschien toch niet zo’n goed idee. Ach, we zijn over de helft en het meeste van de route is nu alleen nog bergaf. Niet zeuren dus.

Afdalen door het Zwitsers Nationaal Park. Bron: © sportograf

Het Zwitsers Nationaal Park

Ik daal af door het Zwitsers Nationaal Park en het is prachtig! De route gaat langs ruige rotspartijen, watervallen en valleien. Bovendien zijn hier nauwelijks mensen en geen dorpen waardoor je ook echt voelt dat je in een natuurgebied zit. Na dit bijzonder mooie gebied is er weer een plek om wat te eten en te drinken. Ik blijf niet te lang, want daar wordt ik juist moe van. Vanaf het plaatsje Zernes (op 117 km) is het afzien. Ik rijd in een groepje en af en toe doe ik wat kopwerk. Kop over kop rijden is ook wel nodig, want ook al gaat de weg vals plat omlaag, we hebben wel fikse tegenwind. Een stuk weg dat is opgebroken door werkzaamheden schudt mij wakker.

Het geluid van opspattend grind tegen aluminium en carbon framebuizen lijkt oorverdovend

De jongen met het gele hesje die de renners had moeten waarschuwen staat op zijn telefoon te koekeloeren, waardoor de hele rennersgroep pas laat doorheeft dat de weg ‘ophoudt’. Hierdoor stuiteren we tien centimeter omlaag van de asfaltweg af op het onderliggende grind en wonder boven wonder blijft iedereen overeind. Eén iemand rijdt lek. Het geluid van opspattend grind tegen aluminium en carbon framebuizen lijkt oorverdovend, maar het kan mij op dit moment niet zo veel schelen. Ik wil alleen nog maar terug in Nauders zien te komen.

De laatste kilometers

Eindelijk bereiken we Martina; een heuse grenspost met slagboom (die openstaat, dat wel) geeft aan dat we er bijna zijn. In Oostenrijk is het slechts nog 440 meter omhoog klimmen! Ik begin rustig aan de klim. Hier wil ik niet afstappen. Het begint nu pas te regen en ik vind het allemaal best. Met het vooruitzicht van finishen heb ik ook weer wat rust om om mij heen te kijken. Ik zie een renner met een tatoeage van een kettingwiel op zijn kuit en herinner mij dat ik dat vandaag bij meerdere renners heb gezien. Door de vermoeidheid had ik de de beelden alleen nog niet verwerkt. Krijg nou wat! Daar ga ik een tatoeage van een complete achterderailleur voorbij! Ongelofelijk, waar ben ik in beland? Dit zijn de echte wielerfanaten.

Stelvio
De start en finish is in het dorpje Nauders in Oostenrijk. Bron: Jasper Tomas

Ik merk dat de helling verandert van steil naar vals plat. Dit betekent waarschijnlijk dat we bijna bij de top zijn. Ik probeer nog wat te versnellen en inderdaad, de weg gaat nu naar beneden en je kan Nauders al zien liggen. Ik begin aan het laatste stukje afdalen en rij de drukte rond de finish in en passeer de meet. Mijn fietscomputer zegt dat ik 3800 hoogtemeters heb afgelegd en binnen acht uur ben gefinisht. Ik ben vooral heel blij dat ik het überhaupt heb weten te voltooien.


Lees hier meer reisverhalen van onze reporters


 

SNP Natuurreizen

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Plaats je reactie
Vul hier je naam in