ADVERTENTIE

Klik hier voor meer informatie over actieve reizen naar Oostenrijk

 

Tussen niets en nergens worden vreemden vrienden

Een verhaal van Myra de Rooy

Onder een kaalgekapte bergrug lopen Chinezen met kanariegele helmen. Kaplaarzen zakken diep weg in kleverige modder. De wegwerkers binden met springstof de strijd aan met de natuur. Maar de goden namen wraak. Tonnen graniet zijn naar beneden gestort, brokken rots en aarde zijn over het wegdek uitgebraakt, tot in de rivier. Af en toe valt fluitend een steenblok uit de lucht en landt met een droge tik of doffe plof. Wild bruisend rivierwater voert vers sediment mee.

Tonnen graniet zijn naar beneden gestort.

De bus die mij van Chamdo naar Jomda zal brengen, heeft zich aangesloten bij een rij stilstaande vrachtwagens. Achter ons sluiten landcruisers en trucks aan. Mijn medepassagiers wachten berustend, gehurkt rond een kampvuurtje, zuigend aan een sigaret. Een tentwinkel voor de arbeiders doet goede zaken, de noedels en koekjes zijn rap uitverkocht.

Mannen drinken bier, het theewater voor de vrouwen blijft stromen. De kinderen van de tenteigenaar kijken me nieuwsgierig aan. De kleinste snotneus geeft me zonnebloempitten.

Aan de overkant van het dal, bereikbaar via een loopbrug, liggen boerderijen. De huizen met platte daken zijn omringd door een lappendeken van velden. De wind voert de op gebedsvlaggen gedrukte gebeden mee en verspreidt zo goede wensen voor alle levende wezens.

Een heilige plek

Een berg witgeschilderde keien markeert een heilige plek. Boven de dalbodem zijn de wanden bedekt met naaldbomen. Een halve kilometer terug is in de berm een uit afvalhout opgetrokken hok gebouwd, naast deze ‘winkel’ staat onder een golfplaten dak een biljarttafel. Ik koop avondeten en de Tibetaanse winkeleigenaar schenkt kokend water over mijn noedels. Om zijn nering liggen verpakkingen en plastic bakjes van voorgaande eters.

Mijn Tibetaanse reisgenoten maken zich intussen op voor een ongerieflijke nacht. Ze plooien zich naar hun busstoelen, met bagage vullen ze gaten, het middenpad ligt vol. Ik verkies de buitenlucht. Weggedoken in mijn slaapzak lig ik comfortabel op de grond naast de bus.

Sluimerwereld

In mijn sluimerwereld dringt zacht het tikken van druppels door. De busdeur is gesloten. Snel schuif ik onder een van de geparkeerde vrachtwagens. Droog! Een half uur later verandert het druppelen in een kletterend regengordijn. Licht hellend gravel lijkt een rivierbedding. Ik stap in mijn schoenen en met mijn slaapzak en matje in een vuilniszak onder mijn arm spurt ik naar de winkel.

Het bouwsel is echter met een hangslot afgesloten. De poten van het biljart rusten droef in een waterplas. Er blijft slechts één mogelijkheid over: slapen op het groene biljartlaken. Ondanks de roffelende regendruppels op de golfplaten, volgt een rustige nacht.

Bulldozers en pikhouwelen doen wonderen. De volgende dag, ruim 27 uur nadat ik bij de aardverschuiving arriveerde, komt de stoet voertuigen langzaam in beweging. De bus passeert een troosteloos gebied waar boomstroken tonen dat de hellingen ooit dicht bebost waren. Kham, de zuidoostelijke provincie van Tibet levert de Chinezen kostbaar hout. Herbeplanting lijkt een onbekend begrip in dit aardbevingsgevoelige gebied. Erosie krijgt vaak vrij spel.

Het landschap gaat langzamerhand over in graslanden waar bruine jakharententen worden omringd door kuddes jaks en dri’s, de vrouwelijke jak. Nomaden steken te paard een rivier over.

Muurvast in de modder

Mijn bus ploegt langzaam verder door modderige kuilen, tot de chauffeur plotseling de macht over het stuur verliest. Het gevaarte belandt slippend half naast de weg. Zwart water spuit in een straal naar achteren, de wielen graven zich in en de autobus zakt tot zijn assen in vette smurrie. De krik wordt gebruikt en de ruimte onder een zwevend wiel wordt met stenen opgevuld. Zonder resultaat, de bus zit muurvast in de modder.

Vlak voor zonsondergang krijgt een vrachtwagen ons gestrande transportmiddel uiteindelijk toch in beweging. De trekkabel staat met een schok strak, de twee linkerwielen gaan de lucht in, secondenlang balanceert het bakbeest tussen omslaan en landen op vier wielen. Ingehouden adem gaat over in luid gejuich, we kunnen onze reis vervolgen.

De vermoeide bestuurder voert ons achter twee smalle lichtbundels aan door inktzwart duister. Scherpe bochten doen steile afgronden vermoeden. Moeizaam klimmen we naar een onzichtbare pas. Boven vindt de zuigende aarde opnieuw een prooi. De lichten doven, de passagiers verlaten het voertuig terwijl vrieskou en ijzige stilte binnenstromen.

Zwijgzaam verbonden

Ik kijk naar boven, naar de hemel, bespikkeld met ontelbare lichtpuntjes. Een vallende ster doet me wensen dat deze eindeloze nacht snel eindigt. Een jonge vrouw drukt de hand van haar kreupele grootmoeder in mijn hand en voert ons beiden weg van het baggerdrama. De kleindochter loopt terug. De bejaarde vrouw zit dicht tegen me aan. Ik voel haar warmte en vraag me af wie op wie past.

Vreemden worden vrienden. Foto: Myra de Rooy

Geduldig wachten we een uur in het donker, zwijgzaam verbonden, terwijl verderop de andere passagiers zwoegen en met succes de blubber te lijf gaan. Motorgeronk overstijgt de vreugdekreten van de helden. De bus komt aanrijden en we stappen in. De kleding en gezichten van de passagiers zijn bedek met stof en modder. Iedereen heeft echter een goed humeur, want we rijden weer. Mijn bijdrage is schamel: ik deel koekjes uit.

Ongewenst bezoek

Om half vier ’s nachts stoppen we in een gehucht. De buschauffeur kan zijn ogen nauwelijks openhouden en wijst zwijgend naar een kaal gebouw. Binnen zie ik door bordkarton afgescheiden slaapzalen. Het aantal bedden, met doorgezakte matrassen, is beperkt en deze keer besluit ik in de bus te overnachten.

De vrouw die tijdens de rit achter me zat, komt ’s morgens krabbend en met rode vlekken op armen en gezicht de bus in. De nacht bracht de herberggasten ongewenst bezoek.

Het eindpunt, Jomda. Foto: Myra de Rooy

In Jomda neem ik afscheid van mijn reisgenoten. Reizen in Tibet is een relatief en rekbaar begrip. Een geplande busrit van een dag duurde uiteindelijk drie keer zo lang. In je eentje reizen heeft echter wel een groot voordeel: in een tijdloze ruimte, tussen niets en nergens, worden vreemden vrienden.


Myra de Rooy schreef een boek over acht ex-politieke Tibetaanse gevangenen. Zij ontmoette hen in Dharamsala, het ballingsoord van de Dalai Lama. In Tibet bezocht zij hun geboortegrond en sprak met hun familie. Tijdens haar reis naar Lhasa en op haar tocht langs dorpen, nomadententen en kloosters, komen de verhalen tot leven. 

 

Het boek is nu vertaald en vanaf 17 mei 2021 te koop. ‘Windhorse House, life stories in the shadow of Tibet’ is niet alleen een fascinerend reisverhaal, maar geeft ook een schokkend beeld van het hedendaagse Tibet.


 

Klik hier voor meer informatie over duurzaam reizen naar Zwitserland

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Plaats je reactie
Vul hier je naam in

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.