sponsorbericht

Gastvrij Ierland tijdens de Dingle Way

Door: Tammy Pagen

De bus brengt ons langzaam vooruit. In de verte zien we groene heuvels en als we goed kijken, een glinstering van de zon in de zee. De strakblauwe lucht, schapen in de weides en fazanten die snel de berm in schieten… We passeren een pub en kijken elkaar aan want nu is het plaatje compleet: Ierland, wij zijn er weer!

Mijn broer Haico en ik lopen in zes dagen de Dingle Way, een route gelegen aan de westkust van Ierland op het schiereiland Dingle. Veel mensen starten vanaf Tralee, het officiële startpunt van de route, maar wij beginnen een eindje verderop in Camp. We overnachten vannacht en onze laatste nacht in Seaview House Bed ad Breakfast. Eigenaresse Joanne is een goedlachse, vrolijke dame die ons met trots rondleidt door haar mooie accommodatie met, hoe kan het ook anders met zo’n naam, zeezicht.

Voor we het weten, zitten we gezellig met zijn vieren in hun keuken reisverhalen uit te wisselen

In de ochtend is er een fijn ontbijt en al snel komen we aan de praat met Joanne en haar man. Voor we het weten, zitten we gezellig met zijn vieren in hun keuken reisverhalen uit te wisselen. De gastvrouw drukt ons op het hart dat we haar altijd tijdens de route kunnen bellen als er iets is en dat ze het leuk vindt ons over een paar dagen weer te zien als we de route hebben uitgelopen. Dan moet ze er snel vandoor want ze heeft met wat andere B&B eigenaren afgesproken die allemaal samenwerken rondom reizigers die de Dingle Way lopen. Tegen een kleine vergoeding vervoeren zij onderling de bagage van de wandelaars. Van dit laatste maken wij tijdens deze reis ook gebruik. Ideaal: zo hoef je  alleen een dagrugzak mee te nemen tijdens de wandeltocht. Wij stappen ook op en beginnen aan onze eerste etappe: Camp naar Annascaul, via Inch beach. De afstand beslaat maar zeventien kilometer maar door het heuvellandschap doe je er makkelijk zes uur over.

Begin van onze route in Camp – Foto door Tammy Pagen

Achterom kijken

Zodra we Camp uitlopen via een behoorlijke helling, kunnen onze vesten en jassen al uit. Het is echt warm! Aan het eind van de dag ben ik zelfs verbrand in mijn gezicht. Onderweg komen schaaphonden ons tegemoet gerend die zelf hun weg naar huis weten. Knap om te zien hoe ze op weg gaan naar hun boerderij vanuit de heuvels. Even later passeert de boer die erbij hoort ons in zijn tractor. We moeten volgens hem zeker niet vergeten af en toe eens achterom te kijken als we de helling op gaan, het uitzicht mogen we niet missen. Erg aardig van hem en hij heeft zeker gelijk: groene heuvels met schapen en de blauwe zee maken het de moeite waard de helling op te lopen en een blik over onze schouder te werpen. We komen onderweg groene weides met koeien en schapen tegen en zien steeds de zee op de achtergrond.

Onderweg naar Inch beach – Foto door Tammy Pagen

Na een tijd wandelen, zien we vanuit de verte Inch beach. Een perfecte stop om ons boterhammetje op te eten. Er staan veel auto’s op het strand en de cafeetjes aan de weg langs de kust hebben drukke terrassen.

Inch beach – foto door Tammy Pagen

Annascaul

Zodra we na onze pauze op pad gaan, klinkt er ineens een ‘’Hello, joehoe!’’. We draaien ons om naar een van de terrasjes en zien daar Joanne. We worden meteen voorgesteld aan de B&B eigenaren met wie zij haar afspraak had en iedereen wenst ons succes met de wandeling. Aardig, die Ieren. Het voelt al meteen alsof we hier vrienden hebben. We gaan weer verder en komen goed op schema in Annascaul aan.

op de met gras begroeide rotonde in het midden van het dorpje, heeft een groepje jongeren hun tenten opgezet

Annascaul is al net zo klein als Camp, alleen lijken ze hier net wat meer faciliteiten te hebben zoals een piepklein supermarktje, een pub en enkele eetgelegenheden. Verder draait het in het dorpje voornamelijk om de South Pole Inn: een museum dat in het teken staat van Tom Crean, Antarctic explorer. Dat Annascaul open staat voor toeristen wordt al snel duidelijk: op de met gras begroeide rotonde in het midden van het dorpje, heeft een groepje jongeren hun tenten opgezet en zo van de rotonde een kampeerplek gemaakt. Dit wordt gewoon toegestaan. Wij slapen in The Old Anchor Inn. De kamer is vrij eenvoudig en klein, maar de echte verrassing is het restaurant dat op de begane grond zit en door de B&B eigenaren wordt gerund. Het eten is boven verwachting goed. Na het diner duiken we de pub in. Zodra we binnen komen, weten we weer dat we in Ierland zijn: het haardvuur knispert, het hele dorp heeft zich hier verzameld en in een hoekje vermaken een oude man en een jong meisje het publiek met live muziek. We bestellen Guinness en een flinke kop thee (waar ik snel de drie!! theezakjes uitvis) en komen heerlijk bij van onze eerste wandeldag.

Onderweg naar Dingle

We zijn de dag erna nog maar een kwartier onderweg naar Dingle, onze volgende bestemming, als de lucht in een keer betrekt en ons verrast met een hevige regen- en hagelbui. Snel trekken we onze regenkleding uit onze rugzakken maar de hagel en regen komen zo hard uit de lucht, dat we met moeite de kleding aan krijgen. We moeten zelf lachen over hoe knullig dit uitziet: de een met een been in de ene broekspijp hinkend aan de kant van de weg en de ander worstelend met een regenjas die steeds wegwaait. Eindelijk lukt het ons en staan we aangekleed en wel op de weg… om vervolgens te merken dat de bui in een keer stopt en de zon doorbreekt. Er verschijnt een regenboog die ons toelacht alsof er niks gebeurd is en wij trekken onze regenkleding maar weer uit. Na een poosje komen we bij de ruïne van het twaalfde eeuwse Minard Castle aan.

Minard Castle – Foto door Tammy Pagen

Om de een of andere reden heb ik last gekregen van mijn voet. Mijn achillespees voelt niet fijn aan. Misschien een verkeerde beweging gemaakt? Ik weet het niet, maar ik zet mijn beste beentje voor want Dingle ligt nog zo’n tweeëntwintig kilometer en acht uur verder. De route is pittig en rekt lang, zeker omdat mijn voet steeds pijnlijker wordt.

ik zet mijn beste beentje voor want Dingle ligt nog zo’n tweeëntwintig kilometer en acht uur verder

We stoppen dan ook vaker tussendoor om wat te rusten. Het weer is nu wisselvallig geworden: het ene moment regent het en het andere moment is het droog. Een paar stappen opzij kunnen het verschil maken tussen in de regen lopen of droog blijven, een vreemde ervaring. Na een van de regenbuitjes, komen we langs een boerderij. We gaan even op het muurtje van de voortuin zitten om een slok te drinken en ons op te maken voor de rest van de weg. Zodra we zitten, komt de vrouw des huizes naar buiten. Ik schrik op en denk dat ze ons komt wegjagen van het muurtje, dit is immers haar eigendom waar wij zomaar op zitten. Het tegendeel is echter waar: ze komt ons vragen of we een lift naar Dingle kunnen gebruiken. Zij gaat zo boodschappen doen en kan ons meenemen als we willen want het weer is niet al te best. We staan even perplex, niet gewend aan deze vorm van vriendelijkheid. Even overleggen we en besluiten dan om haar te bedanken maar te voet verder te gaan. We komen hier immers om de Dingle Way te lopen. Het zou een beetje laf zijn om nu al te smokkelen aan het aantal kilometers. We pakken onze rugzak weer op en gaan weer op pad. We lopen nu door de weilanden en in de verte zien we de zee en krijgen onderweg wederom een lift aangeboden van een tractor, die we vriendelijk weer afslaan.

Typische wandelpaadjes van de route – Foto door Tammy Pagen

De route is op sommige stukken wat lastig lopen omdat je steeds in de helling van de weilanden loopt en trapjes op en af moet die je over de stenen afzettingen van de weilanden leiden. Wat de route ook niet altijd even fijn maakt, is dat veelal afgelegen boerderijen op dit stuk worden bewaakt door de loslopende schaaphonden die we in Camp ook al tegenkwamen. Deze honden komen echter agressief op ons af rennen zodra we ons op  de wegen langs de boerderijen begeven en gaan grommend met hun scherpe tanden voor ons op de weg staan. Haico en ik proberen ons zo groot en zelfverzekerd mogelijk op te stellen en lopen vlak langs elkaar, als een brok stoerheid en met harde stem langs de honden. Dit soort ‘’wild’’ hadden we hier niet verwacht. Nog even en dan zijn we in Dingle. Hoe mooi het landschap ook is, ik kan niet wachten tot we er zijn: mijn voet doet zo’n pijn dat ik hem steeds vooruit sleep en er niet al te veel op probeer te leunen. Gelukkig hebben we een extra dag in Dingle gepland zodat ik even kan bijkomen met mijn voet voordat we de route weer vervolgen.

Een typisch Iers vissersdorp

Dingle is een ontzettend leuk kustplaatsje. Een typisch Iers vissersdorp met gekleurde huisjes, visrestaurants en een gezellige haven. De vele pubs mogen natuurlijk niet ontbreken. Het is dé plek op de route om boodschappen te doen en eventueel wat te winkelen, daarvoor zijn de andere plaatsjes te klein.

De hoofdstraat in Dingle – Foto door Tammy Pagen

Zoals Annascaul Tom Crean heeft, heeft Dingle Fungie. Nee, geen variant op een pizzaspecialiteit maar een dolfijn. En dan bedoel ik ook echt één dolfijn. Fungie heeft zich ooit in 1983 voor het eerst in de zee bij Dingle laten zien en is er nooit meer weggegaan. Hij hoort een soort van ‘’bij de familie’’, zoals de inwoners het zelf zeggen. Het lijkt erop dat hij een erelid van deze ‘’familie’’ is, want er staat zelfs een standbeeld in de haven van de beste dolfijn. O, en daarnaast liggen er ook nog eens talrijke winkeltjes die Fungie in hun naam verwerkt hebben of spullen verkopen die met Fungie te maken hebben (knuffels, t-shirts, sieraden, etc.). Je kunt niet aan Fungie ontkomen. Er zijn zelfs boekingskantoren bij het standbeeld waar je een boottochtje kunt boeken om Fungie te spotten. Flipper is er niks bij.

Fungie – Foto door Haico en Tammy Pagen

Wij kiezen echter voor kaartjes voor het Dingle Oceanworld Aquarium. Het aquarium is niet heel groot maar wel erg leuk opgezet en met interessante dieren om te zien, zoals een hele club pinguïns die net nu wij er zijn in de broedperiode zit. Na het aquarium gaan we op zoek naar een muziekwinkel. Haico is muziektherapeut en we proberen elke reis een muziekinstrument uit het land mee te nemen. Na een tijdje zoeken, zie ik ineens in een zijstraatje een ouderwets uithangbordje met iets dat weleens zou kunnen duiden op een muziekwinkel.

Een typisch Iers tafereel

Als we dichterbij komen, blijkt het inderdaad een muziekwinkel te zijn, gevestigd in een oude visserscottage uit 1840. Het bovenste luik van de halve deur staat open en als we naar binnen kijken, zien we een typisch Iers tafereel: een groot hardvuur dat brandt, een kat die op een stoel ernaast ligt te spinnen, Ierse muziek die klinkt en overal waar je kijkt muziekinstrumenten. Het lijkt wel uit een film en we lopen dan ook verwonderd naar binnen. De eigenaar van de winkel komt achter een gordijn tevoorschijn en knoopt meteen een praatje met ons aan. Zijn enthousiasme neemt toe, we krijgen een rondleiding door de winkel en voordat ik het weet, zit ik in een stoel bij de open haard met een bodhran in mijn handen gedrukt. Ik heb geen idee wat ik moet doen, ik heb alle cd’s van The Corrs en die lijkt het goed af te gaan, maar verder dan monotoon getik met het stokje op het trommelvel, kom ik niet. De man benadrukt hoe moeilijk het is om de bodhran te bespelen, het lukt niemand in een keer, ook de meest geoefende mensen niet. Nog voordat hij de woorden heeft uitgesproken, klinkt naast me het geluid van een mooi gedrum op een bodhran. Haico speelt er zonder moeite op en de man weet niet hoe hij het heeft. Nou, dat is duidelijk, er gaat een bodhran mee naar huis.

Braces en andere handige wandelspullen

Ik wil nu toch echt naar een wandelwinkel. Mijn enkel voelt nu ook pijnlijk aan en ik wil een brace kopen. Gelukkig vinden we tussen alle Fungie winkeltjes ook een wandelwinkel waar ze allerlei soorten braces en andere handige wandelspullen hebben. We slaan een en ander in en gaan naar onze hotelkamer. ’s Avonds gaan we  een aantal pubs af en belanden uiteindelijk in de oudste pub van Dingle. De pub zit binnen no time vol en de live muziek en sterke thee zijn wederom gezellig aanwezig.

De haven van Dingle – Foto door Tammy Pagen

De moed zakt in mijn schoenen

De volgende dag gaan we op pad naar Dunquin. Ik heb goede moed want ik heb spiergel en een enkelbrace, dat moet goed komen. De moed zakt me echter weer snel in de schoenen want we zijn nog geen uur onderweg of ik voel de pijn alweer opkomen. Deze etappe duurt zeven uur oftewel twintig kilometer, maar door mijn voet doen we er nog langer over. De omgeving is geweldig en de natuur adembenemend. Het landschap wisselt zich af tussen vlakke stranden, blauwe zee, heldere luchten en groende weides. De weidegebieden zijn erg drassig en ook hier moeten we tal van houten trapjes op en af om over de vele stenen afzettingen te komen.

Groene weides vol stenen muurtjes – Foto door Tammy Pagen

We zijn al uren onderweg en ik heb al diverse keren de spiergel op mijn voet gesmeerd, schoenen gewisseld en de brace goed geschoven. Ik probeer zoveel mogelijk afleiding te zoeken door me te concentreren op de mooie omgeving maar in mijn hoofd ben ik er helemaal klaar mee.

Ik probeer zoveel mogelijk afleiding te zoeken door me te concentreren op de mooie omgeving

En als ik dat hardop zeg, weet Haico hoe laat het is: niet tegen me praten en gewoon doorlopen. Dat doorlopen wordt even verderop bemoeilijkt doordat het weidegebied ontzettend drassig wordt. Zo drassig, dat ik op een gegeven moment tot mijn enkels erin wegzak en bij elke beweging alleen maar verder in de penarie raak, alsof het een moeras is. Haico moet me uit de modder trekken en nu is mijn voet natuurlijk helemaal niet meer blij. Strompelend bereik ik het prachtige uitkijkpunt bij Slea Head. Ik maak nog even een paar foto’s en ga dan zitten.

Slea head – Foto door Tammy Pagen

Amerikaanse hulp

Dat laatste half uur lopen naar onze accommodatie red ik echt niet meer. Haico laat mij achter om zelf naar het uitkijkpunt te lopen waar een aantal mensen met auto’s staat om hulp te zoeken. Die krijgen we van een Amerikaans stelletje. We hoeven maar te zeggen waar we naartoe moeten, zij brengen ons. Ze hadden mij al de helling af zien komen en dat zag er volgens hen heel pijnlijk uit dus willen ze graag helpen. Amerikanen, altijd behulpzaam is onze ervaring. We worden voor de deur van onze accommodatie afgezet en ik ben blij als ik op bed kan neerploffen.

Het stel dat de accommodatie leidt, is ontzettend aardig. De EHBO koffer wordt meteen tevoorschijn gehaald en ik krijg zowaar een voetmassage met spierzalf van de eigenaresse. Ze vertelt dat het hoogseizoen nog moet beginnen voor het dorp en dat er dus nog geen restaurantjes geopend zijn maar dat zij ons wel rondrijdt over het eiland, op zoek naar iets geschikt omdat ik niet overal kan eten door mijn voedselallergieën. Ik weet niet wat ik moet zeggen, dat is echt te aardig. Maar ze staan er op. Dat doe je gewoon, vinden zij. En zo komt het dat we uiteindelijk in The Skipper in Ventry belanden waar we de lekkerste vis ooit eten. Hier moet je echt stoppen als je ooit in de buurt bent.

Ventry beach – Foto door Tammy Pagen

Overdonderd door vriendelijkheid

Na het etentje worden we weer netjes opgehaald door onze gastvrouw. We zijn wederom overdonderd door de vriendelijke en behulpzame mensen hier. Dat houdt de dag erna echter nog niet op als de eigenaar bij het ontbijt aangeeft ons met de auto een stukje vooruit te brengen naar het strand, zodat we op een vlak stuk kunnen beginnen wat minder belastend is voor mijn voet. Vanaf hier beginnen aan onze etappe naar Feohanagh. Dit gaat gelukkig goed. We lopen steeds over het vlakke strand en de kliffen. We genieten van het mooie weer en het geluid van het zeewater dat tegen de hoge rotswanden opspat.

Kliffen richting Feohanagh – Foto door Tammy Pagen

Uitgestorven

In Feohanagh aangekomen, lijkt het plaatsje uitgestorven. Het enige restaurant is dicht omdat het nog geen hoogseizoen is. Verder liggen er enkele huisjes en een schooltje. Feohanagh bevindt zich in de buurt van Mount Brandon, een 952 meter hoge berg waarvan de beklimming morgen zal gaan gebeuren. Net buiten het ‘’centrum’’ ligt onze B&B, An Riasc. Omdat we met de auto op het strand zijn afgezet, hebben we een stuk afgesneden en zijn we een uur eerder aangekomen dan dat we besproken hebben. Er is dan ook nog niemand thuis. Geen probleem, we wachten hier wel. Maar al gauw begint het te miezeren en gaat de miezer over in dikkere druppels regen. Haico zucht, dat is niet zo fijn nu we niet naar binnen kunnen. ‘’Het zou me niks verbazen als dadelijk iemand van die boerderijen ons kwam helpen,’’ zeg ik, wijzend op de twee boerderijen die in de buurt liggen.

Al gauw begint het te miezeren en gaat de miezer over in dikkere druppels regen

Nog geen vijf minuten later gaat de deur van de boerderij naast de B&B open. Een stokoud vrouwtje gebaart ons naar binnen te komen. Dat laten we ons geen tweede keer zeggen. We pakken onze rugzakken en volgen haar naar binnen. De boerderij is oud, net als het omaatje. Het huis is van binnen behoorlijk onderkomen, de vrouw kan niet meer goed voor zichzelf koken. In de huiskamer is het behaaglijk warm en hangen er godsdienstige afbeeldingen en kruizen aan de muur. Ze biedt ons thee en koekjes aan. Daar zitten we dan, bij oma op theevisite. Ze blijkt 96 te zijn en de B&B hiernaast wordt door haar schoondochter gerund. Ze zal haar zo bellen om te zeggen dat we er al zijn. We praten over de verschillen met Nederland, dat je zulke gastvrijheid bij ons nauwelijks kent en we vragen haar of ze het niet gevaarlijk vindt, vreemde mensen in huis halen. Ze biedt ons weer thee en koekjes aan en langzaamaan worden we lekker warm en droog. Het aanbieden van hulp aan ons vindt ze doodnormaal. Ze wil verder dan ook niet moeilijk doen, maar de pastoor komt over een half uurtje op bezoek om met haar te bidden en dan wil ze wel vragen of we weer kunnen gaan. Maar dan zal haar schoondochter er toch weer zijn, zegt ze verontschuldigend. Ik glimlach, heerlijk, zo’n authentieke oma. Natuurlijk is dat voor ons geen probleem.

Al snel komt schoondochter Denise aan en laat ze ons de B&B binnen. Het is er prachtig! Zo’n B&B hebben we nog nooit gezien. Er is veel oog voor persoonlijke details. Zo worden we op onze kamer verwelkomd door een karaf met water uit hun eigen bron en zijn er allerlei handgeschreven en beschilderde kaartjes en meubelstukken. Denise kookt graag voor haar gasten en we hebben ons dan ook opgegeven voor het diner van vanavond. Ons oog valt op de piano in de hal. Haico neemt plaats en speelt het ene nummer na het andere terwijl Denise allerlei lekkernijen op haar Aga fornuis bereidt en de overige gasten meegenieten van de muziek.

Groene paadjes naar Feohanagh – Foto door Tammy Pagen

Groot feest in de pub en in de stal

Als we aan het overheerlijke diner zitten, onder andere bestaande uit lam, vertelt ze dat er vanavond in Dingle een groot feest is in de pub. Een beroemde Ierse volkszanger uit Dingle komt, na jaren afwezigheid, terug naar het plaatsje en daar loopt het hele dorp voor uit. Denise en haar man waren jaren geleden lid van een bekende groep die Ierse traditionele folklore danste en vergezelden de muzikant vaak op zijn tournees. Vanavond hoopt ze dat zij en hun vrienden de dans mogen opvoeren tijdens zijn optreden. Spontaan oppert ze of we zin hebben om mee te gaan omdat we zo van muziek houden. Dat zien we wel zitten! En zo komt het dat we die avond met Denise en haar man naar Dingle rijden en in een drukke pub een dorpslegende staan op te wachten. Wanneer we ons naar de bar wurmen voor een drankje, worden we ineens herkend. Daar staat de eigenaar van de muziekwinkel! We krijgen meteen twee grote glazen Guinness door hem in onze handen geduwd. De vrienden van Denise en haar man voegen zich bij ons en het is alsof we er helemaal bij horen. Dan maakt de artiest zijn opwachting en het hele dorp gaat los.

Blijkbaar is er ineens een bekend liedje waar de traditionele dans bij hoort, want er wordt ruimte gemaakt en Denise springt met haar groep naar voren. De dans wordt in paren in een cirkel uitgevoerd en de danspassen gaan razendsnel. De dames worden om beurten door de heren met grote snelheid rondgezwaaid, ontzettend knap! Omdat de meeste mensen boeren zijn, net als de man van Denise, stappen veel mensen al vroeg op, net als wij. In de auto komen we niet uitgepraat over de leuke, spontane avond. Die wordt nog spontaner als de man van Denise naar zijn koeienstal in de buurt rijdt. Een van de koeien staat op het punt te bevallen van een tweeling dus als nu toevallig het moment is aangebroken, moet hij daar bij zijn.. en wij dus ook. Ach, we zijn er nu toch, dan ook maar even een bevalling van een koeientweeling meemaken! De koe staat er echter nog rustig bij dus helaas, geen bevalling voor ons maar snel ons bed in.

In de watten gelegd

De ochtend belooft niet veel goeds: het is regenachtig, behoorlijk mistig en mijn voet doet ontzettend pijn. Geen Mount Brandon voor mij vandaag. Haico besluit hem in zijn eentje op te lopen en ik word door Denise naar ons volgende B&B gebracht in Cloghane. Daar word ik door heel lieve mensen van de B&B opgewacht. De oudere man komt meteen op me afgelopen en ik word nog net niet naar binnen gedragen. Ik neem afscheid van Denise en kom in een woonkamer terecht waar de haard al flink brandt. Ik krijg een fruitschaal en thee voor mijn neus gezet, ook weer zo lief. Ik word in de watten gelegd met lekkers en een deken en dan doezel ik weg op de bank. Even later komt Haico aan, doorweekt van de regen en behoorlijke mist op Mount Brandon. Hij heeft nauwelijks iets kunnen zien op de berg en schrok om de haverklap omdat er dan ineens een schaap opdoemde uit het niets. Gorillas in the mist, maar dan anders.

Omgeving Mount Brandon – Foto door Haico Pagen

VIP’s

De eigenaar wil er niks van weten als we plannen maken om zo meteen naar het restaurantje verderop te lopen om iets te eten. Nee, nee, hij brengt ons met de auto en we bellen hem maar als we weer opgehaald willen worden. Zo gaat dat hier. Dus voor de zoveelste keer deze vakantie ervaren we de vriendelijkheid van de inwoners en worden we in een auto vervoerd alsof we VIPs zijn. Op de laatste dag wordt het een lange tocht van Cloghane naar Camp via Castlegregory. Het weer is nu definitief omgeslagen en mijn voet is definitief in de weerstand gegaan voor nog een wandeltocht. Toch wil ik het niet zomaar opgeven en gaan we op pad.

Het weer is nu definitief omgeslagen en mijn voet is definitief in de weerstand gegaan voor nog een wandeltocht

De B&B eigenaar geeft ons zijn mobiele nummer en wil dat we hem bellen zodra het niet meer gaat, dan brengt hij ons met de auto (natuurlijk, gaan we weer) naar Camp. We bedanken hem en zeggen dat het vast niet nodig zal zijn, maar even later schaam ik me toch als ik hem moet bellen, nog geen uur buiten Cloghane op het strand. Hier stopt mijn wandelavontuur toch echt. Hij komt ons lachend ophalen en brengt ons terug naar Camp, terug naar Joanne.

Het strand bij Cloghane – Foto door Tammy Pagen

In Nederland blijkt mijn achillespees ontstoken en loop ik weken op slippers omdat ik geen druk tegen mijn hiel kan verdragen. Toch kijk ik met een goed gevoel terug op de Dingle Way. Wat was het mooi! En wat een gastvrij land is Ierland toch. Door de natuur, de pubs, de mensen en de spontane ervaringen die we hebben opgedaan, heb ik veelal het gevoel gehad alsof we in een film beland waren. Ierland staat bij mij nog steeds op nummer één!


Lees hier meer inspirerende reisverhalen van onze reisschrijvers

 


advertentievoigt travel

2 REACTIES

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here