advertentie

Het is groot nieuws dat we deze week het Noorderlicht kunnen zien in Nederland. Maar hoe maak je nu de mooiste foto’s van dit spectaculaire natuurverschijnsel? Hieronder de tips van Voigt Travel, aanbieder van inspirerende reizen naar onze andere het noorden van Europa.

Focus-waarde

In de meeste gevallen is het aan te raden om de focus manueel op oneindig in te stellen.
Op die manier krijg je de scherpste foto’s van de noorderlichthemel en zullen sterren ook mooi als puntjes op de foto verschijnen. Wanneer de focus niet op oneindig staat, zullen sterren niet als puntjes maar in het slechtste geval als dikke dots op de foto verschijnen. Dit geeft absoluut een teleurstellend resultaat en is een veel voorkomende fout die gemaakt wordt, meestal door alle opwinding die ontstaat. Kijk daarom geregeld op het scherm van je camera naar het resultaat en zoom eens in op de foto’s. Zien de sterren er werkelijk als fijne puntjes uit? Eventuele blunders kunnen op die manier tijdig worden opgemerkt en niet pas na een hele reeks foto’s of erger nog: als je de foto’s achteraf op de computer gaat bekijken.
Wanneer je camera weigert een foto te maken, komt dat meestal ook omdat de focus nog op automatisch staat.

Noorderlicht
Zo fotografeer je het Noorderlicht. Foto: Paul Morris

Wanneer je zelf graag goed herkenbaar in beeld wil staan of iemand anders op de foto wil zetten, dan zal de focus-waarde uiteraard wel moeten worden aangepast, of (beter nog) de diafragma-waarde verhoogd worden. Dat laatste kan echter alleen als de camera genoeg lichtgevoeligheid heeft… of als het noorderlicht voldoende intens is.

Diafragma-waarde (aperture)

Het diafragma is de opening in de lens waar het licht doorheen valt. Hoe lager de diafragma-waarde, hoe meer licht er op de sensor zal vallen. Hoe meer licht er op de sensor valt, hoe minder lang de sensor belicht moet worden voor hetzelfde resultaat bij een gegeven ISO-instelling (lichtgevoeligheid). Het resultaat bij beweeglijk noorderlicht zal uiteraard nooit hetzelfde zijn, of je nu een belichting kiest van 0.5 of 5 seconden, want ondertussen verandert het noorderlicht steeds van vorm, locatie en intensiteit.

Bij stabiel noorderlicht, waarbij de sluitertijd dus minder belangrijk is, kan een lage diafragma-waarde er weer voor zorgen dat de ISO-waarde lager kan worden ingesteld. Heel wat digitale camera’s introduceren namelijk flink wat ruis op de foto bij hogere ISO-waarden.

Wanneer je jezelf, vrienden of voorwerpen op de voorgrond scherp in beeld wil krijgen, is een hogere diafragma-waarde te adviseren

Een zo laag mogelijke diafragma-waarde is het beste bij noorderlichtfotografie. Het enige probleem bij een lage diafragma-waarde is dat u scherptediepte verliest. Wanneer je jezelf, vrienden of voorwerpen op de voorgrond scherp in beeld wil krijgen, is een hogere diafragma-waarde te adviseren als je ook de verdere achtergrond (het noorderlicht) scherp in beeld wil hebben. Je kunt natuurlijk ook enkel met de focus gaan schuiven maar dan zullen de sterren niet meer scherp zijn.

Welk diafragma je uiteindelijk kunt bereiken, wordt grotendeels bepaald door de lens. Vanaf diafragma f2.8 wordt er gesproken over een lichtsterke lens, dit zijn vaak de duurdere lenzen in het assortiment.


Er bestaat een standaard schaal om de grootte van de diafragma opening aan te duiden:
1.0 1.4 2.0 2.8 4.0 8.0 11.0 16.0 22.0

De kleinste waarde correspondeert dus met de grootste opening.


ISO-waarde

De technologie staat niet stil en vooral op gebied van ISO en bijhorende ruisgevoeligheid is er de laatste jaren veel vooruitgang geboekt. Daar waar de meeste camera’s vijf jaar geleden instelbare ISO-waardes tot maximaal 1.600 a 6.400 hadden, bestaan er tegenwoordig ook toestellen die instelbaar zijn tot bijvoorbeeld ISO 406.000. Dit soort waardes biedt ontzettend veel flexibiliteit voor nachtfotografie en maakt het zelfs mogelijk om foto’s los uit de hand te maken, zonder de hulp van een statief. Je zou zelfs filmopnames van het noorderlicht kunnen maken! Deze camera’s zijn vooralsnog schaars en ook duur.

Dit soort waardes biedt ontzettend veel flexibiliteit voor nachtfotografie

Selecteer steeds een ISO-waarde met een aanvaardbare beeldkwaliteit. Hoe hoger de ISO-waarde, hoe korreliger het beeld wordt. Het hangt van het toestel af tot welke ISO-waarde de beeldkwaliteit aanvaardbaar blijft. Het is echter altijd zo dat de hoogste ISO-waardes die uw toestel kan programmeren sowieso tot korrelige foto’s met weinig details zullen leiden. Wanneer de maximale waarde bijvoorbeeld 6.400 is, dan is het af te raden om hoger dan 640 tot 800 in te stellen. Bij 1600, 3.200 zul je snel veel teveel ruis op de foto toegevoegd krijgen. Wanneer de hoogste instelbare waarde bijvoorbeeld 406.000 bedraagt, dan is 32.000 tot 40.000 de aanbevolen maximale waarde voor een degelijke foto. Maak vooraf vast een aantal testfoto’s om te beoordelen welke ISO-instelling nog tot een aanvaardbaar resultaat leidt.

Een verdubbeling van de ISO-waarde betekent dat er nog half zoveel licht op de sensor moet vallen voor hetzelfde resultaat. Hoe hoger de instelbare ISO-waarde, hoe meer flexibiliteit u dus ook heeft om te werken met scherptediepte.

Door de ISO-waarde sterk op te krikken, kan zwak noorderlicht toch op de foto verschijnen

Door de ISO-waarde sterk op te krikken, kan zwak noorderlicht dat met het blote oog niet of nauwelijks zichtbaar is, toch op de foto verschijnen zonder dat je al te lange sluitertijden moet gebruiken. Wanneer het noorderlicht ineens intenser wordt waardoor je camera-instellingen een overbelicht beeld veroorzaken, verlaag dan vooral de sluitertijd en minder snel de ISO-waarde. Op die manier kun je meer foto’s maken en zien de foto’s er meer als momentopnames uit.

Sluitertijd-instelling

Aangezien het noorderlicht snel van vorm en plaats kan veranderen is het in elk geval aan te raden om de kortst mogelijke sluitertijd in te stellen waarbij het resultaat bevredigend is in combinatie met de beschikbare ISO-waarde en diafragma-waarde.

Door een korte sluitertijd te nemen zullen noorderlichtpilaartjes mooi worden weergegeven. Deze pilaartjes bewegen immers snel van links naar rechts of van rechts naar links waardoor je bij een langere sluitertijd één vlakke band op de foto krijgt.

Witbalans-instelling

Tegenwoordig kan je bij vele camera’s de witbalans volledig zelf instellen via de K-waarde in het menu van je camera. Maar er zijn sowieso reeds een aantal voorkeurstanden in het keuzemenu te vinden, zoals bijvoorbeeld ‘zonnig’ of ‘bewolkt’. Deze laatste is overigens met klem af te raden. Voor de juiste kleuren op je noorderlichtfoto is het belangrijk om -afhankelijk van de omstandigheden- de juiste witbalans in te stellen. Wanneer er geen maanlicht aanwezig is stel je de camera best in op wat koudere kleuren. Zoals waardes tussen 3800 en 4500K. Doorgaans is de waarde 4000K verbonden aan de ‘halogeen-licht’ stand in het keuzemenu.

Wanneer er veel maanlicht of ander omgevingslicht aanwezig is kan je beter wat warmere kleurinstellingen gebruiken, zoals een waarde tussen 4500 en 5200K. Dit kan overeenkomen met de ‘daglicht’-stand (het zonnetje) in het keuzemenu.

Een blauw-groen Noorderlicht. Foto: Jonatan Pie

Wanneer je de witbalans te warm hebt ingesteld (bijvoorbeeld op ‘bewolkt’ = 6500K) zal bijvoorbeeld de sneeuw of eventuele bewolking er erg rood of oranje uitzien. Het noorderlicht wordt dan ook geel-groen. Wanneer je de witbalans te koud instelt wordt de sneeuw blauw-paars. Het noorderlicht wordt dan eerder blauw-groen. Wie de foto’s in RAW-formaat schiet kan de witbalans uiteraard altijd achteraf nog bijstellen.

Full frame vs crop frame

Full frame camera’s beschikken over een veel grotere beeldsensor dan de gangbare camera’s met een zogenaamd crop frame. Deze beeldsensoren zijn duur en dat maakt de camera niet goedkoop. Het zijn echter wel de beste camera’s voor noorderlichtfotografie want hoe groter de sensor in de camera hoe minder last van ruis op hoge lichtgevoeligheden. In het algemeen zijn pixels op een grotere sensor ook groter van formaat. Hierdoor kunnen ze meer licht opvangen waardoor het signaal minder hard versterkt moet worden. Deze versterking veroorzaakt de ruis.

hoe groter de sensor in de camera hoe minder last van ruis op hoge lichtgevoeligheden

Compact camera’s zijn sowieso crop frame camera’s maar ook de meeste spiegelreflex camera’s hebben een kleinere beeldsensor dan de 36x24mm van een full frame.

Lens

Om te beginnen moeten we een onderscheid maken tussen een compact camera met vaste lens en een camera met verwisselbare lens, zoals de digitale spiegelreflex camera’s. Waarbij meteen gesteld mag worden dat de meeste compact camera’s met vaste lenzen toch niet echt geschikt zijn voor noorderlichtfotografie. Doorgaans hebben deze types vanwege hun compact design namelijk een kleinere beeldsensor, waar dus veel minder licht op invalt dan bij de digitale spiegelreflex camera’s met een grotere beeldsensor.


Bij het selecteren van een verwisselbare lens zijn twee zaken van belang: de brandpuntsafstand (uitgedrukt in mm) en de (grootste) diafragma-opening (f).


Zoals al eerder gesteld, wordt de maximale diafragma-opening die je kan instellen mede bepaald door de lens. Bij camera’s met vaste lenzen is dit niet iets waar je op moet letten aangezien de instellingen van de camera sowieso afgestemd zijn op de eigenschappen van de lens. Maar als u een camera heeft met verwisselbare lenzen is het wel handig om een lens aan te schaffen die een lage diafragma-waarde mogelijk maakt (dus f3.5 of bij voorkeur zelfs lager). Hoe lager de diafragma-waarde, hoe duurder de lens. Een f1.4 lens zal zodoende al snel honderden euro’s duurder zijn dan een f2.8 lens.

Let bij het bestellen van een lens ook altijd op de zogenaamde lens mount waarmee de lens aan de camera wordt bevestigd. Afhankelijk van het type toestel waarop de lens zal moeten passen zijn er verschillende soorten bevestigingsmechanismen. Voor noorderlichtfotografie is het vervolgens aan te raden om een lens te gebruiken met een kleine brandpuntsafstand, waardoor je een groter deel van de omgeving kunt vastleggen. Met een lens van 10mm zul je dus meer noorderlicht in beeld krijgen dan met een lens van 28mm. Het valt altijd aan te raden om lager dan 28mm te blijven.

Een lens met vaste brandpuntsafstand (bijv. 18mm) geniet overigens de voorkeur tegenover een zoomlens (bijv. 18x55mm), omdat deze doorgaans scherpere beelden bij lagere lichtintensiteit kan vastleggen. Hoe groter het bereik van een lens, hoe minder de beeldkwaliteit vanwege het vele glaswerk dat hierbij nodig is. Voor noorderlichtfotografie zijn 10 tot 24mm dus prima waardes. Let er hierbij op dat 24mm voor een full frame niet hetzelfde is als een 24mm voor een crop frame. Met een fullframe zal het gezichtsveld groter zijn dan met een crop frame.

Wij wensen je ongelooflijk veel plezier en succes bij het maken van jouw ultieme Noorderlichtfoto!

Bron: Voigt Travel


Lees ook: Het Noorderlicht in Nederland


 

advertentievoigt travel

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here