Advertentie
Reizen naar Fins Lapland
Klik hier voor meer informatie over de reizen naar Fins Lapland 

 

Gevarieerd fietsen rond Füssen

Een fietsverhaal van Robert van Weperen.

Vrijelijk fietsen over stille weggetjes kan eindeloos in Aisne in Noord-Frankrijk. Duivels downhillen lukt meer dan geweldig in Finale Ligure, Italië. En voor wie flink wat kilometers wil vreten op een racefiets is ons eigen landje uitermate geschikt. Fietsjournalist Robert van Weperen reisde de halve wereld af en ontdekte – best wel dichtbij huis – een gebied waar iedereen los kan gaan op zijn eigen manier. Allgäu, in het zuidelijkste puntje van Duitsland, heeft het allemaal.

Na een weekje fietsen weten we het zeker. In Europa vind je geen ander fietsgebied waar je zo lekker, gevarieerd en zorgeloos kunt fietsen. Waar je je inspanning precies kunt afstemmen op je dagconditie. En waar je landschappen kunt uitkiezen als waren het screensavers voor op je laptop. Zelfs de ondergrond – van zijdezacht asfalt, tot knisperend gravel en zompig bospad  – is op afroep beschikbaar.

Lang verhaal kort: vanuit Füssen in Allgäu trappen wij eerst onze conditie op peil door te starten op ‘oer-Hollands plat’. Vervolgens verkennen we moeiteloos een weids, zacht glooiend landschap. Daarna knallen we scherp omhoog – en meedogenloos naar beneden – over single track in op  beboste berghellingen. Hellingen die makkelijk tot 1.500 meter reiken. En passant ontdekken we zelfs fietsroutes waar ook racefietsers van gaan kwispelen.

Het dorp Füssen. Gezien vanaf de burcht Hohes Schloß.

Füssen, het ideale uitvalsoord

Voor een puike verkenning van dit deel van Beieren kiezen we voor Füssen als standplaats. Een middeleeuwse stad waar we ons meteen welkom voelen. Füssen, met slechts 15.000 inwoners, heeft de charme van een streekcentrum. Dankzij highlights als het Hohe Schloss, de burcht die boven de stad uittorent, de barokke Stadtkirche en de straatjes geflankeerd door eeuwenoude gebouwen, die de binnenstad een knusse sfeer verlenen.

De huizen en winkels staan er stuk voor stuk piekfijn bij. Alles is met zorg gerestaureerd. Minpuntje? Vooruit: veel kozijnen, ooit eerlijk uit hout gezaagd, zijn vervangen door te wit, onderhoudsarm kunststof.

Füssen is een poppendorpje, dat volop dagjesmensen trekt. Maar zelfs in het hoogseizoen is het er nog goed te doen.

Dat de stad er zo goed bijligt heeft twee oorzaken: ze kwam ongeschonden uit de laatste wereldoorlog en het toerisme is altijd een factor van betekenis geweest. Reeds anderhalve eeuw geleden reisden de rijken uit München hier naartoe via de voor die tijd hypermoderne spoorweg. Voor dagjesmensen is Slot Neuschwanstein sinds jaar en dag dé topattractie. Inmiddels laten ruim één miljoen toeristen zich jaarlijks door het slot, dat model stond voor het kasteel van Disneyland, jagen. Dat verklaart ook de ontelbare restaurants, terrassen en souvenirwinkels. Maar het blijft gezellig, het wordt nooit zo massaal en plat als in Amsterdam, Volendam of Valkenburg.

In Füssen zijn er diverse acco’s die speciaal ingesteld zijn op de noden van de fietser. Direct naast Hotel Sommer zit fietsverhuurbedrijf Easy Tours.

Fietsers zijn in Füssen extra welkom. Er zijn volop Bett + Bike hotels, waar Qualitätsgastgeber precies weten waar je Radfahrer extra plezier mee doet. Denk aan een uitgebreid en gezond ontbijt en een afsluitbare ruimte waar je de fiets kunt droppen. En dan niet zomaar een hokje, maar een ruime en garage vol stopcontacten zodat iedereen de accu’s van z’n e.bike weer tot de rand toe kan vullen.

Lekker ontspannen infietsen, een rondje Forggensee

Füssen wordt omringd door tien fietsroutes die het maximale aantal van vijf sterren opgespeld kregen door de ADFC (de Duitse ANWB). Stuk voor stuk routes die voldoen aan drie vereisten: 1) uitstekende bewegwijzering 2) voldoende, hoogwaardige fietsverhuurbedrijven in de buurt en 3) de nabijheid van een trein waar je op kunt springen als je je actieradius wilt vergroten. Of wanneer je onverwacht pap in de benen krijgt.

Van alle gelauwerde routes is het rondje van dertig kilometer om het Forggensee-stuwmeer het populairst. Want deze start in Füssen en je hoeft geen millimeter te klimmen. Wij trappen af met dit rondje om de fietsspieren rustig op stoom te laten komen. En om vertrouwd te raken met onze solide Duitse huurfietsen die ook nog eens elektrisch zijn.

Vertrouwd raken, klinkt misschien overdreven, maar de halve wereld zit op verkeerd afgestelde fietsen, en daar hebben wij geen zin in. Bovendien, een accufiets heeft een heel ander temperament en dito gewicht. Zeker wanneer je over grillig gravel rijdt, vergen sturen en remmen een aangepast Fingerspitzengefühl.

De Banwaldsee. Een klein meer, net boven Füssen.

We rijden de route tegen de klok in, voornamelijk over strakglad asfalt. Slim geplaatste pijltjes wijzen de weg. Niet bijster avontuurlijk, maar het is óók wel eens lekker om niet eindeloos op de kaart te hoeven kijken of zelfs hopeloos te verdwalen. Het eerste sterke punt van deze route dient zich binnen no time aan: we fietsen door een ‘natuurlijke’ stilte. Dat bestaat hier nog: nergens horen we mechanisch geluid.

We fietsen langs weilanden, meertjes, bosjes en af en toe passeren we een dorp. Een drukke autoweg blijft ruim buiten gezichts- en gehoorafstand. Links kijken we uit op het immense meer, rechts prikken de Beierse Alpen achter de vlakke landerijen de hoogte. in. De bergketen lijkt als een ruw gekartelde muur waar we als het ware tegenaan kunnen leunen.

We vliegen over de weg. In electrostand ‘eco’, maar zelfs als de boel op ‘off’ staat. De brede Schwalbebanden modelletje G-one lijken speciaal te zijn ontworpen voor onze tocht. Ze bieden maximaal comfort. En grip. Oók als we een stukje over gravel road rijden. Het gaat zo soepel dat we besluiten de route eigenhandig up te scalen met wat extra kilometers. Dat kan makkelijk want de Radkarte met een schaal van 1:50.000 laat alle ruimte tot improvisatie.

Pas bij het dorp Steingaden ruiken en horen we weer PKW’s en LKW’s. Maar daar krijgen we een smakelijke lunch bij Fischerhaus Steingaden voor terug. Op de kaart: Regenbogenforelle, Bachforelle en Saibling uit eigen vijver. “Frisch und geräuchert.” De hemel is niet eens zo ver weg.

Vanaf het heuveltje een 360 graden blik over het landschap dat letterlijk aan onze voeten ligt

Na het middagmaal gaat het genietend fietsen onverminderd door. Of wordt het zelfs nog mooier? Direct na Steingaden beklimmen we een Aussichtspunt en krijgen vanaf het heuveltje een 360 graden blik over het landschap dat letterlijk aan onze voeten ligt. Dat modelleren ze hier goed. Het lijkt alsof een landschapsarchitect zich er persoonlijk tegenaan heeft bemoeid en exact heeft aangewezen waar de boerderijen, de houten schuren, de bomen en de weilanden geplaatst moesten worden.

Na Roßhaupten maken we weer een extra zwiep. Via Zwieselberg. We waren al de hele dag verwend, maar hier lijkt het alsof we door de Duitse versie van Toscane rijden. Met Beierse attributen. Dus geen cipressen maar loofbomen en geen boerderijen van terracotta maar  van verweerd hout: stokoude, zwarte houten balken en planken.

Supercombi: trein + fiets

Om de namiddag vrij te kunnen houden voor een verkenning van Füssen city, smokkelen de tweede dag dag eerst veertig kilometer met de trein tot Kaufbeuren. De fietsen kunnen probleemloos mee; de wagon is als een ruime fietsenstalling. Na een Kaffee und Kuchen in Kaufbeuren haken we aan op de Schlossparkradrunde, die met ons weer terug naar Füssen slingert. (Deze ‘Kastelenparkronde’ telt in totaal 220 kilometer en voert door elf stadskernen. Het is hier wat je noemt einfach davon fahren.)

Het tracé dat wij fietsen, rijgt dorpjes en gehuchten aan elkaar die in het landschap verspreid liggen. Het is mooi, het glooit, het is Natur pur. Heel voorzichtig trekken we een eerste conclusie, we zijn immers pas twee dagen aan researchen.  Maar het lijkt erop dat dit stukje Duitsland extra interessant is voor fietsers omdat je hier kunt fietsen à la Française. Op zijn Frans? Inderdaad, want ook hier kun je kiezen uit een web van honderden boerenlandweggetjes. Een netwerk van slingerpaadjes dat je de vrijheid geeft om ‘zo maar’ wat te fietsen. Geen sloot of hek dat je tegenhoudt.

Bos, single track, avontuur

Weer helemaal anders wordt de derde fietsdag als we Füssen via een poortje aan het Magnusplein verlaten. Van de Middeleeuwen fietsen we direct een bos in dat zich vastklampt aan de hellingen van de Weißenseeberg. Af en toe horen we de rivier de Lech beneden ons stromen. De eerste kilometers twijfelt het loof tussen een rommelig park en een flauwe poging tot bos. Maar al gauw wordt het een bosbos, fietsen we over single track en moeten we serieus onze stuurskills aanspreken. Onze toerfietsen van het merk Diamant (sinds 1885!) tonen zich, gelijk Transformers van Cybertron, van een heel andere kant.

In een pittig tempo koersen we met deze semi-mountainbikes door het ruige terrein. Dankzij de extra power uit de accu (standjes Sport en Turbo) knallen we niets ontziend omhoog over keien en wortels, en door de modder. Met een 100% human powered mountainbike hadden we dit nimmer gered. Uiteindelijk wordt het zo steil dat het alleen voor geoefende wandelaars te doen blijft. Zij mogen de shortcut nemen, omhoog naar de ruïne van slot Falkenstein. Wij nemen ons verlies en besluiten braaf door het dal en langs de rivier de Vils verder te fietsen. Minder stoer, maar wel rete idyllisch. Via een omweg, die ons ongemerkt door Tirol, Oostenrijk voert, komen wij tenslotte uit bij het slot.

Halverwege de klim naar slot Falkenstein. Het kost wat inspanning, maar daar krijg je veel voor terug.

Over asfalt maar ten koste van flinke inspanningen omdat we expres zoveel mogelijk van de e-standjes afblijven – ook als het stijgingspercentage de 11% nadert. Goed voor de conditie. Het bouwwerk uit 1059 is meer ruïne dan slot. Uithijgend op 1277 meter hoogte, snappen we meteen waarom koning Ludwig II – het genie achter Neuschwanstein – hier een tweede optrekje wilde laten bouwen: het uitzicht past amper op ons netvlies. Slechts zijn plotselinge dood voorkwam de bouw van Disneyland II. Gelukkig was de weg er naar toe toen al wel aangelegd, zodat iedereen nu omhoog kan slingeren.

Alleen een blauwgeverfde Milka-koe ontbreekt

Met de kin op het stuur en het hol open tikken we in de afdaling de 64 kmh aan. Maximaal geconcentreerd. Remmen vóór de bocht, niet in de bocht. Terug in het dal kiezen we niet voor het bewegwijzerde fietspad naar Füssen, maar voor een boerenlandweggetje dat loom door de alm (= bergweide) kronkelt. Alleen een blauwgeverfde Milka-koe ontbreekt nog; wat een reclame voor dit fietswalhalla. Via de Weißensee (niet te verwarren met het veel grotere zusje in Oostenrijk) waarvan het water op sommige plekken een wonderlijke, mintgroene kleur aanneemt, maken we de cirkel rond. En dat vieren we in Il Pescatore, een Italiaans restaurant.

Op naar Oostenrijk: de Lechtal Radweg

Niet dat we uitgekeken zijn op Duitsland, integendeel. Maar Füssen ligt strak tegen Oostenrijk aan. Dus waarom ook niet even Tirol meepikken? Ook bij deze keuze wordt het ons makkelijk gemaakt: we doen een stuk van de Lechtal Radweg die er ook weer perfect bijligt. De eerste 12 kilometer tot Reutte is er af en toe wat meer autoverkeer omdat de rivier, de trein, de autoweg en het fietspad zich alle door dezelfde  kloof moeten persen, maar dat is het dan wel ook zo’n beetje.

Deze route is gemaakt voor toerfietsers, maar ook racefietsers kunnen hier hun hart ophalen. Op en neer naar het Tiroler Steeg trap je 120 kilometer weg. Maar als je dat te ambitieus vindt kun je een deel met de knalgele Rad- en Wanderbus doen. In deze bus mag dus ook je fiets mee.

Omdat wij wat meer wat hoogtemeters willen maken, slaan wij bij Vorderhornbach rechts een ander dal in  en volgen de beek en weg tot het hoger gelegen Hinterhornbach. In de winter is het een midget-skigebied om in golftermen te spreken. Een wintersportbestemming gemaakt voor liefhebbers van het betere Langlaufen.  In de zomer is het een levende ansichtkaart met een schattig kerkje, zeven huizen, een dorpspomp en een hotel-restaurant dat frische Fische serveert.

De rivier de Lech die de Oostenrijkse Rijkswaterstaat nog lekker zijn gang laat gaan.
De rivier de Lech die de Oostenrijkse Rijkswaterstaat nog lekker zijn gang laat gaan.

De weg terug gaat grotendeels over dezelfde bewegwijzerde route. Na Stanzach koersen we via Almdorf Fallerschein huiswaarts. Dat blijkt een goede zet: het uitzicht is ondanks dat de Lechtal Radweg nabij blijft, compleet anders.

Terug in Füssen weten we het na onze fietsvierdaagse zeker: Allgäu is gemaakt voor iedereen die van fietsen houdt. Van electropeddelen tot hardcore hill climb. Én voor iedereen die van gastvrije mensen, lekkere hotelletjes, luxe campings, puike restaurants en heel, heel veel ruimte en gezonde lucht houdt.


Informatie

Algemene, toeristische informatie over Füssen.

Fietsen rond Füssen

Fietsverhuur Easy Tours

Fietshotels onder andere Hotel Filser en Hotel Sommer.

Restaurants

Italiaanse keuken of wildmenu bij Hotel Hirsch.


Lees hier alle reisverhalen en reistips over Duitsland


 

Advertentie

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Plaats je reactie
Vul hier je naam in