Advertentie
Win dit Colmar Jack

Een trektocht naar het ware dak van Afrika

Een reisverhaal van Jan Bakker

Een trektocht op rubberlaarzen? Ik moest een beetje gniffelen toen iemand mij dit aanraadde voor een meerdaagse tocht in het Rwenzorigebergte, die ook wel de “Mountains of the Moon” worden genoemd. Aan de andere kant wandelen de Noren, een buitenvolk pur sang, ook op laarzen door de Noorse fjells. Bovendien betekent “Rwenzori” regenmaker. Misschien moet ik het advies serieus nemen?

Wandelen Rwenzori
Een glibberig pad door een Lord of the Rings-achtig woud.

Eerste bergexpeditie op de evenaar

Ik heb in mijn leven op veel verschillende plekken trektochten gedaan, van tochten boven de poolcirkel tot beklimmingen op grote hoogtes in de Himalaya. Dit is de eerste keer dat ik een bergexpeditie doe op de evenaar. Ik ben in het slaperige bergdorpje Kilembe in het westen van Oeganda. Het is zo ongeveer exact het middelpunt van het Afrikaanse continent en het startpunt van de glibberige bergpaadjes die door Afrika’s hoogste bergmassief kronkelen. Het plan is om het hoogste punt van het massief te beklimmen, Margherita Peak. De top is onderdeel van de complexe berg Mount Stanley, vernoemd naar de Britse ontdekkingsreiziger Henry Morton Stanley, die als eerste het bestaan van een met ijs en sneeuw bedekt gebergte bevestigde in het hart van Afrika. Margherita Peak is 5109 meter hoog en is daarmee Afrika’s op drie na hoogste berg.

Het plan is om het hoogste punt van het massief te beklimmen, Margherita Peak

De grens van de Rwenzori bergen, een nationaal park dat op de UNESCO werelderfgoedlijst staat, is overduidelijk. Landbouwgrond verandert abrupt in onaangetast regenwoud. Ik stap in een andere wereld waar de geluiden van menselijke beschaving (honden die blaffen, een kettingzaag, mensen die schreeuwen) ogenblikkelijk worden verruild voor junglegeluiden (zoemende insecten, zingende vogels en brullende apen).

Tropisch regenwoud Rwenzori
Tropisch regenwoud aan de voet van het Rwenzorigebergte

We volgen de Kilembe Trail

Ik ben op reis met mijn zus Anita, die in de buitensportsectie van een CIOS als opleider werkt. De laatste jaren is zij een van mijn beste reismaatjes geworden, aangezien we beide een passie hebben voor avontuurlijke sporten. Normaal gesproken gaan we altijd zelfstandig op pad, maar hier zijn we verplicht de tocht georganiseerd te doen. We volgen de Kilembe Trail, die wordt beheerd door Rwenzori Trekking Services. Alleen via hen krijgen we toegang tot deze route. Ze hebben een netwerk van smalle paden dwars door het dichte regenwoud aangelegd die toegang verschaffen tot de hoogste pieken van het Rwenzorigebergte, en van Afrika.

Zes van de tien hoogste bergen van het Afrikaanse continent liggen in dit bergmassief. Op strategische locaties op de route zijn simpele berghutten gebouwd zodat trekkers hun tent niet op de drassige ondergrond hoeven op te zetten. We generen ons een beetje voor de hoeveelheid dragers die meegaan op onze expeditie, ik geloof dat het rond de tien personen zijn. Maar het is goed om te realiseren dat onze trip een inkomen verschaft in een gebied met weinig werkgelegenheid. Na wat formaliteiten in het houten kantoortje van de Uganda Wildlife Authority beginnen we de trektocht op een goed begaanbaar pad met meer dan vierduizend hoogtemeters klimmen in het verschiet.

Hangend aan boomwortels

We boeken snel vooruitgang en al snel bereiken we de Sine hut op een hoogte van 2600 meter. De paden zijn tot dusver in goede staat, maar het ziet ernaar uit dat we hier de wandelschoenen moeten verruilen voor de belachelijk gemaakte laarzen. Het modderfestijn is begonnen. Bernard, onze lokale gids, vertelt dat het regenseizoen ongebruikelijk veel langer heeft geduurd dan normaal. De meeste paden zijn nog niet opgedroogd en de verwachting is dat de grote hoeveelheid water en modder onze tocht zou kunnen vertragen. Slechte stukken zijn op geïmproviseerde wijze met planken en grote takken bedekt. Uitglijden of je balans verliezen is hier geen optie.

Het pad wordt steiler en we klauteren het laatste stukje, hangend aan boomwortels, naar de Kalalama hut. Het is een simpel limoenkleurig gebouwtje en ziet er als nieuw uit. Nadat we de hartige maaltijd, bereid door ons lokale team, naar binnen hebben gewerkt kruipen we onze slaapzakken in, luisterend naar de oerwoudgeluiden.

Rwenzori hut
Uitblazen na een dag ploeteren door de modder.

Sprookjesachtig

We vertrekken vroeg en klimmen verder op de steile, dichtbegroeide bergrug. We bevinden ons in de Heather Rapanea zone. Het is een sprookjesachtige plek waar bomen bedekt zijn met lange slierten mos. Enorme kliffen aan beide zijden van de vallei verdwijnen in de wolken. Het is niet een pad waar je op je gemakje het landschap kan bewonderen. Iedere stap vereist concentratie en een misstap resulteert in een nat pak of een modderbad. Het vergt veel mentale energie en ik realiseer me dat dit een van de meest uitdagende trektochten is die ik tot dusver heb gedaan.

We houden het droog tot aan Mutinda Camp op 3582 meter hoogte. Drie verschillende hutten zijn verbonden met vlonders boven een modderpoel. Anita en ik zijn enthousiaste kampeerders maar we zijn blij dat we iedere nacht in een hut slapen. Een onweersbui trekt over het kamp en het geluid van de zware donderslag geeft ons een ontzettend nietig gevoel onder het dunne golfplaten dak.

Modderpaden
Rubber laarzen zijn noodzakelijk met zoveel modder tot aan de knieën.

Onderweg naar Mount Baker

De volgende twee dagen lopen we naar het basiskamp voor de beklimming van de 4843 meter hoge Mount Baker. Het landschap is nu veel weidser en we doorkruisen grote stukken moeras waaruit ontelbare Reuzenlobelias steken. Het meebrengen van rubberlaarzen is waarschijnlijk het beste wandeladvies dat ik ooit heb gehad. Geen natte voeten en veel comfortabeler dan gedacht. Ondanks het oneven terrein en lange wandeldagen heb ik nog geen blaren opgelopen.

Het meebrengen van rubberlaarzen is waarschijnlijk het beste wandeladvies dat ik ooit heb gehad

We spenderen onze eerste nacht boven de vierduizend meter in Bugata Camp. Het is een vrij spartaanse hut op een winderig bergplateautje met in potentie een fantastisch uitzicht. Helaas gooit het druilerige weer roet in het eten en we moeten het doen met motregen. De wandeldag naar Hunwick’s Camp is relatief kort maar kent een pittige oversteek over de besneeuwde 4450 meter hoge Bamwanjara pas, de eerste sneeuw die we zien op deze trektocht. We dalen af naar Hunwick’s Camp, gelegen in een bijna buitenaards landschap. Het kijkt uit over een vallei met alle tinten groen die je kunt voorstellen en is omgeven door de spitse toppen van Mount Stanley en Mount Baker.

Sneeuwgrens
De sneeuwgrens ligt op zo’n 4450 meter, vlakbij de Bamwanjara Pas.

Topdag

De topdag van Mount Baker is niet veel beter dan de voorgaande dagen. De hele berg is geheel gehuld in een dik wolkendek en als we de hut verlaten begint het ook nog eens te regenen. Gister liet Mount Baker zich even zien. De scherpe graat zag er complex uit, als een soort slapende draak. Aan de voet van de berg kijken we omhoog naar de natte, gladde, met mos bedekte rots. Hogerop banen we ons een weg op de flanken van Mount Baker, een waar labyrint van kleine couloirs, verticale wanden en grillige rotsformaties. Er is geen logische route. Bernard heeft een touw meegenomen en we zijn blij dat we deze kunnen gebruiken voor de luchtige passages.

De afdaling is extreem en vergt fysiek en mentaal het uiterste van ons in deze omstandigheden

Dichter bij de top zijn vaste, maar behoorlijk versleten, touwen aangelegd als zekering. Na vier uur klimmen bereiken we de top van deze enorme rotspartij. Margherita Peak ligt recht tegenover ons maar het zicht is nul. De afdaling is extreem en vergt fysiek en mentaal het uiterste van ons in deze omstandigheden. Ik kan me niet herinneren dat ik een berg beklom waarbij de afdaling langer duurde dan de klim.

Klimmen Rwenzori
Mount Baker is een flinke klauterpartij op natte, gladde rots.

Mount Stanley, Oeganda’s hoogste berg

Het volgende doel is Margherita Camp, het laatste kamp voor de beklimming van Oeganda’s hoogste berg. De hut ligt in de schaduw van de rijzende torens van Mount Stanley. Dit is de locatie van waar de Hertog van Abruzzi de eerste beklimming maakte van de berg in 1906. We volgen zijn route naar Margherita Peak met een traverse van twee gletsjers en een klauterpartij vlak onder de top. Een alpiene start is essentieel om smeltende sneeuw en slecht weer in de middag voor te zijn. Om drie uur ’s nachts haalt de wekker ons op brute wijze uit onze slaap. Met tegenzin proberen we de havermoutpap naar binnen te werken en dan is het game on.

Anita en ik voelen ons sterk en sneller dan verwacht bereiken we de eerste gletsjer waar we de stijgijzers om doen. Het is een eenvoudige traverse en we vervolgen onze weg naar de grootste gletsjer. De mond van de gletsjer is een steile klim op hard, blauw ijs. Ik realiseer me dat ik mijn voorste punten scherp had moeten slijpen. Ik heb moeite de stijgijzers in het ijs te schoppen. Als we op het vlakke deel van de gletsjer stappen horen we een dof voemp geluid, alsof de gletsjer in zijn geheel een paar centimeter inzakt. Dit is misschien niet eens zo ver verwijderd van de waarheid.

De afgelopen vijf decennia heeft de Margherita gletsjer veel van zijn lengte verloren en de ijsmassa blijft zich in hoog tempo terugtrekken waardoor het oppervlak onstabiel is

De afgelopen vijf decennia heeft de Margherita gletsjer veel van zijn lengte verloren en de ijsmassa blijft zich in hoog tempo terugtrekken waardoor het oppervlak onstabiel is. Met samengeknepen billen klimmen we langzaam door terwijl achter ons de zon opkomt boven het lager gelegen regenwoud. Het is surreëel te bedenken dat we op een gletsjer lopen vrijwel direct op de evenaar. Links passeren we de pilaar van Alexandra Peak (5091 meter) en we traversen naar de laatste deel van de klim van de iets hogere satelliettop van Margherita Peak.

Donkere wolken vanuit Congo

Het is nog steeds zonnig maar vanaf de Congolese zijde pakken donkere wolken zich samen. Na het nemen van de topfoto’s haasten we ons naar beneden. Onze touwgroep daalt snel af via ijs en rots naar de veilige ondergrond van het kamp en verder naar de dikkere lucht van Hunwick’s Camp.

Gletsjer Margherita Peak
De beklimming van Margherita Peak via de Margherita gletsjer.

Het is nog steeds een lange weg te gaan naar Kilembe en we kiezen een andere route terug. Vanaf Hunwick’s Camp volgen we een geërodeerd modderspoor dat zigzaggend zo’n 500 hoogtemeters richting de Oliver’s pas opgaat, een onaangename verrassing na de vermoeiende topdag van Margherita Peak. Geïmproviseerde ladders maken sommige verticale passages toegankelijk. De afdaling van de pas is een lang, glibberige pad langs de Nyanwambo rivier. De blubber van de eerste dagen was een technische uitdaging, maar afdalen in dit type terrein op rubberlaarzen is simpelweg extreem. We doorkruisen de rivier, die van stroompje is gegroeid tot een razende watermassa, meerdere malen. Het is allemaal de moeite waard. De mistige vallei is magisch met de lage wolken dansend rond de kalksteen monolieten.

De mistige vallei is magisch met de lage wolken dansend rond de kalksteen monolieten

We bereiken het laatste kamp in de Heather Rapanea zone relatief vroeg en spenderen de rest van de middag bij een knetterend kampvuur met de ware helden van deze tocht, de dragers. De laatste etappe naar Kilembe is een afdaling van zo’n 2000 hoogtemeters, en na een acht uur durende slopende wandeldag lopen we het dorp in, op zoek naar een wel verdiend koud biertje.


Lees hier meer verhalen over reizen in Afrika


 

Advertentie
Roandreizen van Pharos Reizen

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Plaats je reactie
Vul hier je naam in