Zoals ik in mijn vorige verhaal al schreef, hebben mijn vrienden me zoveel moois laten zien, dat ik het onmogelijk in een artikel met jullie kon delen. Hieronder lees je deel twee.

Fietsend de berg op

Michael fietst. De bergen op, zoals hij het in Zwitserland als jonge jongen al deed, is hij hier in zijn element. Opgegroeid in ons vlakke land, met altijd tegenwind, ben ik heus wel wat gewend. Maar klimmen is geen liefhebberij en heb ik na een ervaring in de Eifel, waar ik het gevoel had eerder achter- dan vooruit te gaan, al gauw opgegeven. Op zijn uitnodiging een tochtje te maken zei ik, tot mijn verbazing zonder aarzeling, ‘ja’. Michael heeft een fietsenwinkel. Thuis staan er een paar voor privégebruik. Een passend exemplaar vinden is geen probleem.

Manfred en zijn 25-jarige stiefzoon, gaan we onderweg tegenkomen om samen de uitdaging (in ieder geval voor mij) aan te gaan. De tocht begint langs de inmiddels bekende drukke weg maar zodra we die achter ons laten, rijden we door rustige kampongs waar kinderen onder het toeziend oog van (groot)ouders aan het spelen zijn. Het wegdek is ook hier voor Indonesische begrippen glad en het zoeft aanvankelijk lekker.

Langs rijstvelden en vergezichten met bergtoppen. Plaatjes die nooit vervelen. De eerste hellingen kan ik wonderwel makkelijk nemen. Dat stemt me vrolijk. Zeker als ik dit een tijd volhoud zonder uit het zadel te hoeven komen.

De twintiger doet me dat niet na. Ha! Deze senior doet het zo slecht nog niet. Ik zou er bijna overmoedig van worden.

Hoewel het klimmen redelijk wordt gecompenseerd met wat afdalingen gaat de vermoeidheid, in combinatie met de temperatuur zijn tol eisen. Na een helling die ik lopend met wiebelige benen deed, moet ik rusten. Michael gaat opzoek naar drinken en zoets. Manfred kijkt hoever we nog moeten. ‘Vijf kilometer’, zegt hij. ‘4.9 om precies te zijn’, voegt hij er monter aan toe.

Door naar onze eindbestemming

Als Michael terugkomt kijkt hij me bezorgd aan en vraagt of ik misschien liever rechtsomkeert maak. Daar wil ik natuurlijk niets van horen, onze eindbestemming is immers een waterval! Bovendien heb ik ook nog wel wat trots. Dus nadat mijn hartslag weer normaal is en de dorst gelest, kunnen we door. Het valt me op hoe we onderweg vriendelijk worden gegroet. Een dame op een met tassen bepakte scooter, haalt ons zwaaiend en vriendelijk lachend in. Volgens mij kent ze de mannen. Ik besluit het pas te vragen als we klaar zijn met de fysieke inspanning.

Bij de rivier zetten we, onder het toeziend oog van een paar bewoners, onze fietsen neer. Mijn vrienden blijken inderdaad de mensen te kennen. Zij spreken de taal, Soendanees, vloeiend en kunnen vragen die gesteld worden (waar komt ze vandaan, is ze familie van jullie), beantwoorden. Dat we nog een stukje moesten lopen, wist ik wel. Hoeveel, daar had ik geen idee van. Ik grap dat de verrassing is dat we nu zeker nog tien kilometer te gaan hebben waarbij Michael inkopt dat dit niet het geval is, maar `alleen nog een wand moeten beklimmen`. Hij gebruikt het Duitse woord. Klettern.

We waden door de rivier, lopen langs een dorpje van 5 huizen (het blijft me verbazen dat zelfs in dit soort uithoeken mensen wonen) en gaan een bamboe bruggetje over alvorens ik het water in de verte hoor. Het geeft me energie te weten dat het einde nu in zicht is. Met goede moed stap ik het laatste stukje door. Nog voor ik de waterval zie, sta ik oog in oog met de dame van de scooter. Ze heeft hier een kleine warung en zal voor ons gorengan bakken, terwijl wij verkoeling zoeken in het water. Wat een aangename verrassing!

De eindbestemming!

Na het frisse water, de warme hapjes en thee gezoet met palmsuiker, vallen mijn ogen dicht. Heerlijk ontspannen neem ik nadien nog een duik. Opgeladen voor de terugtocht. Maar zo makkelijk kom ik niet weg. Midden in de rivier is een grote rotst. Hier is een groep jongelui neergestreken. Ze wuiven en vragen me erbij te komen zitten. Het eten dat ze vers bereid hebben, willen ze graag met mij delen.

Eten afslaan is onbeleefd en bovendien een teleurstelling voor de gastheer en -vrouw, dus ik eet wat van de rijst, gebarbecuede kip en een smakelijke kroepoek die ik nog nooit geproefd heb. In mijn beste Indonesisch heb ik een klein gesprekje, totdat het echt tijd is om richting huis te gaan. Daar zie ik wel wat tegenop, maar de berg af is natuurlijk een stuk makkelijker.

Ze bakte gorengan voor ons

Zeeschildpadden opvang in Batu Hiu

In Batu Hiu, een kuststrook ten westen van de stad, is een schildpadden opvang. Zeeschildpadden! Wat het is met deze dieren, weet ik niet, maar ze tegen te komen in hun natuurlijke omgeving ontroert me. Ik heb een paar keer, snorkelend, geluk gehad. Nu zie ik oudere, gewonde, dieren in een bassin. Ze worden liefdevol verzorgd totdat ze weer terug kunnen naar de oceaan. In kleinere bakken zwemmen de jonkies. Zij werden een paar maanden geleden, toen ze nog in het ei zaten, gered uit handen van stropers. Want ja, schildpad eieren zijn geld waard…

Panji, de man die hier, na het overlijden van de oprichter, een paar jaar geleden de leiding overnam, vertelt me alles wat ik weten wil. Waar de eieren zijn gevonden, hoe een nieuwe partij ligt ingegraven en hoe diep. Temperatuur bepaalt het geslacht. Als ze aan de oppervlakte liggen worden het vrouwtjes, liggen ze dieper en dus koeler (met een temperatuur van maximaal 27 graden), komen er mannetjes uitgekropen.

Het instituut is gerenommeerd en jaarlijkse komen er tientallen studenten onderzoek doen. Ook internationaal staat het goed bekend. Dat zie je er niet aan af. Zoiets zou in Europa in een mooi gebouw gehuisvest zijn, met allerlei faciliteiten. Hier kunnen ze maar net rondkomen en slapen de studenten met zijn allen in ruimtes die overdag dienstdoen als kantoor. Matrasje op de grond is voldoende. Panji vertelt dat binnenkort de jongste telgen bevrijd gaan worden. Een happening waarbij ook meteen aandacht gevraagd wordt voor het plastic probleem. Er zullen sprekers komen, er is muziek en een film wordt getoond waarin een groep die op Bali actief is laat zien hoe zij met de situatie omgaan. Natuurlijk ga ik van de partij zijn.

Als ik bij het strand aankom om de bevrijding gade te slaan, ben ik niet bepaald de enige. Naast een enkele bewoner is het strand vol met jongeren. Natuurlijk zijn daar de studenten die met de schildpadden hebben gewerkt, maar er blijken nog veel meer studenten in de omgeving actief. Later, als ik met een groep een kop theedrink, wordt mij uitgelegd hoe diverse disciplines samenwerken aan een project waarbij aandacht is voor toerisme en ecologie. Ieder kan vanuit zijn of haar richting iets toevoegen.

Een geanimeerd gesprek ontstaat waarbij ze willen weten hoe het is om solo te reizen en waarom ik Indonesië zo’n fijn land vind. Als ze horen dat ik psychotherapeut ben worden ze nog nieuwsgieriger. Hun begeleider vraagt of ik al een beetje kan inschatten hoe hij in elkaar zit. Wanneer ik wat observaties uit, is hij verbaasd over de accuratesse. Het maakt dat de jongeren zich meer openstellen en persoonlijke worstelingen delen. Het wordt mij tijdens deze reis helder hoe de generatie worstelt met autonomie versus traditionele conventies.

Het is tijd om naar de zee te gaan

Maar, terug naar de zeeschildpadden. Ze worden in een doos van piepschuim naar het strand gebracht. Het is een hele optocht vanuit het observatiecentrum naar de kust. Mijn vriend Panji spreekt de menigte toe alvorens de deksel eraf gaat en de kleintjes in het zand worden gezet. Zijn sprankelende ogen getuigen van bevlogenheid en passie.

Dan is het zover, de peuters, waarvan er maar een paar het gaan overleven, zetten koers richting zee. In de branding verdwijnen een aantal zonder moeite uit het zicht terwijl anderen worstelen en teruggespoeld worden, het strand op. Als uiteindelijk het laatste dappere kleine diertje vertrokken is, word ik even overspoeld met een gevoel van weemoed.

Lees hier meer verhalen over Azië

4 Reactie op “Caroline in Indonesië | Nog steeds aan de zuidkust van centraal Java”

  • Bertus
    29 januari 2023 at 07:12

    Met belangstelling geluisterd Caro, ik voelde me erbij, geweldig verslag! XXX 👌😘

    • Caroline Hoek
      Caroline Hoek
      29 januari 2023 at 15:15

      Oh, wat fijn te horen!! Dank je XX

  • Nerina De krijger
    27 januari 2023 at 10:04

    Weer prachtig geschreven. Bedankt dat je dit zo mooi mag delen zodat anderen met je mee kunnen reizen

    • Caroline Hoek
      Caroline Hoek
      27 januari 2023 at 15:33

      Wat lief! Dank je wel X

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.