Deze nacht heb ik doorgebracht aan de oever van de Nam Theun. Een van de rivieren waarop de spraakmakende dam een negatieve invloed heeft. Hoe dan ook, ik geniet van een heerlijke mango sticky rice als ontbijt, met uitzicht over rimpelloos water. Zwaarbeladen bootjes varen voorbij. Op het veldje dat bij het kleine hotel hoort, staan een paar tentjes waar families de nacht hebben doorgebracht. Een gezellige bedrijvigheid om vanuit mijn luie positie te observeren.

De plek spreekt me aan en ik had best nog een nacht willen blijven. Maar ja, ik word vanavond bij Nana verwacht. Morgen brengt de nachtbus me terug naar Vientiane vanwaar ik met een binnenlandse vlucht richting noorden ga.

Aan de oever in Thalang

Vandaag de laatste etappe!

Het wordt opnieuw kilometers vreten met hier en daar een stop. Ditmaal ben ik vastbesloten een waterval te bezoeken. Of die nu in volle glorie is of niet. Op de route ligt ook een wandelpad dat `orchid path` wordt genoemd. Het belooft mooie vergezichten. De afgelopen dagen heb ik weinig lichaamsbeweging gehad. Daar wil ik vandaag wel wat verandering in brengen.

Mijn telefoon kan niet meer in de klem, die heeft het gisteren met het opvangen van al de klappen, begeven. Dus ik probeer voor vertrek de route in mijn hoofd te hebben. Die is op zich niet zo ingewikkeld, maar ik wil een ijkpunt voor de eerste stop. Als ik die nader zie ik een bord met, je raadt het al, wederom nauwelijks leesbare tekst. Rechts van de weg is een afslag die naar het pad zou moeten leiden. Zo’n honderd meter verder houdt het op. Een vervallen houten huisje heeft waarschijnlijk ooit dienstgedaan als informatiepunt.

Van een pad is niets te vinden. Dan maar weer de weg op en mijn route voortzetten richting de Song Sou. Onderweg laat ik het `Ghost boat restaurant` links liggen. Gisteren heb ik plaatsen met tot de verbeelding sprekende namen als ‘Wailing Ghost Cliff’ en ‘Dragon Cave’ overgeslagen. Niet in de stemming voor een uitzichtpunt of zoveelste grot.

Song Sou waterval ligt een eind van de doorgaande weg af, zo blijkt. Met een rustig gangetje tuf ik over een zanderige weg vol hobbels en kuilen. Soms vraag ik me af of ik wel goed zit, want het eindpunt laat op zich wachten. Daar aangekomen zit er een meneer in een hokje dat zover ik kan inschatten, niets met de waterval te maken heeft. Het is geen onderdeel van een nationaal park, dus de toegang is vrij.

Wat hij daar doet is me een raadsel, maar ik ben wel blij hem te kunnen vragen of ik links of rechts moet aanhouden om, lopend, want hier houdt de weg op, de waterval te bereiken. Ik weet niet wat het is, maar ik voel me altijd lekker met het rugzakje op. Een vertrouwd gevoel. Alles wat ik nodig heb zit erin. Meer dan 7 kilo aan kleding en toiletspullen is echt niet nodig. Dat ik er wat overheen zit komt door de laptop.

Bepakt stap ik over de rotsen en een oude gammele brug. Na een beetje klimmen en klauteren komt een bassin in zicht. Er is een jonge vrouw aan het zwemmen terwijl haar vriend op een rots zit. Ze begroeten me vriendelijk. Dan weet ik nu bij wie de scooter hoort waar ik de mijne naast heb gezet. Ze wat privacy gevend en mijn nieuwsgierigheid tegemoetkomend, loop ik verder. Water kletteren hoor ik niet en zal ook niet gaan gebeuren. Op verschillende niveaus kan er nog steeds in helder water gepoedeld worden, maar er is slechts een klein stroompje dat via de rotsen zijn weg naar beneden vindt. Dat het hier indrukwekkend is tijdens een ander seizoen kan ik me wel voorstellen.

Het zicht blijft fraai en de sfeer is prettig, dus ik neem de tijd. Eerst het een en ander af- en uitdoen. Al is het maar een klein stukje stof, zonder iets het water in voelt veel prettiger. Dus in mijn nakie glijd ik loom de poel in. Heerlijk zo te kunnen zwemmen tussen nieuwsgierige visjes die niet lijken te schrikken van mijn aanwezigheid. Mijn nieuwe iPhone zou waterdicht zijn. Zal ik het uitproberen en een filmpje maken? Vind ik best spannend, want toen ik vorig jaar met mijn net in Indonesië gekochte telefoon in een speciaal beschermhoesje ging snorkelen was het misgegaan. De pracht die ik op Karimunjawa onder water tegenkwam, had ik graag met anderen gedeeld. Helaas eindigde het nieuwe mobieltje in de prullenbak.

Wanneer ik net weer opgedroogd en aangekleed ben komen er andere reizigers mijn kant op. Het blijkt een jong koppel uit Oostenrijk dat al bijna een half jaar op pad is. Ze maken gebruik van Workaway. Via de app kun je vrijwilligerswerk in de buurt vinden, waarbij je doorgaans als tegenprestatie overnachting en eten krijgt. Op deze manier hoeven ze hun spaargeld nauwelijks aan te spreken. Hoelang ze nog onderweg gaan zijn weten ze niet.

Voorlopig bevalt het hen prima en hebben ze nog een boel op hun lijstje staan. Het brengt me op een idee voor de volgende reis, later dit jaar. Het lijkt me een hartstikke leuke manier van mensen ontmoeten en dichterbij de cultuur te komen. We wisselen voor we afscheid nemen, Instagram accounts uit zodat we elkaar kunnen volgen.

Onderweg naar huis

Verzadigd en dorstig

Verzadigd van alle indrukken, maar dorstig, besluit ik vandaag niets meer te bezichtigen en zet koers richting Nana. De enige stop die ik nog wil maken is bij een eetgelegenheid. In het voorbijrijden hoor ik muziek. Dat wekt altijd mijn nieuwgierigheid. Er blijkt een groep aan een lange tafel te zitten. Hun vermaak, naast de maaltijd, is karaoke. Ze zingen Laotiaans vermoed ik. Het ligt lekker in het gehoor en stilzitten wordt lastig.

Een van de mannen, want dat zijn het vooral, maakt zich los en komt een praatje maken. De volgende die naar mijn tafel komt vindt dat we erbij moeten komen zitten. Puur uit nieuwsgierigheid ga ik op de uitnodiging in.

De sfeer spreekt me niet helemaal aan. Uit de paar woorden Engels die ze spreken maak ik op dat ze bij de politie werken. Derhalve kan ik hen vertrouwen, wordt eraan toegevoegd. Er is zelfs een collega uit Vietnam bij.

Inwendig lach ik om de vanzelfsprekendheid waarmee ze menen betrouwbaar te zijn. Ze hebben te diep in het glaasje gekeken en de paar dames aan tafel zijn niet bepaald collega’s.

De serveerster is duidelijk geïrriteerd en houdt de mannen zover mogelijk op afstand. Natuurlijk krijg ook ik de microfoon in handen geduwd en blijven ze me, ondanks mijn afwimpelen, bier aanbieden.

Als mijn drankje op is en het liedje klaar, vind ik het wel genoeg. Tijd om huiswaarts te gaan.

Vlakbij mijn eindbestemming zie ik een groepje novicen, aangevoerd door een monnik, langs de weg lopen. Het is nog niet eerder gebeurd dat ik de in oranje gehulde mannen buiten de stad zag. Het is warm en ik kan me voorstellen dat ook zij wel wat drinken kunnen gebruiken. Gauw rijd ik naar Nana om te vragen wat de regels zijn. In Vientiane had ik ze in alle vroegte gezien om hun bedelnap te vullen. Maar hoe het er verder aan toe gaat is mij onbekend.

Midden in de winkel hangt een wieg

Ze antwoordt bevestigend dat ik water mag geven en wat geld. In het winkeltje op de hoek, waar in een schattig wiegje de baby ligt te slapen, koop ik een grote fles. Hopend dat ze nog aan de wandel zijn rijd ik zo snel mogelijk terug. Een beetje onwennig sta ik even later oog in oog met de leider. Het water en geld neemt hij in ontvangst. Engels spreekt hij niet en ik merk dat hij bovendien geen pauze wil inlassen om de jongens te laten drinken.

Ras zet hij de tocht voort. Naar waar, ik heb geen idee. Ook Nana niet, als ik haar ernaar vraag. Soms zijn er samenkomsten of is er een soort studiereis. Dat is alles wat ze me vertellen kan. Ik hoop nog eens wat meer tijd bij een tempel te kunnen doorbrengen om met een monnik te praten, want realiseer me dat ik er bar weinig over weet.

Lees hier alle verhalen over reizen in Laos

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.