ADVERTENTIE
Advertentie
Klik hier voor meer informatie over duurzaam reizen naar Zwitserland

Reisverhaal Mongolië | De baarmoedergrot

Een verhaal van Myra de Rooy

De eerste keer dat ik bewust door het ‘Geboortekanaal’ kroop, was tijdens mijn studententijd. Vijf kilometer stroomopwaarts van Dinant bieden de kalkrotsen van Freyr een klimparadijs. Fysieke inspanning wordt hier gekoppeld aan een verbintenis met klimmaatjes – verbonden door een touw elkaars leven in handen houden. De klimroutes hebben intrigerende namen zoals het Zeepbakje, Les Pierre Tombees, Tete de Lion en L’Amour.

Met die laatste heb ik een haat-liefdeverhouding, ik maakte in die route een voorklimmersval en brak een enkel. Van al die klauterroutes in Freyr wijkt er eentje af, niet loodrecht omhoog of een traverse, maar dwars door een rotsmassief heen. Een simpel stukje klimmen eindigt bij een gapend gat, dat toegang geeft tot een vijftien meter lange natuurlijke tunnel. Daar moet je op je buik doorheen tijgeren. Aan het einde van het Geboortekanaal glooit licht.

Rijst, broden, wodka en snoepgoed

‘Zeg maar Tsegi’, lacht Tsemuugii als ik worstel met de uitspraak van haar naam. We staan in een supermarkt in de Mongoolse hoofdstad Ulan Bator om ontbijt en lunch te kopen. Daarnaast, als betaling voor overnachtingen in vilttenten, geschenken: vijf kilo rijst, enorme broden, flessen wodka, snoepgoed. Alles wat bewoners van een afgelegen ger gelukkig maakt. Tsegi studeerde in Beijing vier jaar Engels en Chinees. In afwachting van een baan in het bedrijfsleven werkt ze voor een reisbureau.

Haar moeder, een hersenchirurg, had liever dat haar dochter medicijnen studeerde, maar Tsegi kan niet tegen bloed. We gaan samen een aantal dagen de stad uit, langs natuurparken en Karakorum, ooit de hoofdstad van het door Genghis Khan gestichte Mongoolse rijk. Als ‘toetje’ bezoeken we een afgelegen pelgrimsoord verborgen in het Khangai-gebergte. Mongolen gaan hier naartoe voor spirituele troost en Verlichting. Het is daar dat ik terugdenk aan die Waalse rotstunnel.

UZA2206 en een ovo

Een Russische jeep gaat ons vervoeren. Het blijkt een grijs minibusje te zijn dat een algemeen Mongools transportmiddel is. De UZA2206-minibus wordt niet gekozen voor comfort, maar omdat hij bij pech makkelijk te repareren is. Het voertuig kan tegen een stootje en schommelt over een onverharde weg de leegte in.

UZA2206-minibus. Foto: Myra de Rooy

We passeren verschillende malen een ovo, een steenstapel die een heilige plek markeert en tegelijk als een soort steenman dienstdoet als wegwijzer. Het is gewoonte om er driemaal, met de klok mee, om heen te bewegen, voor een veiligere tocht.

Ovo. Foto: Myra de Rooy

Voorbijgangers laten offergaven achter in de vorm van snoepjes, geld, melk of wodka. Er liggen zelfs tussen lege drankflessen krukken, alsof kreupelen na een bezoek zonder hulpmiddelen verder konden lopen.

Autowrak langs de weg. Foto: Myra de Rooy

Wie geen tijd heeft om bij een ovo te stoppen, kan drie keer toeteren tijdens het passeren. Wij dragen wel als offer een steentje bij. Een autowrak langs de weg toont dat reizen hier niet ongevaarlijk is.

De tijd lijkt stil te staan

In een uitgestrekt dal, omgeven door onbegroeide bergen, is lang voorbij leven herkenbaar door steenhopen met een keiencirkel er omheen: anonieme graven in de verijsde ondergrond. Boven ons zweven roofvogels. ‘Dieren stellen een karaktertrek voor,’ hoor ik van Tsegi. ‘De koe is dom, het schaap is een lafaard en de geit is hebberig. Het paard ben ik vergeten.’ De wilde antilopen die verderop grazen, dicht ik lichtvoetigheid toe.

Kameel. Foto: Myra de Rooy

Hier schijnen zelfs nog wolven rond te zwerven. De rivier die als zilveren slang door het landschap meandert, is dichtgevroren. In grillige granietrotsen ontwaar ik Tibetaanse inscripties, het schrift dat, zoals het Latijns in de katholieke kerk of het Arabisch in de islam, voor een lekengelovige onleesbaar is.

Kudde. Foto: Myra de Rooy

De tijd lijkt stil te staan. Een witte stupa steekt uit een sneeuwdek. Een Mongool zit op een door een koe voortgetrokken kar. Kuddes schapen, geiten, koeien en paarden worden begeleid door in een dikke jassen verstopte mannen. Kamelen knabbelen aan verdord struikgewas.

Öndör Gegeen Zanabaza

Tsegi neemt me mee naar Tövkhön Khiid. Dit klooster werd halverwege de zeventiende eeuw gesticht door de veertienjarige Zanabazar. Zo’n dertig jaar leefde, werkte en mediteerde hij op deze hooggelegen plek. Öndör Gegeen Zanabazar was de eerste geestelijk leider binnen het Mongools boeddhisme. Volgens de overleveringen reciteerde hij als driejarige al religieuze teksten.

Tövkhön klooster. Foto: Myra de Rooy

Hij maakte zich de boeddhistische leer eigen door te luisteren, erover na te denken en veel te mediteren. In Tibet studeerde de begaafde student aan kloosteruniversiteiten en hij ontving zijn initiatie door de vijfde Dalai Lama en de vierde Panchen Lama. Zanazabar was daarnaast een begenadigd beeldhouwer, schilder en musicus. Kunstzinnige gaven in één lichaam verenigd. In Ulan Bator bewonderde ik in een museum zijn kunst.

Bijna driehonderd jaar later werd de heilige plek vernietigd door Stalins communistische regime. Het geloof stond onder druk, kloosters werden vernietigd en lama’s geëxecuteerd. Begin negentigerjaren van de vorige eeuw verrees het klooster als een feniks uit de as. Herbouwd zoals op oude foto’s. De locatie is Shireet Ulaan Uul, een berg van ruim tweeduizend meter. De top lijkt een gigantische troon.

Gebedsvlaggen. Foto: Myra de Rooy

In november is door de sneeuw het laatste gedeelte naar het heiligdom slechts te voet bereikbaar. Met Tsegi loop ik door een verstild naaldbos omhoog. Er wapperen gebedsvlaggen tussen de bomen en twee woudreuzen zijn omringd met khata’s. In tegenstelling tot Tibet zijn de ceremoniële sjaals niet wit, maar hemelsblauw, de kleur van puurheid. Hier zou de verdienstelijke Zanabazar zijn paard altijd hebben vastgebonden.

De baarmoedergrot

Hogerop staan onder een rotswand houten tempels en drie stupa’s. In de buurt liggen meditatiegrotten, waaronder een heel speciale grot: de baarmoedergrot. Wie er wil komen, moet eerst een eenvoudig rotswandje beklimmen, handen- en voetenwerk. Het voor bedevaartgangers opgehangen hulptouw laat ik links liggen. Na de klauterpartij vormt een duister gat in het gesteente de toegang tot het wonder. Hoofd eerst en dan als een worm verder wroeten, tot ik niet verder kan.

Klimmen naar de grot. Foto: Myra de Rooy
Klimmen naar de grot. Foto: Myra de Rooy

Dat is waar de tunnel tijdelijk verbreed en ik moeizaam kan draaien. De kokervormige doorgang loopt nog verder door de hele bergwand heen en in de verte is daglicht zichtbaar. Dat tweede deel van de gang is echter slechts voor nietige dieren toegankelijk, de mens is te groot, lomp en fors.

Het keren in de holte vergt inspanning. Daarbij moet ik in deze stenen baarmoeder niet vergeten – zoals buiten op een bord in twee talen wordt uitgelegd – dat vrouwen tegen de klok in moeten draaien en mannen met de klok mee. Normaal heb ik geen claustrofobie, maar het gewriemel om vooruit te komen en te wentelen doen me naar de wereld terugverlangen, zodat ik met een zucht van verlichting na afloop toch een soort hergeboorte beleef.

Ingang van de grot. Foto: Myra de Rooy

Iets wat volgens de overlevering ook aan deze inspanning gekoppeld is: alle zonden zouden verdwenen zijn als je herboren weer in de buitenwereld staat. Iets dergelijks heb ik Tibet meegemaakt, toen ik driemaal rond de heilige berg Kailash liep.

Bij Shiva Tsal laten pelgrims persoonlijke eigendommen achter en sterven daar een symbolische dood, om op het hoogste punt van de rondwandeling opnieuw geboren te worden. Wie de ruim vijfduizend meter hoge bergpas, de Dolma La, passeert laat de zonden van een heel leven achter.

Een uitgelezen plaats voor verlichting

Tsegi en ik verlaten de hergeboortegrot en gaan rechts van het grottencomplex omhoog tot vlak onder het hoogste punt van de berg. ‘Vrouwen mogen de steenhoop op de top niet te dicht naderen,’ vertelt mijn begeleidster. We kijken uit op uitgestrekte beboste valleien en sneeuwbergen. Een uitgelezen plaats om Verlichting te zoeken.

In het klooster wonen permanent enkele monniken. Diep beneden ons zien we rood geklede geestelijken lopen. Net als de keienberg benaderen wij hen niet. Zij wonen hier om te mediteren en wijsheid te vergaren, toeristenbezoek is daarbij ongepast.

Kudde. Foto: Myra de Rooy

Wij rijden in ons ‘koekblik op wielen’ terug via een andere route, over de bevroren rivier naar de overzijde. Hier stroomde vroeger steen, bij twee gers tussen gestolde lavastromen mogen we overnachten. Een gezin met drie koters, waarvan de jongste, net als de poes, aan een touw is gebonden om niet weg te lopen of tegen het gloeiende fornuis aan te kruipen.

In het centrum van de tent staan twee steunpilaren, die vader en moeder voorstellen en waar je niet tussendoor mag lopen. Warm zonlicht stroomt via de opening in het tentdak naar binnen, dat voelt zoals toen ik door de mond van de grottunnel kroop en de buitenlucht zag. De tentinrichting is een mengelmoes van houten beschilderde kasten en kisten en van moderne attributen.

Boeddha, gebedsmolens en boterlampjes

De kleine zwart-wit tv en de gloeilamp werken op zonne-energie. Boeddha, gebedsmolens en boterlampjes hebben een plaats in dit huishouden. Een foto van een gerimpelde opa staat gebroederlijk naast een afbeelding van de mild glimlachende Dalai Lama.

De kinderen spelen een spel door bikkels op te gooien. Deze gewrichten van een schaap hebben zes kanten. De twee zijkanten tellen niet mee. De vier lange vlakken zijn gekoppeld aan dieren. De bolle zijde is het schaap en de holle de geit. Die komt bij het opgooien het vaakst boven.

Dan zijn er nog de kameel, met holtes in plaats van bulten, het paard heeft twee vlakke cirkels. Het gaat bij dit spel om geluk en behendigheid en om een zo’n groot mogelijke speelgoedkudde te verzamelen. De vingervlugheid die Tsegi als kind heeft opgebouwd, is niet verdwenen. Ik blijk een trage stuntel te zijn, die punten noch roem scoort. Tijdens mijn reis verzamel ik vooral indrukken.

Pelgrimsoord Tövkhön. Foto: Myra de Rooy

Het Tövkhön-klooster (Төвхөн хийд) is een van de oudste kloosters van Mongolië. Het ligt op de grens van de provincies Övörkhangai en Arkhangai in Centraal-Mongolia, een kleine vijftig kilometers zuidwestelijk van Karakorum. Sinds 1996 staat het op de Unesco Werelderfgoedlijst.

 

Advertentie
Tenerife is partner van Mountainreporters. Ook partner worden? Kijk op Samenwerken

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Plaats je reactie
Vul hier je naam in

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.