ADVERTENTIE
Advertentie
Klik hier voor meer informatie over duurzaam reizen naar Zwitserland

REISVERSLAG TIBET | De teller tikt door en de wonden worden dieper

Een verhaal van Myra de Rooy

Schimmen stuiven op mij af. Pas als zij hun tanden in mijn vlees zetten, zwijgt hun gehuil en gegrom. Door het gewicht van de twee honden beland ik tussen de stoppels van een gerstveld. Tibetaanse nomaden gebruiken werpslingers, uit zwarte en witte wol gevlochten, om welgemikt stenen te slingeren naar weglopend vee. Ik krabbel omhoog en gebruik mijn fototoestel als alternatief slingerwapen. Zonder mededogen komt het toestel neer op de koppen van mijn belagers. Voetbal is niet mijn sport, maar mijn bergschoenen maaien gericht door de lucht om de flanken van de woestelingen te raken.

Woest en ruig op een andere manier

Ik denk niet vaak terug aan deze gebeurtenis. Als ik over Tibet dagdroom, sta ik vooral stil bij de schoonheid van het landschap, woest en ruig op een andere manier. Ik mijmer over de geborgenheid bij Tibetanen thuis, bij nonnen in kloosters, een kop boterthee in een nomadentent. Gastvrijheid tijdens acht, vooral soloreizen door Tibet.

Gebedsvlaggen. Foto: Myra de Rooy

Toch spoken die honden door mijn hoofd als ik hoor over de voortgaande schrijnende situatie op het Tibetaanse plateau of over het vlammende protest, waarbij ruim honderdvijftig Tibetanen zichzelf in brand hebben gestoken. Een onomkeerbare stap, een wanhoopsdaad tegen de Chinese repressie.

Het Windpaardhuis

Meermaals bezoek ik Oost-Tibet. Zoals tijdens mijn research voor Het Windpaardhuis. Dat boek over de levens van Tibetaanse ex-politieke gevangenen is nu in het Engels verschenen. Windhorse House, life stories in the shadow of Tibet is uitgebreider dan de Nederlandse versie en met meer foto’s. Tijdens die ‘onderzoeksreis’ doorkruist mijn bus als een schip de golvende graslanden.

In het landschap liggen nomadententen verstopt en zwarte en witte stippen veranderen in grazende jaks, geiten en schapen. Naast me zit een Tibetaan die acht jaar geleden door zijn ouders naar Dharamsala werd gezonden. Na zijn gevaarlijke vlucht door de Himalaya volgde hij onderwijs in het Indiase ballingsoord van de Dalai Lama.

Vlak voor de plaats Ngaba stapt hij uit, in het niets, op weg naar herinneringen

Bij terugkomst is de eerste indruk van zijn geboorteland vooral: trangmo, koud. Dan zie ik opwinding groeien. De jonge man transformeert in een stralend nomadenkind als hij de omgeving herkend die ooit zijn thuis was. Vlak voor de plaats Ngaba stapt hij uit, in het niets, op weg naar herinneringen.

Kirti-klooster

De bus arriveert vroeg genoeg om het Kirti-klooster te bezoeken, waarna ik de volgende dag met hetzelfde voertuig verder kan reizen. Een binnenplaats achter de hoofdstraat is het busstation, in het bijbehorende hotel kunnen reizigers slapen. Een jonge Tibetaan wijst mij een kamer. ‘Tien yuan’. Mijn rugzak laat ik achter op een van de drie bedden.

Kirti-klooster. Foto: Myra de Rooy

Kirti is mijn doel, maar achter dat klooster liggen vestingachtige gebouwen met aan één zijde ramen. Dergelijke lemen huizen heb ik in Centraal-Tibet niet gezien en ik besluit mijn bezoek aan de monniken uit te stellen. Bij nomadententen ben ik uiterst behoedzaam en nader pas als een bewoner me wenkt. Bij een dorp verwacht ik geen waakhondenwoede.

Een kromgebogen grijze engel

Mijn verweer met een fototoestel als wapen maakt indruk. De monsters trekken zich enkele meters terug en grijnzen met opgetrokken tanden. Uit hun kelen klinkt oergeluid. Mijn angstige ‘Help’ lokt uit de dichtstbijzijnde woning een kromgebogen grijze engel met een stok. Haar kleding en gelaat zijn getekend door de tijd, maar ze staat haar mannetje: een doeltreffende worp met een steen, boze kreten en de dieren druipen af. Dat geldt ook voor mij.

Huizen bij de hondenaanval. Foto: Myra de Rooy

Bij Kirti zien twee verbaasde monniken mijn armen rood kleuren. Ze brengen me naar de praktijk van een in de westerse geneeskunde geschoolde Tibetaanse arts. De dokter dept met een ontsmettingsmiddel de gaten in mijn armen en zij onttrekt met verbandgaas de gevolgen van het drama aan het zicht. Mijn broek is gescheurd, gelukkig is in mijn been slechts één tandafdruk zichtbaar. Ik keer met een zak vol goedbedoelde pillen terug naar mijn hotelkamer. Mijn rechterarm bloedt door het verband heen en met één hand pruts ik er onhandig een extra snelverband omheen.

Veranderde plannen

De kamerdeur vliegt open en een Chinese braakt woedend zinnen over me uit. Haar lichaamstaal is duidelijk: eruit! Onmiddellijk vertrekken óf veertig yuan betalen, omdat ik in m’n eentje drie bedden heb. Afdingen leidt tot dertig yuan, ruim drie euro. De vrouw gaat akkoord en er kan zelfs een lachje van af. Ik verander mijn plannen. Morgen niet verder de uitgestrekte graslanden in, maar naar een ziekenhuis in Chengdu. Omdat die bus pas overmorgen vertrekt, blijf ik langer in Ngaba.

Mijn nachtelijke rust wordt nogmaals opgeschrikt door de inmiddels bekende schelle stem, dit keer vergezeld door gebonk. Twee extra gasten nemen de lege slaapplaatsen in. De norse Chinese toont zich van haar beste kant en geeft me twintig yuan terug. De nieuwe kamergenoten genieten nog lang van luidruchtige in het Tibetaans nagesynchroniseerde Chinese soaps op de televisie.

Muurschilderingen, heilige boeken en Boeddhabeelden

Hondenbeten zijn geen feest, maar ik geniet van mijn extra dag in Ngaba. Samen met Tibetanen dwaal ik langs muurschilderingen, heilige boeken en met Boeddhabeelden gevulde tempels. De geur van boterlampen dringt mijn neus binnen en nestelt zich in mijn bebloede kleren. De vriendelijke monniken van gisteren kom ik tegen en ze bieden tsampa aan, geroosterd gerstemeel. Ik probeer de ontelbare gebedsmolens die het klooster omringen te laten tollen, om gebeden voor alle levende wezens te verspreiden. Al snel laat ik het aan andere pelgrims over. Mijn rechterarm doet te veel pijn.

Stupa bij Kirti-klooster

Aan de oostkant van de stad ligt nog een welvarend klooster. Ik loop door omgeploegde velden en zie brokstukken van kapotgeslagen stenen waarin mantra’s en gebeden zijn uitgehakt. Enkele van die stille getuigen van de Culturele Revolutie neem ik mee. Bij elke keer dat er geploegd wordt, zullen de leistenen meer verpulveren, tot alle wijsheid in gruis is omgezet. Aarde waar opnieuw heiligdommen uit lijken te herrijzen.

Monniken van het Kirti-klooster. Foto: Myra de Rooy

De kloosters in Ngaba zijn nieuw en staan strak in de verf. Ze bruisen van het leven. Monniken met kaal geschoren hoofden debatteren vurig voor een tempel. Rood geklede jochies zeggen zangerig gebeden op. Half verstopt in een schemerige ruimte kijkt vanaf een verboden foto de Dalai Lama mild toe.

27 februari 2009 – ruim na mijn ‘hondenavontuur’. De Chinese autoriteiten verbieden een belangrijke gebedsdienst in Kirti. De jonge monnik Tapey doordrenkt zijn kleding met benzine en steekt zichzelf uit protest in brand. Hij wordt diverse malen door de politie beschoten, mogelijk om hem te laten stoppen met het roepen van pro-Tibetleuzen.

16 maart 2011 – de twintigjarige Kirti-monnik Phuntsog steekt zichzelf in brand. Hij roept slogans, waaronder: ’Moge de Dalai Lama tienduizend jaar leven.’

Velen, vooral jongeren, volgen hun voorbeeld. Een golf van zelfverbrandingen raast de daaropvolgende jaren over Tibet. Monniken, nonnen en leken uit alle lagen van de bevolking, zelfs moeders en vaders van kleine kinderen. De meesten overleven het niet. Ik volg het nieuws over Tibet en tel geschokt mee. Het aantal Tibetanen dat zichzelf in brand steekt, neemt af. Toch tikt de teller door.

29 november 2019 – Yonten, een 24-jarige ex-monnik van het Kirti-klooster, sterft door zelf aangestoken vlammen.

Te korte levensverhalen

Wie hoort hun noodkreten? Waarom reageert de internationale gemeenschap niet? Ik kijk naar wat onbeduidende littekens op mijn armen en realiseer me dat de wonden die in Tibet geslagen worden veel dieper zijn. Ik kan nu slechts een kaars voor hen aansteken want journalisten en schrijvers mogen het gebied niet betreden. Tekent iemand een keer al die te korte levensverhalen op, zodat de foto’s ingekleurd worden tot mensen van vlees en bloed?

Pelgrims bij Kirti-klooster. Foto: Myra de Rooy

Ik mag Tibet niet in. Ik kan er wel over schrijven, zoals over de uitzonderlijke natuur, de unieke cultuur en over al de inspirerende Tibetanen die ik daar en in ballingschap tegenkwam. Verder kan ik alleen dromen dat het ooit beter wordt.


Lees hier meer verhalen over Tibet


 

Advertentie
Tenerife is partner van Mountainreporters. Ook partner worden? Kijk op Samenwerken

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Plaats je reactie
Vul hier je naam in

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.