sponsorbericht

Wandelen in het imponerende hooggebergte van Zwitserland

Door Erwin de Boer

Voor mensen die gek zijn op de bergen kan het ontzettend frustrerend zijn dat je er niet elk weekend naar toe kan. Dat geldt ook voor mij. Maar met een beetje creativiteit en handig plannen, valt er toch wel een mouw aan te passen om er regelmatig op uit te kunnen te trekken. Op die manier kun je wat vaker weg, zonder je bankrekening te moeten plunderen. Zo besloten mijn vriendin Birgit en ik begin juni een lang weekend de bergen in te gaan. Zwitserland werd het.

Met een beetje zoekwerk zijn er echter ook in Zwitserland prima opties te vinden voor een schappelijke prijs

Veel Nederlanders mijden Zwitserland omdat het over het algemeen wat prijziger is dan omliggende Alpenlanden. In tegenstelling tot enkele jaren geleden is de koers van de Zwitserse Frank echter een stuk gunstiger. Ja, campings en accommodaties zijn over het algemeen een slag duurder, zeker in vergelijking met buurland Frankrijk. Met een beetje zoekwerk zijn er echter ook in Zwitserland prima opties te vinden voor een schappelijke prijs.

Camping

Wij komen uit bij Camping Wyler, nabij Innertkirchen. Met zo’n acht uur rijden vanaf Utrecht bevindt je je op deze boerencamping midden in het imponerende hooggebergte. De camping bestaat uit niet veel meer dan een grasveld met sanitair, die gescheiden worden door een klein weggetje. Wij hebben geluk: de camping ligt pal langs de doorgaande weg aan de voet van de drukbezochte Sustenpas, maar de pas is vanwege de sneeuw en lawinegevaar hogerop echter nog gesloten en dus is het (nog) heerlijk rustig. Een hele inspirerende camping is het niet, maar wat een perfecte basis om erop uit te trekken!

En loop je achter het sanitairgebouw, door een stukje speelbos de heuvel over, dan vindt je een picknickplaats met waanzinnig uitzicht over het dal van Innertkirchen. De perfecte spot voor een glas wijn bij zonsondergang.

Berner Alpen
Uitzicht op de pieken van de Berner Alpen vanaf camping Wyler. Foto: Erwin de Boer

De volgende dag ontbijten we op tijd. We rijden het dorp in op zoek naar een geografische kaart van de omgeving. Bij het VVV vinden we een wandelkaart, die helaas iets minder gedetailleerd is dan we hoopten. We moeten het er maar mee doen. Buiten steken we de koppen bij elkaar om een plan te trekken voor de dag. We besluiten omhoog te rijden naar de Sustenpas. Volgens de borden is de weg open tot de haarspeldbocht bij de Steingletsjer. Vanaf daar lopen diverse bergwandelpaden en alpineroutes omhoog richting de gletsjer. We laten de auto achter op de parkeerplaats in de haarspeldbocht en steken het riviertje over om vervolgens via een smal pad geleidelijk aan de bergen in te slingeren.

Steinlimigletsjer
Uitzicht richting de Steinlimigletsjer. Foto: Erwin de Boer

Sneeuw, sneeuw en nog meer sneeuw

De enorme sneeuwval van het afgelopen seizoen gooit al snel roet in het eten. Na ongeveer een kilometer lopen staan we enkeldiep in de sneeuw. Dat hadden we kunnen verwachten natuurlijk, maar deze hoeveelheden zagen we niet aankomen. We ploeteren nog een stukje voort en besluiten een stukje af te zakken, naar de doodlopende weg die richting de gletsjer leidt. Aan het einde van de weg lopen we tussen drie meter hoge sneeuwwanden, gecreëerd door sneeuwfrezen om het stukje weg sneeuwvrij te krijgen. In de verte zien we een eenzame toerskiër afdalen en we realiseren dat het einde oefening is voor ons. Dan maar genieten van de omgeving.

In de verte zien we een eenzame toerskiër afdalen en we realiseren dat het einde oefening is voor ons

We lopen een klein stukje terug en kiezen een van de enorme rotsen in de rivierbedding als lunchplek. Omringd door de enorme witte bergen, zijn we allebei stil. Enkele tientallen meters verderop kruipt een flinke bergmarmot nieuwsgierig uit zijn hol. Hij slaat ons gade terwijl grauwe wolken over de bergpieken rollen en de blauwe lucht verbergen. Tijd om terug te lopen. We lopen nog een lusje langs het gletsjermeer en de gletsjertong voor we terugkeren bij de auto.

Sneeuwwanden steingletsjer
Hoge sneeuwwanden langs de weg bij de Steingletsjer. Foto: Birgit van Erp

Inmiddels is het vroeg in de middag. Te vroeg om terug te gaan naar de camping. We zijn hier immers maar een paar dagen, dus we willen de tijd optimaal benutten. Terwijl ik de auto vast terug richting het dal stuur, bekijkt Birgit de kaart. We besluiten een weggetje omhoog te rijden naar Engstlenalp, een gehuchtje verscholen in een hoog zijdal boven Innertkirchen. Het ligt precies tussen de skigebieden van Meiringen-Hasliberg en het bekendere Engelberg. Halverwege de weg staat een restaurant/hotel. Vanaf daar wordt het een privé-weg. Om verder te kunnen, moet je een paar frank tol betalen. We belanden in een soort Milka hemel: uitgestrekte weiden met koeien, omlijst met hoge berggraten en watervallen. We parkeren de auto aan het eind van de weg en lopen langs de Engstlensee omhoog.

Engstlensee
Onderweg naar de Jochpas boven de Engstlensee. Foto: Erwin de Boer

Uitgestorven skigebied

Het plan is om naar de Jochpas te lopen en via de bergkam terug te wandelen naar Engstlenalp. Voorbij het meer wordt het brede pad ingewisseld voor een smal, snel steigend pad dat parallel loopt aan een stoeltjeslift. Bijna boven steken we een flink sneeuwveld over en plots bevinden we ons middenin het skigebied van Engelberg.

Het heeft bijna iets mysterieus: de absolute rust van het tussenseizoen

Het is een bizar gezicht: een enorm panoramarestaurant, een reeks skiliften en een flinke hoeveelheid sneeuw maar dan zonder de bijbehorende drukte. Het is compleet verlaten. Het heeft bijna iets mysterieus: de absolute rust van het tussenseizoen waarin de hutten en liften nog gesloten zijn vóór de drukte van het nieuwe seizoen.

bergrestaurant Engelberg
Het uitgestorven bergrestaurant op de Jochpas bij Engelberg. Foto: Erwin de Boer

Grauw weer en betoverend uitzicht

Vanaf de pas hebben we een prachtig uitzicht, zowel in de richting van Engelberg als Innertkirchen. De lucht betrekt wederom en we lopen snel door. Om over de bergkam terug te kunnen lopen moeten we nog een stukje klimmen. We komen wederom wat sneeuwvelden tegen en ondertussen kruipen de wolken zo snel over de bergen dat het behoorlijk mistig aan het worden is. De route is niet heel duidelijk gemarkeerd en de verspoorde geitenpaadjes zijn makkelijk te verwarren met het pad. We besluiten om te keren. Het weer wordt snel slechter en in combinatie met de sneeuw lijkt het ons onverstandig verder te lopen. We voelen ons er veiliger bij om de bekende route terug te nemen.

Terug bij de Jochpas bevinden we ons weer onder het wolkendek. Zodra we het grote sneeuwveld onder de pas weer over zijn, begint het flink te regenen. Het pad wordt snel modderig en glad. De regenjassen gaan aan en voorzichtig dalen we af. Eenmaal terug bij het brede pad kunnen we weer wat meer van de omgeving genieten. Wat kan slecht weer toch ongelofelijk mooi zijn. De wolken vullen het dal en laten enkel ruimte voor de hoogste pieken, terwijl het zonlicht er een mysterieuze gloed overheen legt. Het is inmiddels tegen het avonduur en we zijn op. Voldaan stappen we in de auto en rijden we terug naar de camping. Het blijft de hele avond regenen en onder de beschutting van de kofferklep van de auto koken we een eenvoudige maaltijd. De wolken blijven mystiek rond de bergpieken hangen. Wat is het hier waanzinnig mooi.

Innertkirchen
De Engstlensee met uitzicht op de Berner Alpen bij Innertkirchen. Foto: Erwin de Boer

De Triftgletsjer

De volgende morgen rijden we wederom een klein stukje richting de Sustenpas. Ditmaal parkeren we de auto een stuk lager, bij Gadmen. Vanaf hier vertrekt een gondel richting de Triftgletsjer, vooral bekend van de spectaculaire hangbrug genaamd de ‘Triftbrücke’.  We hebben geluk: het is de eerste dag van het seizoen dat de kabelbaan open is. Later dan gepland, want het pad was nog onbegaanbaar vanwege een sneeuwlawine. Een enkeltje omhoog kost ons €12 per persoon. Je doet er goed aan om vooraf te boeken, want de gondel gaat maar een paar keer per uur en het kan er behoorlijk druk zijn. Het oude gondeltje brengt ons over een diepe kloof naar het bergstation. Vanaf daar is het nog zo’n anderhalf uur klimmen naar de hangbrug aan de voet van de gletsjer. Al vanaf het station van de gondel zien we de resten van de lawine die hier nog niet zo lang geleden heeft huisgehouden.

Triftbahn
Overblijfselen van de sneeuwlawine boven de Triftbahn. Foto: Erwin de Boer

De pijnlijke waarheid

Het is een stevige klim, waarbij we tot drie keer toe de steile hellingen van bruine sneeuw doorkruisen. Ik verbaas me over de mensen die op hun sneakertjes omhoog aan het klunzen zijn. Na zo’n uur klimmen wordt het pad technischer met wat eerste- en tweedegraads klimmetjes. Dan komt de hangbrug in zicht, die met zo’n 170 meter lengte een 100 meter diepe kloof overbrugt. Het is een indrukwekkend aanzicht.

Tot het eind van de vorige eeuw was de hangbrug nog overbodig en konden alpinisten over de gletsjertong oversteken

En triest tegelijkertijd. Tot het eind van de vorige eeuw was de hangbrug nog overbodig en konden alpinisten over de gletsjertong oversteken. In 2004 werd een hangbrug gebouwd omdat de gletsjer dusdanig ver teruggetrokken was, dat er een gletsjermeer ontstond en de oversteek onmogelijk werd. Ik heb foto’s gezien van enkele jaren terug waarbij de gletsjertong tot in het meer reikt. Inmiddels is het bijna zoeken naar de gletsjer, die teruggetrokken is tot hoog op de berg. De hangbrug is een grote toeristische attractie voor de regio, maar de noodzaak ervoor is eigenlijk om verdrietig van te worden.

gletsjermeer
De Triftgletsjer, ver teruggetrokken boven het gletsjermeer. Foto: Erwin de Boer

Vanaf de hangbrug kun je via alpineroutes en bergwandelpaden verder het massief in trekken. Wij draaien echter om. Even overwegen we om een lusje te maken via de Windegghütte. We hebben echter besloten de kabelbaan naar het dal over te slaan en naar beneden te lopen, dus maken we de keuze om gewoon terug te lopen. Zeker de moeite waard, want het pad slingert door prachtige alpenweiden en bossen langs steile kliffen terug naar Gadmen. Zo’n 3,5 uur later zijn we voldaan terug bij de auto.

Triftbrug
De 170 meter lange Triftbrug. Foto: Erwin de Boer

Het Rosenlauital

De laatste dag doen we het rustiger aan. Birgit heeft een paar blaren opgelopen, dus we pakken de auto naar het Rosenlauital. Dit hooggelegen zijdal is echt een verborgen pareltje. De weg verbindt Innertkirchen met Grindelwald, maar is alleen volledig toegankelijk per bus. Wederom moeten we een paar Frank tol betalen. We rijden de route zover als toegestaan is met de auto en wandelen even rond bij de nabij gelegen Gletscherschlucht, alvorens we een restaurantje opzoeken om te lunchen. Wat een prachtige plek is dit. Vanuit het dal heb je prachtig zicht op de steile rotspieken en de gletsjers van het Engelhörner massief. Als we terugkomen trekken we er hier zeker op uit. En terugkomen doen we zeker wat mij betreft.

De gletsjers hoog op het Engelhörner massief bij het Rosenlauital. Foto: Erwin de Boer

De volgende dag rijden we op ons gemak terug huiswaarts. Zwitserland heeft indruk op me gemaakt. En laat je echt niet afschrikken door de Frank. Zo prijzig is het niet. Wat boodschappen mee en dan zijn de kosten aardig te drukken. De camping kostte ons een goede €20 per nacht en omgerekend betaalden we €4,40 voor een halve liter bier. En dat laatste tref je zelfs in Nederland niet meer volgens mij.


Lees hier meer inspiratieverhalen over Zwitserland


 

advertentievoigt travel

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here