Een reis langs de iconen van Italië
‘Oké dit is écht de laatste’, beloof ik mezelf voor de derde keer terwijl ik aan mijn glas prosecco nip. Ik lig languit in het gras, de lucht is strakblauw en voor me rijzen de grillige pieken van de Dolomieten op – een ansichtkaart in 3D. Achter me galmt vrolijke Oostenrijkse jodelmuziek uit Mario’s foodtruck, dezelfde Mario die me zojuist met een brede glimlach nog een ‘laatste’ glaasje inschonk.
Het zijn van die momenten waarop alles even klopt: het uitzicht, de geur van dennennaalden, het zachte gezoem van bijen en een glas prosecco binnen handbereik. Maar vergis je niet, dit is geen vakantie waarin ik alleen maar in het gras lig. Deze fotoreis door de Dolomieten voert me langs ruige bergtoppen, ijskoude bergmeren en eindeloze wandelpaden.
Camera in de hand, wandelschoenen aan, en altijd op zoek naar dat ene moment waarop alles samenvalt in een beeld. In dit verslag neem ik je mee in die reis vol zweet, mist, magie en, toegegeven, af en toe een goed glas prosecco.
Tussen bergen en Italiaans charme
Mijn uitvalsbasis voor deze reis is Hotel Passo Tre Croci, een eenvoudige maar fijne plek op een steenworp van Cortina d’Ampezzo. ’s Ochtends kijk ik uit op bergen die baden in het eerste licht, ’s avonds ruik ik de hars van dennennaalden en proef ik de berglucht als ik nog even buiten op adem kom. Cortina zelf voelt als een mix van chic en charmant.
Designerwinkels en elegante hotels liggen er zij aan zij met oude berghutten en pastelkleurige gevels. De terrassen zitten vol met stijlvolle Italianen in linnen broeken en designerzonnebrillen, het geroezemoes mengt zich met het geklingel van bestek en glazen. Alles ademt een soort moeiteloze elegantie. Hier begint mijn fotoreis, tussen elegantie en eenvoud, bergtoppen en prosecco.
Een stukje Canada in Italië
Precies achter mijn overnachtingsplek begint het wandelpad naar een van de mooiste meren van de Dolomieten, of misschien wel van heel Italië. Lago di Sorapis ligt hoog verscholen in de bergen en is alleen te voet te bereiken. Geen kabelbaan, geen asfalt en geen shortcuts. Wil je dit felblauwe bergmeer met eigen ogen zien, dan staat je een flinke wandeling te wachten. Ik koos voor route 215, de eenvoudigere van de twee en 6 kilometer lang.

De start is vriendelijk: het pad slingert door het bos, tussen dennen en sparren, en de lucht ruikt nog fris van de regenbui van gisteravond. Na een tijdje verandert het pad van karakter. De bomen maken plaats voor een ruiger terrein, en de klim wordt steiler. Elke bocht geeft weer een nieuw, fotogeniek moment. De bergen die oprijzen in de verte, het kronkelende pad onder mijn voeten, het lijkt wel alsof het landschap speciaal voor mijn camera is gecreëerd.




En dan, na drie uur klimmen, kom ik eindelijk aan. Het felblauwe water van Lago di Sorapis verschijnt uit het niets. Het meer is omgeven door naaldbomen, maar het indrukwekkendste zijn de steile, ruige bergtoppen die oprijzen uit het water. Het is surrealistisch — het zou zomaar een uithoek van Canada kunnen zijn. Dit soort foto’s heb ik al talloze keren in reisboeken gezien, maar hier sta ik dan, midden in dit wonder van de natuur. Het lijkt wel een ansichtkaart, zo perfect. Het is zo puur en ongerept, dat het bijna onwerkelijk voelt.


Naast het meer ligt Rifugio Alfonso Vandelli, een berghut die je kunt bereiken via het pad dat langs het meer slingert. Je kunt in de berghut overnachten, wat je de kans biedt om de volgende ochtend als eerste het meer te bewonderen. Stel je voor: de berglucht is nog fris en ongerept, de stilte is bijna tastbaar, en het felblauwe water ligt er vredig en ongestoord bij.
Na de wandeling, als je terugkomt bij het hotel, kun je je voeten even omhoog leggen en een picknick houden in het gras. Het uitzicht blijft onveranderd adembenemend. Vergeet niet jezelf te trakteren op een broodje van Mario, die in het hoogseizoen zijn foodtruck Il Gufetto neerzet bij de start van route 215. Zijn broodjes zijn een ware traktatie, de perfecte beloning na een lange dag wandelen.
Drie zussen die zich niet zomaar laten zien
Het is nog vroeg als ik vertrek naar Tre Cime di Lavaredo — drie iconische rotstorens die oprijzen uit het landschap als wachters van steen. Ook wel bekend als de Drei Zinnen, een naam die verwijst naar de rotsachtige drieslag die je meteen herkent van ansichtkaarten en wandelgidsen. Omdat het een geliefde bestemming is, vertrek ik op tijd. Om half zeven parkeer ik bij Rifugio Auronzo, een berghut op 2333 meter hoogte. Het is fris, amper zes graden, en een stille mist hangt als een sluier over het landschap.
Ik maak snel wat foto’s, het uitzicht is fenomenaal. Maar nog geen halfuur later trekt de lucht dicht. Alsof het landschap zich weer terugtrekt achter een gordijn van wolken. In de hut warm ik me op met een ontbijt en een cappuccino, hopende dat het weer omslaat. Tegen achten besluit ik gewoon te gaan, ondanks de mist. Ik kies voor route 101.
Wandelen door de mist heeft iets bijzonders. Alles is stiller, zachter. De contouren van het landschap vervagen, en ik stel me voor hoe indrukwekkend het hier moet zijn op een heldere dag. Toch zijn het juist deze omstandigheden die mijn foto’s iets mysterieus meegeven. Ik wandel verder naar Rifugio Lavaredo, op 2344 meter, waar ik mezelf trakteer op nog twee cappuccino’s en een prachtig uitzicht op… niets. Nog altijd geen spoor van Tre Cime.




Maar dan, langzaam, begint de zon zich door de wolken heen te vechten. Rond het eind van de ochtend trekt de mist op, en daar zijn ze dan eindelijk: de machtige pieken van Tre Cime. Ze doemen op met een soort stille kracht. Robuust, verweerd, en tegelijk zo perfect gevormd.
Met een opgewekt gevoel vervolg ik mijn weg richting de Langalm-hut. Het pad loopt geleidelijk af, maar wordt al snel een steile, stenige afdaling. Losse steentjes maken elke stap een kleine uitdaging, één misstap en ik lig languit. Onderweg wisselen groene alpenweiden zich af met ruige rotspartijen. In de verte klinkt het scherpe gekrijs van een roofvogel, verscholen in een van de weinige bomen.
Na de klim bij Langalm vlakt het pad langzaam af. De route slingert ontspannen om de bergflanken heen, met weidse uitzichten over de vallei. In de verte grazen een paar koeien op hun gemak in het hoge gras, hun bellen klinken als een zacht, ritmisch deuntje in de stilte van het landschap.


Rond het middaguur komt Rifugio Auronzo weer in zicht. De parkeerplaats is inmiddels flink voller dan vanmorgen vroeg, en ook de wandelpaden zijn drukker geworden. Ik werp nog één blik op de Tre Cime, die nu ongestoord in het zonlicht staan te pronken alsof ze nooit verstopt waren geweest. Moe maar voldaan eindig ik mijn wandeling met een cappuccino op het terras. De zon op mijn gezicht, de geur van bergkruiden in de lucht, en dat ene beeld in mijn hoofd dat ik nooit meer zal vergeten.
Een wereldster in stilte
Het is 4.00 uur als de wekker gaat. Wie mooie foto’s wil maken, moet soms vroeg uit de veren. Rond 5.00 uur stap ik met mijn reisgezelschap in de auto, op weg naar Lago di Braies. Het is nog donker, dus we krijgen niet veel mee van de route. Na een klein uurtje rijden komen we aan, maar van het meer is nog weinig te zien, een groot hotel blokkeert het uitzicht. Het is rustig, zelfs zo rustig dat wij de eersten zijn.
Tijd om mijn camera op het statief te zetten en een goed plekje te zoeken. Terwijl ik wacht op de zon, kijk ik om me heen. Het water ligt er sereen bij, gladgestreken als een blauw laken, onderbroken door de houten roeibootjes die rustig aan elkaar vastgebonden liggen.
Na een klein halfuurtje wachten beginnen de bergen te kleuren. De zon raakt de toppen en de natuur komt langzaam tot leven. Na ruim een uur fotograferen en een paar keer van positie te zijn gewisseld, heb ik het meer op verschillende manieren vastgelegd. Het wordt drukker, en de zon breekt nu echt door. Tijd om op te warmen met een kop thee en een heerlijk ontbijt in het koffiehuis naast het meer.

Opgewarmd en met een volle maag beginnen we aan de wandeling rond het meer. We komen langs een klein kapelletje aan de oever, gebouwd in 1904. Het is een prachtig gebouw met gotische en romaanse stijlen, en de gevel is gedetailleerd versierd. We vervolgen onze weg over het bospad, dat slingert tussen de naaldbomen. Het pad biedt mooie doorkijkjes naar het meer, dat inmiddels gevuld is met varende bootjes en vissers. In anderhalf tot twee uur wandelen we rondom het meer en hebben we het vanuit verschillende hoeken kunnen bewonderen.
Tussen rotsen en verhalen
Ik besluit mijn reis rustig af te sluiten met een korte wandeling rondom Cinque Torri. Bij de Baita Bai de Dones hut stap ik in de stoeltjeslift, die me naar Rifugio Scoiattoli brengt, een berghut op 2555 meter hoogte. Vanaf daar wandel ik naar het Freilicht Kriegsmuseum Cinque Torri, een openluchtmuseum met overblijfselen uit de Eerste Wereldoorlog. Indrukwekkend om te zien, het voelt alsof je echt terug in de tijd reist.
Het wandelpad slingert licht afdalend tussen de bergen door. Ik kijk omhoog en zie bergbeklimmers tegen de steile rotswanden omhoog klauteren. Hun felle kleding steekt scherp af tegen de witte bergen, en het blijft fascinerend om te zien hoe ze zich een weg banen over de ruwe, rotsachtige oppervlakken.


Na een korte pauze op een vlakke steen, die prima als zitje fungeert, wandel ik verder naar Rifugio Cinque Torri op 2137 meter. Het is warm, dus ik neem even de tijd om wat te drinken, voordat ik aan de klim naar Rifugio Scoiattoli begin. Het pad stijgt geleidelijk, en ik moet soms flink bijzetten om de top te bereiken. Na in totaal twee uur wandelen kom ik weer aan bij het startpunt aan. Lunchtijd!
Na de overheerlijke pasta, die als perfecte lunch fungeerde, is het tijd om aan de afdaling te beginnen. Het pad slingert door uitgestrekte grasvelden en langs charmante houten huisjes. Na een uur stevig doorwandelen bereik ik het dalstation, waarmee deze reis in stijl wordt afgesloten. Ciao!
Praktische info
Vliegen
De dichtstbijzijnde vliegvelden zijn Venetië Treviso en Venentië Marco Polo. Het vliegveld van Innsbruck is ook een optie. Vanaf het vliegveld zijn er goede trein- en busverbindingen naar Cortina.
Informatie en dienstregelingen OV: www.cortinaexpress.it of www.atvo.it
Auto
Cortina is met de auto te bereiken via de snelwegen A22 (Modena-Verona-Bressanone) en A27 (Venetië-Belluno).
Overnachting
Cortina is een populaire bestemming in de Dolomieten. Wil je niet de hoofdprijs betalen voor een accommodatie? Verblijf dan buiten het centrum.
Tips
Tre Cime di Lavaredo
De berghut Rifugo Auronza is goed te bereiken met de auto via een tolweg. Kosten auto: €30,- / Kosten camper: €40-45
Lago di Braies
Dit meer is een echte Italiaanse trekpleister, het is dus raadzaam om vroeg te komen. In het hoogseizoen kun je vaak alleen met de auto naar het meer rijden als je van tevoren hebt gereserveerd. De weg wordt tijdens de drukte uren (9.00-16.00 uur) vaak afgesloten.
Wil je echt het maximale uit je bezoek halen? Stap dan in een traditioneel houten bootje en verken het meer vanaf het water. Het is ook mogelijk om het boothuis en de aanliggende steiger te boeken voor een fotoshoot.
Wil je meer reisinspiratie? Lees dan hier meer reisverhalen op Mountainreporters.
Ik ben een enthousiaste krullenbol die enorm kan genieten van de prachtige natuur en het buitenleven. Je kunt me wakker maken voor een vroege ochtendwandeling. Hét moment waarop de natuur ontwaakt, niet wetende wat er tijdens de wandeling voor mijn lens verschijnt.


