ADVERTENTIE

Klik hier voor meer informatie over actieve reizen naar Oostenrijk

 

In 2000 (voordat ik berggids werd) beklom ik samen met mijn klimmaat Tim de Nadelgraat boven Saas Fee. We waren veel te langzaam en moesten noodgedwongen (door onweer) een bivak maken op de graat. Op de tweede dag kwamen we op de Nadelhorn aan, en voor ons gevoel was het daarna alleen nog maar een ‘eenvoudige’ afdaling over een graat en gletsjer. Normaal een steile graat, maar door de verse sneeuw van de nacht ervoor zag deze er onhaalbaar uit.

En dus kozen we voor de steile gletsjer, die ik (we) door mijn beperkte kennis destijds afdaalden aan lang touw (gletsjertouw). Tim gleed uit door de combinatie van een verse sneeuwpakket en de steilheid van de gletsjer, ik probeerde hem te stoppen maar dat lukte niet. Tegen de tijd dat hij zichzelf geremd had, had ik alweer zoveel snelheid dat ik hem mee trok en samen gleden we naar beneden.

Over de kop, draaiend en proberen te remmen met onze pickel. Plots was er een gevoel van zweven, van hangen in de lucht, wat gevolgd werd door een harde klap op de gletsjer. We waren honderden meters naar beneden gegleden en over een grote randspleet gevlogen. We hadden geluk gehad…

Fulltime UIAGM berggids

Ik werk inmiddels tien jaar full time als UIAGM berggids en begeleid mensen bij trainingen en opleidingen. Tijdens mijn werk is de hoeveelheid ‘grove fouten’ die ik zie bij andere klimmers aanzienlijk groter dan de hoeveelheid ‘ongelukken’. Ik schreef daarom enkele jaren geleden een artikel over touwgebruik, omdat de meeste grove fouten, naast het verkeerd gebruik van andere veiligheidsmiddelen, hiermee te maken hebben. Te lang touw op een graat of steile sneeuwhelling, te kort touw op de gletsjer. En met verkeerd gebruik bedoel ik dat wanneer er een valpartij of uitglijden voordoet de kans groot is dat het slecht afloopt met de touwgroep.

Informeren en behoeden

Ik schreef dit artikel enerzijds omdat ik andere klimmers wilde informeren over correct touwgebruik, anderzijds om klimmers te behoeden voor de fouten die ik vroeger als beginnend alpinist heb gemaakt. Op het artikel kreeg ik veel positieve reacties en het lijkt erop dat fouten rondom touwgebruik dan (even) bespreekbaar zijn. Maar naast de groep klimmers die op een verantwoorde en veilige manier onderweg zijn, zie ik helaas nog steeds een grote groep mensen die grove fouten maken tijdens alpiene tochten.

Foto: Roeland van Oss

Met alle informatie die tegenwoordig op websites, boeken en binnen cursussen beschikbaar is vraag ik me dan af waarom? Daarnaast worden de grove fouten niet of nauwelijks met elkaar besproken wanneer we onze bergsportavonturen met elkaar delen, maar waarom is dat zo? Omdat het bijna altijd goed afloopt? Omdat we te trots zijn? Of omdat we niet beseffen dat we een fout hebben gemaakt?

Combinatie van factoren

Vaak zeggen mensen dat ongelukken gebeuren als we “niet of minder opletten” of als we “niet of minder meer geconcentreerd” zijn, voornamelijk tijdens de afdaling. Een combinatie van beide factoren lijkt dan voor te komen omdat we vaak vermoeider zijn, een nog euforische gevoel hebben van de top, omdat we al denken bijna thuis te zijn of een combinatie hiervan.

Foto: Roeland van Oss

Ja, de afdaling is vaak de periode in de beklimming waarbij onze concentratie verslapt en de kans op ongelukken toeneemt. En het klopt dat we hier eigenlijk juist extra geconcentreerd moeten zijn, echter vind ik het niet eerlijk om de periode van afdalen “de schuld” te geven.

Kennis en gedrag

Na lang evalueren op mijn eigen handelen, mijn eigen ervaringen en hetgeen wat ik zie tijdens mijn werk kan ik het hier dus maar ten delen mee eens zijn. Het “minder” concentreren tijdens de afdaling is de druppel die de emmer doet overlopen en gebruiken we als verklaring voor de fout, het ongeluk. Maar waarom kijken we niet kritisch naar hoe de emmer vol is gekomen en wat de oorzaak hiervan is?

Volgens mij ligt de oorzaak van deze fouten namelijk ergens anders. Fouten lijken enerzijds te ontstaan uit te weinig kennis (‘ik ben er echt 100% van overtuigd dat dit de goede techniek is, zo heb ik het aangeleerd gekregen en dus doe ik het zo’). En anderzijds uit een gedragscomponent (dit ligt niet aan mij, schuld van de berg, ik kan niet accepteren dat de route te zwaar/moeilijk/etc is).

Beiden resulteren vaak in het op een verkeerde manier gebruiken van technieken en/of materialen.

Kritisch reflecteren

Ik denk daarom dat we ook in de bergsport, net zoals binnen het bedrijfsleven, meer moeten leren en durven om naar onszelf te kijken. Kritisch te reflecteren op ons eigen handelen en fouten open te bespreken om met elkaar te kunnen leren hiervan.

Een aantal zaken die ook binnen de bergsport spelen en (de reflectie op) ons eigen handelen negatief beïnvloeden:

  • Positief vooroordeel: het geloof dat het juist jou niet overkomt, het idee dat juist andere mensen meer risico lopen. En, de vorige keer ging het toch ook goed! ‘Zo doen we het al jaren’, en op die manier blind worden voor het gevaar. Een wel bekend voorbeeld is het niet leggen van een knoop in het einde van het touw bij het abseilen.
  • Dunning-Kruger effect: de bergsport lijkt niet complex, en hoe minder je van iets afweet hoe eenvoudiger het eruit ziet. Mensen denken dat ze meer weten dan dat ze eigenlijk doen. Dit vooroordeel zorgt ervoor dat mensen minder nieuwsgierig worden en ze minder gaan onderzoeken, omdat bergsport eenvoudig ‘lijkt’.
  • Non-event feedback loop: voor mij een van de belangrijkste factoren! De schijnbare positieve feedback op een handeling die goed lijkt te gaan, terwijl de handeling eigenlijk fout is. “Normaal” krijg je feedback zowel als je het goed doet (dan lukt iets) en als je het niet goed doet (dan mislukt het). Echter bij dit soort activiteiten, maar soms ook binnen andere sporten, word je fout niet afgestraft maar kom je ermee weg. Dan weet je dus niet hoe dicht je bij of hoe ver je over de grens bent gegaan en is het niet door jouw toedoen dat het goed ging maar heb je geluk gehad. Daarmee krijg je geen adequate feedback op jouw handelen, pas je jouw handelen niet aan en heb je het schijnbaar goed gedaan. Terwijl het als er iets zou zijn gebeurd, het verkeerd zou zijn afgelopen. Dit verschijnsel komt ook veel voor tijdens skitouren waar we (net) geen lawine los trappen.
  • De ander: berggidsen doen meer als er andere berggidsen in de buurt zijn. En niet-professionals kijken weer naar de professionals wat die doen.

Dit zou ook toepasbaar kunnen zijn tussen klimpartners (‘niet onder willen doen’) of door groepsdruk. Maar spreek ik dat uit?

Ook onze opleiding kan hierbij een rol spelen: als wij technieken verkeerd of maar deels aanleren, of als het beeld geschetst wordt in de opleiding dat men alles weet.

Mont Dolent

In 2017 was ik bijna getuige van een ongeluk. Samen met Piet, die toen ruim zeventig jaar was (!), beklom ik de Mont Dolent via de Italiaanse kant. Er was nog een andere groep op de berg: en groep van de Lombard Alpine and Speleological Rescue. Het eerste stuk van de route gaat over een glooiende gletsjer, waar iedereen dezelfde techniek gebruikte. Lang touw, zodat in het geval van een val je tijd hebt (door de lengte van het touw) om te reageren.

Mont Dolent

Daarna wordt de route steiler en gaat deze tussen de 35 en 45 graden omhoog. Een duidelijke verandering in terrein, en dus (vaak) ook een verandering in touwtechniek. Omdat ik maar één gast aan mijn touw had, wisselde ik tussen kort touw (het eerste stuk waar hele goede sporen staan) en uitzekeren (ik graaf een dode man, zet Piet vast aan het anker en klim gezekerd omhoog, met tussenzekering in de rots).

De groep uit Milaan veranderde niets aan hun touwlengte/touwgebruik en ging met gletsjertouw (lang touw) het steile stuk in. Ik weet nog dat ik met Piet hier over gepraat heb, dat ik het zo gek vond dat ze geen verandering in touwlengte/touwtechniek aanbrachten.

We bereikten de top, maakte een foto en daalde af. Een touwgroep uit Milaan is achter ons en daalt vijf minuten na ons af. Ik laat Piet zakken, zorg dat hij vast zit aan de rots en klim dan naar beneden naar hem toe. We dalen zo verder af, gaan de hoek om en komen op de vlakke gletsjer uit. Hier wisselen we van touwlengte (gletsjertouw) en lopen terug naar de hut.

Mont Dolent

Van de Milanese touwgroep is geen spoor meer te bekennen, wel zie we na twintig minuten plots een helikopter rond de top van de Mont Dolent vliegen. Bij de hut aangekomen hoor ik het vreselijke nieuws: de Milanese touwgroep is op het steile stuk uitgegleden, een persoon is overleden, de andere klimmer is zwaar gewond. De reactie van de Milanese teamgenoten is duidelijk: ‘het is een gevaarlijke berg, het was een gevaarlijk route vandaag’….

Mont Blanc

Een ander voorbeeld was op de Mont Blanc, waar ik tijdens de afdaling jaren geleden twee klimmers honderden meters onder mij zag liggen. Een klimmer bewoog zijn arm nog, de ander lag levenloos naast hem. Later, na de redding en overleg met de reddingsdienst, kwamen we tot de conclusie dat deze touwgroep in de afdaling uitgegleden was, en de ene klimmer had de ander mee gesleurd de diepte in.

Dezelfde fout die ik heb gemaakt toen in ik 2000 de Nadelgraat beklom. Met het verschil dat ik geluk heb gehad

Waarom? Omdat de touwgroep voor dat terrein niet de juiste touwtechniek toepaste. Op de steile helling (35 graden?) zaten de twee klimmers met lang touw (gletsjertouw) aan elkaar. Dezelfde fout die ik heb gemaakt toen in ik 2000 de Nadelgraat beklom. Met het verschil dat ik geluk heb gehad.

Ik

Omdat ‘ik’ voor een groot deel in de vergelijking zit, moeten we ook naar onszelf durven kijken. We moeten kritisch zijn op onze ervaring, ons eigen handelen, en misstappen niet zien als falen maar als een manier van leren. In mijn voorbeeld lag de fout ook bij de factor IK: wij als team dachten dat we wisten hoe we het veiligst de berg af konden komen. Wij dachten de passende touwtechniek te kennen, omdat we dit zo geleerd hadden en de gevolgen van een verkeerde touwtechniek nooit hadden ervaren. Wij dachten na onze c2 cursus ‘alles’ te weten en waren ‘blind’ van vertrouwen.

Foto: Roeland van Oss

De IK zou het gemakkelijkst te analyseren moeten zijn, want deze ligt het dichtst bij onszelf maar bespreken we vaak niet of nauwelijks. De vraag is waarom dit niet lijkt te gebeuren en waarom we dit niet durven.

Daarnaast lijkt de druk van de buitenwereld/de ander hierbij een bepalende factor. Falen doet het op facebook nooit goed, zeker niet als je het vanuit jezelf beschrijft: stoere verhalen en topfoto’s kunnen op meer aanzien en likesrekenen.

Evaluatie in de bergsport

Het andere probleem is de evaluatie in de bergsport, die alleen mogelijk is als we ons ongeluk overleven, omdat we dan pas ervaren dat er iets echt fout zat. De vraag is of we eerlijk durven te evalueren als we een ongeluk overleven. Bij veel ongelukken waarbij de klimmer het niet heeft overleeft was de feedback achteraf vaak zo dat de klimmer heel deskundig was en dat het lag aan de moeilijke berg en/of de moeilijke omstandigheden. Vrijwel nooit horen we dat het lag aan de beperkte kennis en ervaring van de klimmer. Terwijl juist door voldoende kennis en ervaring je in de moeilijke omstandigheden of op die moeilijke berg misschien andere keuzes zou maken.

Foto: Roeland van Oss

Als we deze ‘gap’ in evaluatie zien en accepteren, dan zorgt dit voor een nieuwe manier van denken en een andere manier van opleiden. Eerlijk, open en in een community waar fouten maken bespreekbaar wordt. Toepasbaar in de bergsport, en overal toepasbaar waar risico’s zijn en deze gemanaged moeten worden.

We kunnen beginnen met goede training en opleiding: dat betekent binnen de bergsport naast de reddingstechnieken ook ervaren wat het is om uit te glijden, mee gesleurd te worden en te vallen in een spleet met een te kort touw (uiteraard wel in een gecontroleerde omgeving waarbij er geen ongelukken gebeuren). Zodat de emmer niet vol raakt en we ruimte hebben voor de extra druppel van de afdaling.

Wat kunnen wij hier zelf aan doen??

  • Open communicatie. Creëer in jouw groep een sfeer waarin alles bespreekbaar is, er geen schaamte bestaat en zorg er samen voor dat het normaal is telkens weer je handelen en je gevoel te bespreken. Praat achteraf over je tour en denk terug aan de momenten die je de volgende keer anders zou doen.
  • Beheers de technieken goed en zorg ervoor dat iedereen op de hoogte is van de nieuwste technieken.
  • Spreek mensen binnen je groep aan op stoer/egoïstisch/gevaarlijk gedrag.
  • Stop en denk na! Denk bij de verschillende technieken even na voordat je deze toe gaat passen. Doe een stap achteruit en ‘stap uit’ de situatie. Doe ik het wel goed?

Denk bij het gebruik van technieken altijd in het ergste scenario en vraag je steeds af: wat zou er kunnen gebeuren in het ergste geval?

  • Probeer 3 stappen vooruit te denken en probeer alle factoren mee te nemen in je beslissing. Als voorbeeld: Als het mistig is op een skitour, zal ik anders beslissen dan wanneer de zon schijnt, omdat bij mist de heli niet kan vliegen en dus een redding niet mogelijk is.
  • Spar met een expert: vraag een berg-expert naar zijn/haar mening om jouw eigen idee te ontkrachten of juist kracht bij te zetten.
  • Test technieken vooraf en herhaal technieken na een periode van geen gebruik, in een veilige situatie. En niet alleen de spletenredding, maar ook touwgebruik

Roeland van Oss (www.roelandvanoss.com) is een van de weinige Nederlandse UIAGM Berggidsen en expeditie klimmer, en wordt daarbij gesponsord door RAB, Julbo en OutdoorXL 

Met dank aan Jennie Pouwels en Tim van Helmond.

Voor meer info:

 

Klik hier voor meer informatie over duurzaam reizen naar Zwitserland

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Plaats je reactie
Vul hier je naam in

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.