ADVERTENTIE

Klik hier voor de mooiste bergwandelingen en huttentochten in Oostenrijk

 

Hoe we na 12,5 uur lopen bekaf aankwamen bij onze berghut

Door: Pauline van der Waal

De etappe van vandaag is lang. Erg lang. Té lang, als je het mij vraagt. Maar wel de allermooiste van onze route over de GR221 op Mallorca. Lees snel verder en oordeel zelf. Aan het einde geef ik ook een aantal opties om de etappe te verkorten.

Ik loop samen met mijn reisgenootje Judith vier etappes van de GR221. Vandaag is dat van Port de Sóller naar Refugi Tossals Verds, in the middle of nowhere. Volgens mijn navigatie-app waarin ik de routes heb gepland, is de tocht 26,6 kilometer lang en doen we daar zo’n 9 uur over. Uiteindelijk komen we uit op maar liefst 27,1 kilometer plus 1230 hoogtemeters omhoog en 790 omlaag. En die 9 uur? Dat haalden we bij lange na niet…

De route vandaag is prachtig, maar loodzwaar. Foto: Pauline van der Waal
De route vandaag is prachtig, maar loodzwaar. Foto: Pauline van der Waal

Start vanaf de refugi bij de vuurtoren bij Port de Sóller

We starten onze wandeling bij Refugi de Muleta, waar we hebben geslapen. De hut ligt bij de vuurtoren Cap Gros. Deze ligt een stukje buiten Port de Sóller op zo’n 80 meter hoogte. We hebben een lange etappe voor de boeg, dus we willen vroeg ontbijten. Gisteren liet de beheerder al weten dat het ontbijt om 8:00 uur is. En hoe wij en de Spaanse jongen die ook vroeg weg wil lullen als Brugman, hij is niet te vermurwen.

Pas later kom ik er achter dat alle refugi’s eigendom zijn van de overheid en de beheerders dus feitelijk ambtenaar. En blijkbaar klopt hier het vooroordeel: die zijn zo flexibel als een loden deur. Acht uur ontbijten dus. Wat betekent dat we even 8:30 uur klaar zijn voor vertrek. In de benen!

Hier zijn we zo'n anderhalf uur onderweg en we hebben er zin in! Foto: Pauline van der Waal
Hier zijn we zo’n anderhalf uur onderweg en we hebben er zin in! Foto: Pauline van der Waal

Terug naar de route van de GR221

We volgen het pad terug vanaf de hut naar de GR221 en zetten koers naar Port de Sóller. We komen weer langs het weiland met ezeltjes en ik heb me voorgenomen mijn oude appeltjes aan deze ezeltjes te voeren. Maar ze zijn er niet, iets waar ik later op de dag erg blij mee ben.

Gisteren liepen we tijdens onze eerste etappe deze route al om uit te komen op de boulevard van het kustplaatsje. We weten daardoor dat een stuk van het pad over flink steile stukken loopt. We snijden daarom een stukje af door bij Muleta Petit de verharde weg te volgen. Je moet daarvoor door het hek en over het terrein van de herberg, maar dat is openbaar. Je kunt hier namelijk ook een kopje koffie drinken, maar dat slaan wij over. Geen domme keuze blijkt, wanneer we aan het einde van de dag in tijdnood komen.

Vanaf de route zie je Port de Sóller al liggen. Foto: Pauline van der Waal
Vanaf de route zie je Port de Sóller al liggen. Foto: Pauline van der Waal

Van Port de Sóller naar Sóller kan ook met het treintje

We hebben vandaag helaas geen tijd om de baai te verkennen, dus zetten we direct koers richting Sóller dat iets meer landinwaarts ligt. Wil je tijd besparen, dan kun je ook het historische treintje nemen dat tussen beide plaatsen rijdt. Dat scheelt je zo’n anderhalf uur, want zo lang doen wij erover om in Sóller te komen.

Neem het historische treintje om anderhalf uur in te lopen. Foto: Coby Leemans

Het wordt warm vandaag dus neem water mee

De route loopt dwars door het oude stadje Sóller. Er zijn veel kraantjes in de stad om je waterflessen te vullen. Doe dat, je gaat het nodig hebben. Kom je flessen tekort, koop dan extra water bij de supermarkt. We nemen een korte pauze op het gezellige centrale Placa de la Constitucio en gaan zitten in de schaduw op de trappen van de Sant Bartomeukerk. De temperatuur tikt de 28 °C aan. En het is nog geen 11 uur ‘s ochtends. Zei ik al dat je genoeg water mee moet nemen?

Sóller is een lief plaatsje met veel restaurantjes en terrasjes. Foto: Pauline van der Waal
Sóller is een lief plaatsje met veel restaurantjes en terrasjes. Foto: Pauline van der Waal

De stad uit richting de bergen

We verlaten de stad en dan wordt het pas echt heet. We lopen via ommuurde weggetjes richting Binibassi. Volle zon, geen beschutting, geen wind. O ja, en bergop. Alles wat we drinken zweten we direct weer uit. Vanaf het dorpje met slechts paar huizen lopen we eerst een stuk naar beneden, voordat we weer gaan stijgen naar Biniaraix.

Door het dropje Biniaraix. Foto: Pauline van der Waal
Door het dropje Biniaraix. Foto: Pauline van der Waal

Geen tijd voor koffie, we moeten door!

Een piepklein schattig plaatsje met een terras dat onze naam roept. Wat zouden hier graag even stoppen voor een kopje koffie maar helaas we hebben geen tijd… Even verderop is een oude waterpomp en ik vul opnieuw al mijn waterflesjes. Vanaf nu gaat het echt klimmen beginnen.

Met genoeg Estrella op de tap kom je hier de dag wel door. Foto: Pauline van der Waal
Met genoeg Estrella op de tap kom je hier de dag wel door. Foto: Pauline van der Waal

We slingeren hoger en hoger over stenen paadjes

Liepen we eerst over bospaden, over wegen en door straatjes, nu verandert de ondergrond in de typerende keienpaadjes die ik de komende dagen zowel zal prijzen als vervloeken. Kilometerslang volgen we de dit pad en slingeren hoger. En hoger. En hoger. We kruisen regelmatig de rivier, maar daar zit in deze droge tijden nog geen druppeltje water in.

De typerende paden op de GR221. Foto: Pauline van der Waal
De typerende paden op de GR221. Foto: Pauline van der Waal

Kijk, daar komen we vandaan!

Al snel zien we de schattige dorpjes onder ons steeds kleiner worden, evenals Sóller in de verte. Even laten zien we zelfs vuurtoren waarvandaan we vanochtend zijn vertrokken. Zijn we echt al zover? De teller laat 13 kilometer zien, we zijn nog niet eens op de helft… We lopen verder, terwijl we heel af en toe een andere wandelaar of een geit tegenkomen.

Flink inzoomen, maar dan zie je 'm echt: de vuurtoren van Port de Sóller. Foto: Pauline van der Waal
Flink inzoomen, maar dan zie je ‘m echt: de vuurtoren van Port de Sóller. Foto: Pauline van der Waal

Door een enorme kloof

Ineens rijzen de rotswanden aan beide zijden omhoog. Wat bizar, we lopen ineens door een enorme kloof! We trekken nog verder omhoog en al snel lijkt de kloof niet meer dan twee nietszeggende rotspunten. En aan de klim komt nog steeds geen eind.

Wel zijn we volgens de app inmiddels halverwege. In kilometers dan, want er liggen nog heel veel hoogtemeters in het verschiet. We lopen langs een kraantje en willen wel even afkoelen. Maar helaas: geen water door de droogte.

Door de kloof. Foto: Pauline van der Waal
Door de kloof. Foto: Pauline van der Waal

Wat een uitzicht

Even later maken we een scherpe bocht naar rechts en als ik achterom kijk, zie ik ineens een geweldig fotomoment. Leuk als je op pad bent voor Mountainreporters, maar zo maak je nog wel wat extra kilometers en uren. Want ik moet terug! Het resulteert wel in een goede foto.

Yup, dat kleine poppetje ben ik! Foto: Pauline van der Waal
Yup, dat kleine poppetje ben ik! Foto: Pauline van der Waal

Een saai stuk door het bos met een rijke beloning

Even verderop komen we opnieuw een kraantje tegen en gelukkig werkt deze wel. Voor de zekerheid vul ik een flesje dat halfleeg is nog maar eens tot de nok. Eenmaal bovenaan het pad staat er een heerlijk verfrissend windje. Of nou ja, bovenaan. Was het maar waar.

De komende paar kilometer lopen we via een saai bospad gewoon weer verder omhoog. Maar als de bomen eindelijk wijken worden we rijkelijk beloond. In de verte zien we het prachtige turquoise stuwmeer Cúber liggen in het groen. Wow!

Helaas: zwemmen verboden!

Via een glooiend pad lopen we bergaf richting het meer. Ik zou hier dolgraag een verfrissende duik nemen, maar helaas: zwemmen is hier verboden. Dat heeft een goede reden. Cúber is een kunstmatig waterreservoir met drinkwater door de inwoners van Palma de Mallorca.

We besluiten een pauze te nemen aan de oever van het meer, want we zijn tenslotte al een flinke poos onderweg. Gelukkig krijgen we vanuit de refugi elke dag een lunchpakketje mee met vier taaie boterhammen. Die krijg ik nooit op, maar het komt nu van pas. Na een korte stop lopen we verder om het meer heen.

Het meer leek zo dichtbij van bovenaf, maar we hebben nog een uur nodig om er te komen. Foto: Pauline van der Waal
Het meer leek zo dichtbij van bovenaf, maar we hebben nog een uur nodig om er te komen. Foto: Pauline van der Waal

Na het meer volgt nog een flinke klim

Inmiddels zijn we al ruim negen uur (!) onderweg en ik had het niet erg gevonden als de etappe nu klaar was. Maar helaas: er is hier helemaal niets, dus we moeten door naar de refugi waar we overnachten.

We kunnen kiezen uit twee opties. De kortere, maar zwaardere route, of de langere wat makkelijkere. We kiezen de eerste, maar daar krijgen we later spijt van. Volgens het routepaaltje zijn we vanaf hier nog een uur of twee onderweg… Pff, nog twee uur?! Een paar uur later denken we: wás het maar twee uur.

Zigzaggen omhoog vanaf het meer. Foto: Pauline van der Waal
Zigzaggen omhoog vanaf het meer. Foto: Pauline van der Waal

De ene voet voor de andere

Als we er over twee uur zijn, zijn we precies op tijd voor het eten dat in alle refugi’s klokslag acht uur wordt geserveerd. We starten weer met de flinke klim. Zigzag omhoog met haarspeldbochten, dan weet je het wel. Naast het Cúbermeer zien we nu ook het nabijgelegen reservoir Gorg Blau liggen.

Eenmaal boven krijg ik opnieuw een wow-gevoel. We kijken richting het binnenland en zien een soort tafelberg liggen. Waanzinnig! Volgens mijn navigatie-app is het vanaf hier alleen bergaf. Nu ben ik beter in stijgen dan in dalen, maar toch ben ik er blij mee. Dat betekent namelijk koers richting de herberg.

Wauw wat een uitzicht! Foto: Pauline van der Waal
Wauw wat een uitzicht! Foto: Pauline van der Waal

Pittige afdaling en zijn we er nu nog niet?

Maar jeetje, wat is de afdaling pittig! Vooral Judith heeft het moeilijk, zeker na de klim van zojuist. Ze maakt zich zorgen. Ze heeft nog maar een klein beetje water en haar benen trillen. Maar ja, we moeten verder en we hebben toch de helft van die 1h50 op het bordje gespendeerd. Dus zover kan het niet meer zijn, toch?

Ik ben er niet gerust op. We vorderen maar langzaam. Het is niet gewoon afdalen, maar klimmen en klauteren over rotsen, soms zittend op de billen. Judith raakt steeds achterop, waardoor ik moet wachten.

Mijn navigatie-app geeft een error. Ik kan nog wel de kaart en onze positie op de route zien, maar maar niet meer de resterende afstand. Ik durf ‘m niet opnieuw op te starten, misschien heeft ‘ie er dan wel helemaal de brui aan. En we hebben de app juist nu nodig, want het pad is niet overal even duidelijk te zien we we willen niet ook nog eens verkeerd lopen. Judith gebruikt haar telefoon om in te schatten hoe ver het nog is en is ervan overtuigd dat het nog een paar honderd meter is. Ik ben daar niet zo zeker van, want op de kaart ziet de resterende route er ver uit.

Toen we dachten nog zo'n twee uurtjes te moeten. Foto: Pauline van der Waal via Instagram
Toen we dachten nog zo’n twee uurtjes te moeten. Foto: Pauline van der Waal via Instagram

Doen we toch gewoon nog even een klettersteig, joh!

Inmiddels staat Judith het huilen nader dan het lachen. Haar water is bijna op. Ik drink niet zoveel, daar moet ik onderweg alleen maar van plassen. Ik geef haar mijn laatste fles water. We moeten verder, want de zon zakt langzaam achter de bergen.

Ik begin te twijfelen. Dit kan toch niet goed zijn? Het eindpunt komt op mijn kaartje maar niet dichterbij. Bovendien zouden we toch alleen nog maar afdalen? Maar ja, we hebben verder geen bereik met onze telefoons, dus er zit niets anders op dan door te blijven lopen. Ik kijk voor me, en roep net iets te hard: oh nee! Judith komt een paar minuten later aan, maar heeft me wel gehoord. Ik durf het bijna niet te zeggen, maar we moeten via een klettersteig naar boven.

Via de kettingen van de klettersteig hijsen we ons enkele tientallen meters naar boven. Foto: Pauline van der Waal
Via de kettingen van de klettersteig hijsen we ons enkele tientallen meters naar boven. Foto: Pauline van der Waal

Eén, twee, drie, in godsnaam!

Dit stuk over de rotsen is zo steil, dat je jezelf aan je armen via een ketting omhoog moet hijsen. Judith had hierover gelezen in een blog. Maar het duurde zo lang voordat we er kwamen, dat we dachten dat die info niet meer klopte. Ik geef Judith de keuze: wil je eerst, of liever dat ik eerst ga? Judith gaat eerst en pakt de ketting. Zonder veel na te denken hijst ze zich snel omhoog en in no-time staat ze boven.

Ze heeft dorst, dus nu is ons water echt op. En je gelooft het niet, maar we klimmen weer steil omhoog! Hoe kan dit? We zijn inmiddels op een rotsachtig stuk zonder bomen en ik heb bereik! Ik gebruik Google Maps en die zegt dat de refugi hier 850 meter vandaan is. Hemelsbreed, welteverstaan. Dus veel zegt het niet. Maar wel genoeg om te weten dat we op de goede weg zitten! We moeten door, want de zon zakt verder en de schemer is niet ver weg.

Hijsen, hijsen, hijsen via de ketting. Foto: Pauline van der Waal
Hijsen, hijsen, hijsen via de ketting. Foto: Pauline van der Waal

Never underestimate een appeltje voor de dorst!

Judith heeft dorst. Ik voel me nog steeds oké, maar water heb ik ook niet meer. Wat ik wel heb: twee appeltjes van de Albert Heijn die al vanuit Nederland in mijn tas zitten. En die ik godzijdank niet vanochtend aan de ezeltjes heb gegeven. Want tijdens wandelingen overal ter wereld leerde ik al: onderschat nooit de kracht van appeltje voor de dorst! Eten en drinken tegelijk.

We lopen weer verder. Of klauteren, eigenlijk. En dan zie ik vanaf het hoogste punt heel in de verte een dak tussen het groen. Dat moet het zijn! Op mijn app zie ik dat we nog een enorme slinger moeten maken, want deze helling is veel te steil om af te dalen. Het is inmiddels half negen geweest, waardoor we ruim te laat zijn voor het eten dat in de berghut om acht uur sharp wordt geserveerd.

Toen de route er nog lieflijk uitzag. Foto: Pauline van der Waal
Toen de route er nog lieflijk uitzag. Foto: Pauline van der Waal

Hopelijk zijn we nog welkom in de refugi

De zon is inmiddels echt weg en het begint te schemeren. Hierboven op de berg heb ik nog bereik en ik besluit de berghut te bellen. Ik ben bang dat ze zich zorgen maken als we niet voor het donker binnen zijn. Ik zeg tegen de man aan de telefoon dat we gezond en in orde zijn, alleen maar laat. Ik verwacht dat we nog zo’n 30 tot 45 minuten nodig hebben om bij de refugi te komen. Hij laat weten dat dat geen probleem is. Hij verwacht ons en houdt een potje voor ons warm! Bovendien drukt hij ons op het hart ook dit laatste stuk niet te overhaasten, zodat we niet met het zicht op de haven alsnog van een rots donderen.

Refugi Tossals Verds, waar we 12,5 uur na vertrek eindelijk aankomen! Foto: Pauline van der Waal
Refugi Tossals Verds, waar we 12,5 uur na vertrek eindelijk aankomen! Foto: Pauline van der Waal

Ja! We zijn er!

Uiteindelijk is het bijna half 10 ‘s avonds als onze navigatie-app (die we enkele dagen terug Robert-Jan hebben gedoopt, vanwege zijn wat kakkineuze ‘ga hier rechtdeurrrrr’) vanuit het niets zegt: ‘u bevindt zich dichtbij uw bestemming’. Ja! Hoera! Ik loop voorop en open het hek van het terrein van de herberg. Ik sprint naar binnen waar de beheerder ons lachend twee ijskoude cola’s overhandigt. 21:24 uur op de klok. We eten en gaan direct naar bed.

Versleten aan de cola, maar we kunnen nog lachen! Foto: Pauline van der Waal
Versleten aan de cola, maar we kunnen nog lachen! Foto: Pauline van der Waal

Tips om de etappe in te korten

Zoals ik al zei vond ik deze etappe voor het leuk echt te lang. Er zijn meerdere opties om de etappe in te korten:

  • Overnacht niet in de refugi, maar in Port de Sóller zelf. Dat scheelt je minimaal een uur. Overnachten in Sóller kan natuurlijk ook, dan loop je in de etappe van gisteren door tot aan dit gezellige stadje. Daarmee wordt de eerste etappe wel een stuk langer.
  • Neem het treintje van Port de Sóller naar Sóller, daarmee loop je anderhalf uur in
  • Hak de etappe in tweeën en overnacht in het schattige kleine plaatsje Biniaraix, op zo’n 12 kilometer in de route
  • Neem na het meer de route linksom naar Tossals Verds, dus zonder het logootje van de kettingen. Volgens het routebord doe je langer over deze variant, maar dat schijnt erg mee te vallen, zeker als je niet zo goed bent in klimmen en dalen. Deze variant is veel gemakkelijker.
Het dal kleurt paars door de bloeiende Bougainvilles. Foto: Pauline van der Waal
Het dal kleurt paars door de bloeiende Bougainvilles. Foto: Pauline van der Waal

Alle informatie over de GR221 op Mallorca

Wil je net als ik een meerdaagse wandeling gaan maken op Mallorca, lees dan het artikel dat ik schreef over de GR221. Daar vind je ook tips over vervoer, overnachtingen en een paklijst. Het artikel lees je hier:

GR221 Mallorca – Vier etappes van de Dry Stone Route door het Tramuntanagebergte

Daarnaast schreef ik over elke etappe een verslag. Dat lees je hier:

Deze wandeling werd mede mogelijk gemaakt door het Spaans Verkeersbureau.
Klik hier voor meer informatie over duurzaam reizen naar Zwitserland

4 REACTIES

  1. Hoi! Leuk om al jouw ervaringen te lezen en goede tips ook waar ik al veel aan heb gehad.
    Mijn vriend en ik willen begin september de route gaan lopen, maar dan andersom (start in pollenca) en eindigen in Valdemossa.
    Ik lees in jouw artikel over deze toch pittige route en zat te kijken wat de overnachting mogelijkheden zijn in Biniaraix zoals je adviseerde. Ik kan op internet echter geen slaap accomodatie vinden, weet jij deze nog uit je hoofd?
    Verder vroeg ik me af of alle slaapplekken op de hele route nog open zijn i.v.m. corona of dat je ruim van te voren wat vast moet leggen? Ben bang namelijk dat we straks in de middle of nowhere geen slaapplek hebben.. 🤣 alvast bedankt voor je antwoord!

    • Hoi Lisanne! Super leuk dat je gaat wandelen op Mallorca!
      Ik zal je vragen zo goed mogelijk proberen te beantwoorden. Ikzelf heb niet overnacht in Biniaraix, maar vond het zo’n schattig (heel klein!!) plaatsje dat ik dat wel had gewild haha. Nu heb ik even op Booking zitten kijken, en er zijn wel accommodaties daar, maar ik zie op de paar data die ik (in september) heb gecheckt, dat alles op rood staat (als in: niet boekbaar). Als er echt niets te vinden is, zou ik zeggen: loop dan nog iets door richting Soller, dat is een grotere plaats en is zeker accommodatie.
      Voor de slaapplekken op de route: bedoel je in de refugi’s, of andersoortige acco? De refugi’s hebben namelijk beperkte bedden beschikbaar, omdat je vanwege corona niet een slaapzaal mag delen met onbekende mensen. Of in ieder geval: heeeeel ver uit elkaar moet liggen. Dat waren in ieder geval de regels toen wij er waren (eind juni). Je kunt gewoon reserveren vooraf, dus dat zou ik zeker doen.

      Als je in andere acco’s wilt overnachten (hotels, B&B’s etc), dan raad ik je aan om even te informeren of ze gewoon open zijn. ALs je kunt boeken, neem ik aan van wel. Check trouwens ook even of Spanje (of de Balearen) nog extra inreisregels hebben, gezien de rode status van NL. Sowieso zijn er echt altijd wel accommodaties te vinden. Toen wij er waren, waren er zeker accommodaties gesloten (omdat er toen nog minder werd gereisd dan nu), aan de andere kant was het dus ook rustiger dan normaal, zodat je echt nog wel iets kon vinden.

      Ik hoop dat je hier iets aan hebt, en alvast super veel plezier gewenst, het is er prachtig!
      Groeten,
      Pauline

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Plaats je reactie
Vul hier je naam in

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.