Hier moet je naartoe: de IJslandse Westfjorden

Door Manon Verijdt

IJsland is de laatste tijd goed vertegenwoordigd op Mountainreporters. Niet zonder reden natuurlijk! Het land is prachtig met zijn machtige gebergtes, ongerepte natuur en oneindige aanbod aan natuurlijke warme baden. Zowel de ‘Golden Circle’ als ‘Diamond Circle’ worden veel bezocht, waarbij sommigen de hele rondweg afgaan. Ik moet zeggen, zelfs na vier maanden op dit eiland heb ik nog lang niet alles ontdekt. Dat ik niet constant de beschikking heb tot een auto speelt daarbij een grote rol, maar kort geleden had ik eindelijk het geluk om een midweek naar de Westfjorden af te reizen!

De Westfjorden liggen, zoals de naam al zegt, in het westen van IJsland en bestaat puur uit bergketens die door platentektoniek zijn ontstaan. In deze post zal ik wat prachtige plekken aanbevelen, inclusief een van de plekken waar ik overnacht heb.

De Westfjorden
Kliffen van de Westfjorden – eigen foto: Manon Verijdt, Mountainreporters

Roadtrippen op gravelwegen

Voor degenen die al in IJsland zijn geweest is het geen onbekend nieuws dat de snelheidslimiet op de ringweg 90 kilometer per uur is. Ik snap het helemaal, aangezien langs de weg komen met je auto geen goed plan is. Desondanks moet ik zeggen dat ik het soms wel mis om met 120km per uur over de weg te rijden. In de Westfjorden is het verschil echter nog een tikkeltje groter. Tijdens ons reisje begonnen we in het zuiden van de Westfjorden. Hier bestaat een groot gedeelte van de weg uit gravel. Het rijden met een huurauto is altijd een risico, maar met opspattende steentjes is het risico nog net iets groter, waardoor onze gemiddelde snelheid op deze wegen rond de 40 kilometer per uur lag. De reis naar onze eerste verblijfsplaats duurde dus langer dan verwacht.

Gelegen aan een prachtig fjord konden we vanaf het balkon genieten van de zonsondergang

Onze eerste slaapplek was gelegen in Tálknafjörður. We wisten dat we een Airbnb op een boerderij hadden gereserveerd, maar waren blij verrast met de uiteindelijke accommodatie. Een klein huisje midden op de boerderij, omringd door schapen met lammetjes, twee paarden, kippen en een hond. Ik voelde me meteen weer thuis. Gelegen aan een prachtig fjord konden we vanaf het balkon genieten van de zonsondergang (in hoeverre de zon in juni nog onderging) en ’s ochtends vroeg werden we gewekt door de boer. We kregen een rondleiding over de boerderij en gingen terug in ons huisje met vijf verse eieren. Heerlijk!

Op verkenning in de Westfjorden

’s Avonds laat bezochten we een hot pot, Brúarpotturinn, aan de andere kant van het dorp. Afgelegen en bijna onzichtbaar als je niet weet waar je naar moet zoeken ligt een kleine warmwaterbron onder een brug. Omkleden gebeurt in de open lucht, maar aangezien hier geen mens te bekennen is, is dat geen probleem. Ik steek mijn tenen in het water en trek meteen terug. Het vergt wat gewenning, maar eenmaal zittend in het water ben ik helemaal ontspannen. Niet veel mensen zullen deze plek ontdekken, wat de ervaring nog net iets unieker maakt.

Volg de rivier met je ogen, en je zult eindigen bij de zee met daarachter de bergen aan de overkant van de baai. Een uitzicht wat je gewoon met eigen ogen wil zien. Kom je hier net als ik in de zomer, houdt dan rekening met muggen. Ook zij houden van het warme water!

De Westfjorden
Klif Látrabjarg – eigen foto: Manon Verijdt, Mountainreporters

Aangezien wij twee nachten verbleven in dit huisje, konden we tevens de iets wijdere omgeving verkennen met onze auto. De eerste stop was Látrabjarg. Om er te komen moet je eerst een behoorlijke tijd over een gravelweg rijden, dus wij hadden absoluut niet verwacht hier veel mensen te zien. Desondanks stonden er minstens tien auto’s en liepen vele mensen al over de kliffen.

Nadat ik het met eigen ogen gezien had snapte ik het helemaal. Een enorme kolonie papegaaiduikers en alken vliegen af en aan, zonder gestoord te worden door de mensen. Ik had hier wel de hele dag kunnen blijven om foto’s te maken, maar aangezien we nog meer moois wilden zien vertrokken we een paar uur later toch maar naar onze volgende bestemming.

De Westfjorden
Papegaaiduiker – eigen foto: Manon Verijdt, Mountainreporters

Strand in IJsland

Een stukje terug op onze weg lag Rauðasandur, het zogenaamde “red sand beach”. Kronkelend over smalle, minder goede wegen zagen we met een vogelperspectief voor het eerst dit strand. Ik had werkelijk waar nooit verwacht dit in IJsland te zien. Blauw water stromend door een woestijn van donkergeel zand, omringd door grasland met daaromheen één grote bergketen uitstrekkend van links naar rechts. Ik heb nog niet veel stranden bezocht in IJsland, maar ik weet al bijna zeker dat dit mijn favoriet blijft.

het voelde alsof ik in het midden van de woestijn stond, uitgezonderd van de enorme bergketens die op kilometers afstand nog steeds ver boven de horizon uittorenden

Bij het kerkje parkeren we de auto en nemen we onze spullen mee door het gras naar het strand. We lunchen tussen de schapen, want ja, die lopen hier over het strand, en lopen dan bepakt en bezakt verder naar de zee. Ik had wel in de gaten dat het strand groot was, maar ik had niet ingeschat dat ik twintig minuten zou moeten lopen om bij het water te komen. Aangezien ik op de heenweg alleen liep, voelde het alsof ik in het midden van de woestijn stond, uitgezonderd van de enorme bergketens die op kilometers afstand nog steeds ver boven de horizon uittorenden. Eenmaal aangekomen bij het water was er maar één optie: zwemmen! De Atlantische Oceaan is koud, maar met de heerlijke zon aan de hemel en zonder enige andere toerist te bekennen was het optimaal genieten.

De Westfjorden
Schapen op het red sand beach – eigen foto: Manon Verijdt, Mountainreporters
De Westfjorden
Red sand beach – eigen foto: Manon Verijdt, Mountainreporters

Op naar Súðavík

Onze tweede bestemming lag aan de andere kant van de Westfjorden, in een plaats genaamd Súðavík. Hier besloten we onze wandelschoenen eens aan te trekken en twee flinke wandelingen te maken. Helaas voor ons was er geen wegbewijzering voor de wandelingen die we wilden maken, dus we zijn een aantal keer flink misgelopen. Het geluk in IJsland is dan weer dat het uitzicht overal prachtig is, dus een paar keer een stuk dubbel lopen is hoogstens een beetje frustrerend, maar niet meer dan dat.

Als strandjutters liepen we acht kilometer aan de rand van het water, op zoek naar de mooiste zee-egels. Met mijn handen vol liepen we terug naar de auto, om even later weer uit te stappen en een wandeling naar een waterval te maken. Wederom was er geen goed pad na de eerste vijfhonderd meter, maar het feit dat we wederom alleen naar zo’n prachtig natuurfenomeen konden kijken was het meer dan waard. Het waren twee heerlijke wandelingen, maar een beetje avontuurlijk en flexibel in je tijd moet je wel zijn, zo blijkt maar weer.

De Westfjorden
Onderste gedeelte van de waterval – eigen foto: Manon Verijdt, Mountainreporters
De Westfjorden
Uitzicht vanaf de waterval – eigen foto: Manon Verijdt, Mountainreporters

De Westfjorden zijn absoluut prachtig en ik denk dat deze plek de komende jaren door veel mensen bezocht zal worden. Neem de tijd, want er is meer dan genoeg te zien en je zult ook aardig wat uren door moeten brengen in de auto. Op onze terugweg bezochten we Hólmavík, waar we meegingen op een walvisexcursie. Waar je ook bent in IJsland, een walvisexcursie is altijd een goed idee. Je weet nooit wat zich onder het wateroppervlak bevindt en iedere locatie heeft weer andere bezoekers. Kleed je, ook in de zomer, wel goed warm, want de wind op het water is vaak verraderlijk koud.

De Westfjorden
Dynjandi waterval – eigen foto: Manon Verijdt, Mountainreporters

Wil je meer weten over IJsland? Check dan een van deze blogs over een stage in Húsavík, Noord-IJsland, of de ultieme hotspots van Zuid-IJsland.

SNP Natuurreizen

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Plaats je reactie
Vul hier je naam in