Advertentie
Win dit Colmar Jack

Redding in de sneeuw tijdens de Pacific Crest Trail

Een reisverhaal van André de Jel

Op de randen na is het meer bevroren. Het enige geluid dat we horen is het zachte gekraak van de kleine ijsschotsen die tegen elkaar schuren. Het is eerder een zacht rinkelend geluid. We wandelen dichterbij en zien de kleine rechtopstaande kristallen die het veroorzaken. Als kleine pieken rijzen ze uit het meer omhoog. Het geeft ons het gevoel dat we in Antarctica of Spitsbergen belandt zijn, en niet in de Siërra Nevada.

IJskristallen in het meer © André de Jel
IJskristallen in het meer © André de Jel

Een zuchtje wind blaast een hoopje verse sneeuw in kringetjes omhoog. Verder is het stil, muisstil. De afgelopen dagen heeft het veel gesneeuwd. Bijna iedere avond, rond een uur of drie, pakten de wolken zich samen. Om twee uur later alles los te laten. Meestal zien we het op tijd aankomen en konden we op tijd ons kamp opzetten. Maar soms, zoals tijdens de beklimming van de Mather Pass, komt het onhandig uit.

Alsof je naakt, zonder spullen, in een onmetelijk landschap staat

Grijze wolken pakken zich samen en er is nergens beschutting te bekennen. “Bang!!” De harde diep donkere knal van de donder schalt over de stenige vlakte. De bliksem is nog niet te zien. Voor ons, in de verte, is een soort grote halve kom van bergen. Het geluid wordt erdoor versterkt, alsof het uit een toeter komt. Het heeft een nietig makend effect. Alsof je naakt, zonder spullen, in een onmetelijk landschap staat. We zijn alleen. Er is verder niemand te bekennen in dit grote open landschap. Bovenin de kom zien we de pas liggen. Lian stopt, staart er naar en vraagt: “Zullen we doorgaan en de pas nemen? Of toch proberen om ergens een noodonderkomen te maken?”

Dikke vlokken sneeuw dalen naar beneden en blijven plakken op mijn broek. “Hmmm… Over anderhalf uur zijn we over de pas en wie weet hoe besneeuwd hij er morgen bij zal liggen…” Een beetje bedenkelijk komen deze woorden uit mijn mond. Het is verstandiger om hier ergens bivak te maken. Maar we zitten al hoog en er is nergens beschutting. “Beng!!!” Vanuit het niets is daar weer een harde knal. Als een kanonschot gaat hij dwars door ons heen. We schrikken er van. Het zicht wordt langzaam minder. Het maakt ons alerter.

Dit is niet echt een plek om ons tentje op te zetten

“Als dit uitbreidt naar een storm dan worden we hier aan flarden geblazen.” Ik pauzeer en kijk om me heen. “Ik zie ook nergens een sneeuwwal of een greppel.” De afgelopen dagen hadden we die mogelijkheden wel gezien. Maar op deze vlakte staat flinke wind. Lian kijkt mee, haar ogen volgen de grond. “De sneeuw is ook te dun om een walletje te scheppen”, concludeert ze. Ze pakt de kaart en kijkt er op. “Aan de andere kant van de pas zijn veel geulen, het gaat daar ook steiler naar beneden. En nog wat lager zijn bomen. Misschien kunnen we daar iets vinden?” Ik kijk haar aan en knik instemmend. We besluiten om door te gaan. Echt lekker voelt het niet, maar hier blijven is ook geen optie.

Lian in de sneeuw © André de Jel
Lian in de sneeuw © André de Jel

We bereiken al snel de voet van de klim en gaan gestaag omhoog richting de pas. De wind neemt toe. KNAL!! Deze is snoeihard en vlak naast ons. Is dit echt wel slim? We zien de eerste bliksemschichten. Het valt ons nu pas op wat een aparte dieproze met grijze tinten deze wolken hebben gekregen. Mijn donsmuts zit onder de sneeuw. Door de warmte van mijn hoofd begint het te smelten. Het dons wordt nat. Waarom denk ik daar niet eerder aan, pipo. Ik doe de kap van mijn regenjas er overheen. En maar goed ook. We zijn nog niet halverwege de beklimming en de sneeuwbuien barsten nu echt los.

Een enorm dik pak sneeuw

Van een storm is nog niet echt sprake, maar de sneeuw vliegt wel horizontaal tegen onze gezichten aan. Ik twijfel nog steeds aan de beslissing. De pas is niet meer te zien. “Wat denk jij. Terug gaan?”, vraag ik. Lian draagt onze hoogtemeter. Ze kijkt er op, schudt daarna met haar hoofd. “Nee, als de hoogte klopt dan kunnen we er over een half uurtje zijn.” Dat klinkt goed. En met onze regenjassen tot spleetjes dichtgetrokken beklimmen we langzaam de laatste meters.

Lian vlakbij de pas © André de Jel
Lian vlakbij de pas © André de Jel

Snel gaan we over de pas en inderdaad, het gaat hier steiler naar beneden. Alleen, hier ligt een dik pak sneeuw. Was het pad aan de andere kant nog enigszins zichtbaar, hier is het nergens te bekennen! We zetten de smartphone aan en starten de GPS app. Ultralicht wandelen is altijd balanceren tussen gewicht en echt noodzakelijk. Compromissen sluiten. Zouden we met een groep in de bergen zijn, dan hadden we ook andere spullen meegenomen. Zoals een goed professioneel GPS apparaat die zelfs in een dichtbegroeide kloof nog kan laten zien waar we zijn. Nu moeten we vertrouwen op de antenne en de chip van een telefoon…

De app is bezig. De gedetailleerde kaart van dit traject wordt geladen. Er is nog geen signaal. We wachten en daar is het eindelijk. De rode pijl. Ook door deze dikke sneeuwwolken weet hij waar we zijn. Super! Scheelt ons weer een noodbivak maken in een of andere greppel. We vergelijken voor de zekerheid of wat hij aangeeft klopt met de vorming van het terrein. En dat is gelukkig zo.

Een stem in de wind

“Wat zeg je?”, roept Lian vanuit de verte. Vanaf mijn kompas kijk ik omhoog. “Ik zeg niets!”, roep ik terug. Ze staat stil en luistert. Haar hoofd veert ineens omhoog. “Ik hoor iemand roepen!” Mijn arm zakt naar beneden. Roepen? Nu? In deze omstandigheden? Zal de wind wel zijn. Ik hoor niets. Ze wijst: “Het komt daar vandaan!” Met mijn voeten maak ik een groot kruis in de sneeuw in de hoop dat punt straks nog terug te kunnen vinden. Samen gaan we in de richting waar ze heen wijst. Nu hoor ik het ook, een vaag geroep.

We kijken goed om ons heen en zien uiteindelijk in de verte een jonge vrouw de berg af rennen. Ze blijft maar roepen en roepen en komt recht op ons af. De angst is op haar gezicht te lezen als ze bij ons aan komt. De pupillen van haar ogen staan wijd open. “Wat ben ik blij jullie te zien!”, zegt ze.

André in de sneeuw © André de Jel
André in de sneeuw © André de Jel

Ze is nat van de smeltende sneeuw en van het zweet. Haar open trailrunners zijn niet waterdicht waardoor ze drijfnatte voeten heeft. Ze heeft het behoorlijk koud. “Hoe heet je?”, vraagt Lian. “Sweetums”, antwoordt ze met een bleek gezicht. “Hoi Sweetums. We hadden hier in deze omstandigheden niemand verwacht. Is alles oké?”, vraagt Lian, terwijl ze een arm om haar heen slaat. “Ik zoek jullie al een hele tijd! Ik ben alleen en het begon te bliksemen. Ik was bang om geraakt te worden en wist niet goed wat ik moest doen. Ik zag jullie sporen en ben als een gek gaan rennen om jullie in te halen.” In een sneltreinvaart komen haar woorden eruit. Ze haalt snel adem en gaat verder. “Maar na de pas ben ik de sporen kwijt geraakt. Ik kon het pad ook niet vinden en ben maar naar beneden gaan lopen. In de hoop jullie te vinden. Ik ben al een half uur aan het roepen.”

Een ultralichte hiker

Lian praat met haar en stelt haar gerust. Ondertussen heb ik het kompas er weer bij gepakt. Ik schiet een nieuwe, veel directere koers naar beneden. Ik wil haar hier zo snel mogelijk vandaan hebben. Gezamenlijk wandelen we naar beneden.

Op weg richting de boomgrens © André de Jel
Op weg richting de boomgrens © André de Jel

Een uur later komen we aan bij de boomgrens. Al snel vinden we een aantal manshoge naaldbomen in een halve cirkel. Het sneeuwt nog steeds behoorlijk, maar de bomen breken de wind. Hier zetten we kamp op. Ze is doodmoe en we helpen haar met de tent. Ze is het toonbeeld van wat men een ‘ultralichte hiker’ noemt. Zo eentje die super lange afstanden maakt en puur minimalistisch op pad gaat. “Het is altijd zonnig in Californië. Ik heb daarom veel thuis gelaten”, vertelde ze onderweg. Een beetje naïef denken wij. Warme zonnige vlakten en stranden hebben niets met bergen te maken. Bergen doen toch echt wat ze zelf willen. En daar hoort ook de mogelijkheid van sneeuw in de zomer bij. Zeker op deze hoogten. We zeggen dat maar niet want dat voegt nu niets toe.

Als ik dit zo laat gaan is ze morgen misschien verleden tijd.

Ze heeft het nog erg koud en kan niet warm worden in haar slaapzak. Een slaapzak maakt je niet warm, het houdt alleen je eigen warmte goed vast. Als je teveel bent afgekoeld, of teveel verzwakt bent, kan je in een goede slaapzak nog steeds doodvriezen. Haar voeten zijn ijskoud. Ze had vanwege de gewichtsbesparing bewust geen kookspullen meegenomen, en leeft voornamelijk op proteïne en muesli repen. Ze heeft nu niets bij zich om zich op te warmen. Ik kijk dit zo aan. Ze is uitgeput, verwart, steenkoud en ze zakt steeds weg. Als ik dit zo laat gaan is ze morgen misschien verleden tijd.

De nacht en de volgende dag

Met onze eigen kookspullen maak ik een warme kop chocomel voor haar. Dat worden er uiteindelijk drie. Ze voelt zich direct een stuk beter. Niet alleen haar lichaam wordt warmer maar ook haar gemoedstoestand verandert. Lian en ik staan voor haar tent in de vallende sneeuw en houden haar aan de praat. Zij ligt nu heerlijk in haar steeds warmer wordende slaapzak. Ze begint om mijn flauwe grappen te lachen en valt geleidelijk in slaap. Ik wacht nog even tot ik goed haar regelmatige ademhaling hoor en ga dan gerustgesteld mijn eigen slaapzak in.

De volgende dag loopt ze met ons mee tot onder de sneeuwgrens. We nemen een lange pauze en drogen onze natte spullen. Ook de slaapzakken hangen we uit. Die zijn nu weer helemaal ‘fluffy’. Na de pauze voelt ze zich weer zeker van zichzelf. Met goede moed en een vrolijke glimlach op haar gezicht wandelt ze nog een tijdje met ons mee. Ze loopt duidelijk harder dan wij. Op een gegeven moment verlaat ze ons en we komen haar de rest van de reis niet meer tegen. We zijn benieuwd of ze het heeft gehaald.

In de ochtend wandelt ze met ons mee © André de Jel
In de ochtend wandelt ze met ons mee © André de Jel

Dit verhaal komt uit ons boek over onze avonturen op de Pacific Crest Trail. Het staat boordevol mooie verhalen en prachtige foto’s. Je beleeft de hele reis van begin tot einde mee. Van mooie ontmoetingen, grote beklimmingen en diepe emoties. We zijn er dan ook erg trots op dat het eind februari 2019 werd uitgebracht.

Met sportieve groet, André de Jel

 

Advertentie
Roandreizen van Pharos Reizen

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Plaats je reactie
Vul hier je naam in