Advertentie
Rondreizen Europa

Fietsen vanuit Tour-steden Embrun en Gap

Stoempen met Robert van Weperen | samen met nl.france.fr/nl/

De Tour trekt jaarlijks een miljoenen-, nee zelfs een miljardenpubliek. Want naast de ontelbare fans die langs de route de renners toejuichen, volgen nog veel meer Tour de France-adepten de klassementsontwikkelingen via de krant, radio, tv en internet. Maar daar krijg je geen zadelpijn of brandende kuiten van. Het onversneden Tour-gevoel ervaar je alleen in het land waar de Ronde van Frankrijk in 2019 voor de 106e keer wordt verreden. Robert van Weperen pakte zijn carbon fietsje en reisde ontspannen met Thalys en de nachttrein naar de Franse Alpen. Daar snoten hij en zijn fietsmaatjes enkele klassieke cols vanuit de Tour-steden Embrun en Gap. Een scherpe verkenning van de route van de Tour 2019.

Rondom de steden Embrun en Gap stikt het van de klassieke Tour-cols. Het mooie is dat het uitzicht meestal heel wijds blijft. Dus het is de moeite om niet alleen maar naar je voorwiel te staren.

Bloedstollende afzinks

Zeker, Nederland is gemaakt voor de (race-)fietser. Maar serieus hoogtemeters wegtrappen zit er niet in. Okay, op weg naar de top van de Keutenberg in Zuid-Limburg helt de aarde op enig moment maar liefst 22%. Dat is pittig, maar het grote kuitenbijten is slechts van korte duur. Eenmaal boven heb je slechts 96 extra hoogtemeters verzameld en knal je alweer naar beneden.

Voor het echte werk reis ik graag af naar het land waar in 1903 de basis werd gelegd voor wat nu de Tour de France is. Want alleen in hun Pyreneeën, Alpen en de Auvergne vulde de afgelopen jaren het Tourgevoel mijn hart en bovenbenen. Alleen dáár liggen de hoogtemeters voor het oprapen. Alleen dáár maak ik bloedstollende afzinks waar niet zelden de snelheidsmeter dwars door de 70 km/h schiet.

alleen in hun Pyreneeën, Alpen en de Auvergne vulde de afgelopen jaren het Tourgevoel mijn hart en bovenbenen

En alleen dáár stikt het van de cols waar met enige regelmaat de Tour-renners overheen gejaagd worden. Cols die ook door ‘gewone mensen’ een zomer lang bedwongen kunnen worden. Op eigen kracht of met wat extra Watts uit een accu. Het joelende publiek hoef je er alleen nog maar bij te denken.

Een racefiets opent een hele nieuwe wereld. Je moet je nóg beter concentreren op de weg. Het is fascinerend dat je met zo weinig materiaal (in kilo’s) zo ver en hoog kunt komen. De sensatie om met hoge snelheid een berg af te jakkeren is zonder precedent.

Rondscharrelen bij de renners

Op een eerdere reis naar de Alpen kon ik de Télégraphe en de Col du Galibier afvinken. In de Franse Pyreneeën waren het de Col du Tourmalet en de Peyresourde waar ik bijna jankend boven kwam. En in de Auvergne waren het de Col de la Croix-Morand en de Col de la Croix Saint-Robert die mij deden huiveren. Ik kan ze iedereen aanraden.

Daar stond ik dan met mijn persaccreditatie, naast Tom du Moulin. Ik wist niet wat ik moest vragen. Wat een afgang.

In Albertville was ik bij de start van een etappe. Mét accreditatie om bij de bussen van de renners rond te scharrelen.

Ik had niet de moed een quote bij Tom du Moulin los te peuteren

Op enig moment stond ik oog in oog met Tom du Moulin. Ik was zo van de leg dat ik niet de moed had een quote bij hem los te peuteren. Een gemiste kans waar ik tot op de Col de la Croix de Fry nog van baalde.

 

 

 

Fiets gratis mee in Thalys

Dit keer zoek ik het Tour-gevoel in de Hoge Alpen. Tussen Gap en Embrun. Respectievelijk de finishplaats van de 17e rit (206 vlakke kilometers, startend in Pont du Gard) en de start van de 18e rit (een bergetappe van 207 km naar Valloire). De reis er naartoe is nog het minst inspannend want het is de Thalys die mij en mijn fietsmaatjes tot aan Parijs brengt. Hoewel een officiële fietsvoorziening in deze flitstrein ontbreekt, gaat mijn fiets gewoon mee. Gratis zelfs. (Een plek voor de fietsen komt in het najaar van 2019 als de Thalys-treinen gerefurbished worden.) Wel moet ik het voorwiel eruit halen en de boel met een fietshoes toedekken, zodat ik andermans bagage niet beschadig.

Mijn reisgenoot Bas kiest voor een nog zekerder alternatief: hij vervoert zijn fiets in een lel van een fietskoffer. Slim, want hij is er zeker van dat er altijd plek is en dat zijn fiets zonder beschadigingen de reis overleeft. De drie andere reisgenoten Martine, Teus en Marc reizen zonder gesjouw en gedoe: zij huren ter plekke een elektrische fiets.

In het najaar van 2019 krijgen de Thalys-treinen een voorziening voor passagiers die hun fiets willen meenemen. Tot die tijd kan het zo. In een koffer of deels gedemonteerd.

Bewegwijzerde routes in de Hautes-Alpes.

Eenmaal geland op Gare du Nord pakken de anderen de metro naar Gare d’Austerlitz waar de nachttrein op ons wacht die ons zonder overstappen naar Embrun brengt. Vrij als een vogel op mijn Specialized Roubaix koers ik door de lichtstad. Een half uur lang voel ik mij metropoliet, een heuse Parijzenaar. Hoe heerlijk is dat. Om even voor 21:00 uur gaan we aan boord van de nachttrein met 6- en 4-persoons couchettes. En een plek waar ik mijn fiets in zijn geheel kan stallen. Na een zelfgecaterde avondpicknick en een spelletje kaart is het heel behoorlijk slapen. Behalve voor Bas met zijn 202 cm lichaamslengte.

Na een zelfgecaterde avondpicknick en een spelletje kaart is het heel behoorlijk slapen

De volgende ochtend stappen we om half acht uit op het station van Embrun en na een koffie en een goed ontbijt zijn we helemaal klaar voor ons Franse fietsavontuur.

Voor de Hautes Alpes is een practische 'klimkaart' genaakt. Voor elk niveau zijn er alternatieven. In het veld zijn de routes gemarkeerd. Vaak wordt ook het stijginsgpercentage aangegeven zodat je weet wat je de komende 1000 m. voor de kiezen krijgt.
Dit is de superduidelijke ‘klimkaart’ voor in de Hautes Alpes. Voor elk niveau zijn er alternatieven. In het veld zijn de routes gemarkeerd. Vaak wordt ook het stijgingspercentage aangegeven. Dan weet je wat je de komende 1000 m. voor de kiezen krijgt.

Embrun is een aardig stadje met een historisch centrum, een kathedraal en een toren uit de 13e eeuw en, dieu merci, een plein waar je lekker in de zon wat kunt drinken. Maar we kwamen hier toch om te fietsen? En zo is het. De volgende dag gaan we los. Bij het VVV hebben we een kaart gescoord met alle bewegwijzerde routes in de Hautes-Alpes.

Dit is Bas van Het is Koers. Hij had die week duidelijk ‘jus in de benen’. Dat is rennersjargon voor: lekker in vorm zijn.

‘Geëlektrificeerde’ fietsmaatjes

We beginnen met een ‘makkie’: een tocht van 45 km langs de rivier de Durance met amper 700 hoogtemeters, uitzicht op de bergen én horeca om even de benen te strekken. De volgende dag trappen we de fietsen aan voor een tocht rondom het Lac de Serre-Ponçon. Een route die in 2013 deel uitmaakte van een tijdrit van Embrun naar Chorges. Al snel komen we erachter dat de weg allesbehalve de oevers van dit stuwmeer volgt. In no time kronkelt het asfalt omhoog tegen de bergen die het meer stevig in hun greep houden. Gelukkig is het wegdek van prima kwaliteit en mag ik af en toe flink stampen.

In no time kronkelt het asfalt omhoog tegen de bergen die het meer stevig in hun greep houden

Mijn ‘geëlektrificeerde’ fietsmaatjes hebben het aanzienlijk makkelijker. Maar omdat zij voornamelijk in de eco-stand rijden moeten ook zij nog altijd behoorlijk trappen. Mooi, zo’n e-bike. Ideaal voor iedereen die in de bergen wil fietsen, maar onvoldoende conditie heeft. Of voor iedereen die niet halfdood de meet wil passeren.

Martine, onze chef de mission, koos voor elektrisch zodat ze genoeg energie overhield om het vervoer en de overnachtingen te regelen. Zo’n elektrische racefiets is trouwens absolument cool.

Dun bevolkt

Het departement Hautes-Alpes is een van de dunst bevolkte gebieden van Frankrijk met als voordeel dat er op de binnenwegen nauwelijks auto’s rijden. En ook bebouwing en de bijbehorende herrie en uitzichtvervuiling ontbreken. Helaas moeten we het daarom ditmaal zonder terras stellen. Maar met wat extra foerage ‘op de man’ is de route – zo’n 75 km – prima te doen. De schade halen we ’s avonds ruimschoots in ons hotel Les Peupliers.

Hier viel het stijgingspercentage nog wel mee. In de klim had ik domweg geen hand vrij om een foto te maken. En in de afdaling had ik het lef niet.

Dag 3 gaan we voor het echie op La Boucle de l’lzoard: 96 km en bijna 2200 hoogtemeters. De uitdagingen: de Col d’Izoard met een max. hellingspercentage van 10% en de Rampes de Freissinieres die zelfs door de 15% gaat. Op beide knoeperds zijn heel wat Tour-renners stuk gegaan. Maar wij hoeven niet om een Gele Trui te strijden.

Barbecue met Jan Janssen

Ik trap mij omhoog op de woorden van Jan Janssen die ik ooit tijdens een barbecue sprak. Hij leerde mij: “Boven kom je altijd.” En zo is het: elke keer als ik de trappers ronddraai kom ik dichter bij de top. Eenmaal in de afdaling is de inspanning snel vergeten. Belangrijkste aandachtspunten: altijd blijven eten en zeker blijven drinken, ook als je er geen zin in hebt.

“Boven kom je altijd.” Tourwinnaar Jan Janssen spreekt uit ervaring. De kampioen won ooit een Opel Kadett na een race. Toen ging hij met zijn vrouw een keer boodschappen doen en lieten ze hun hond even in de auto. Die scheurde (uit frustratie?) het dashboard aan flarden.

Na Embrun schuiven we een paar dorpen op en kwartieren we in bij hotel Les Olivades (mét een heerlijk buitenbad, de fietsen mogen mee op de kamer) in Gap. Gap is zo ongeveer de lelijkste stad van Frankrijk; betonmortel was hier waarschijnlijk decennialang in de aanbieding. Maar in Gap finisht dus wel een etappe in zomer 2019.

Alle remmen los!

Waarom Gap zo geliefd is bij de Tour-directie snappen we als we een deel van de bergetappe rijden die in de zomer van 2019 wordt verreden. Wij volgen het Parcours de Gapençais (41 km, 980 hoogtemeters) via Pelleautier, Sigoyer, Lardier, Monêtier-Allemond, Curbans, Valserres en Jarjaye. Deze route slaat echt alles. We houden vrij uitzicht over de bergen die ons omringen, zonder dat we zelf helemaal stuk gaan. Er is wederom nauwelijks verkeer en het asfalt is van topkwaliteit. (Fransen beweren dat ze aan de conditie van het wegdek kunnen aflezen of de Tour aanstaande is. In de weken daarvoor worden er nog even snel wat teer en walsmachines ingevlogen om de weg Tour-proof te maken.)

Even in de remmen voor twee Fransozen die wél een lekke band hadden, maar geen pompje op zak. Waren zeker geen Schwalbe banden. Of ze reden lek omdat ze de banden onvoldoende hard hadden opgepompt. Dat gebeurt nog zo vaak.

Bossen, uitgestrekt weide- en akkerlanden vergezellen ons op onze tocht. Kortom, het betere ansichtkaartenwerk. De enkele boerderij verraadt dat er hier wel degelijk mensen wonen. Maar we krijgen niemand te zien. Behalve bij Jarjayes waar wij zo ongeveer de lekkerste eetplek van Frankrijk ontdekken. Een bio-boerderij bovenop een berg die dan ook niet toevallig ‘La Ferme du Col’ heet. De timing kon niet beter: we zijn op driekwart van onze ronde. En ná de lunch zal het alleen nog maar naar beneden gaan.

Bio-varkens, bio-kippen en bio-struisvogels

De boerderij wordt gerund door Cindy en Raphael Galandrin die het stadse leven verruilden voor het boerenbestaan. Een moedige stap, want ze werken keihard om alles draaiend te houden. Terwijl Cindy ons enthousiast rondleidt langs de bio-varkens, bio-kippen en bio-struisvogels gaat Raphael helemaal los op onder andere een salade waarin hij hun zelfverbouwde spelt verwerkt.

erug in Gap weten we het zeker: het Parcours de Gapençais moet iedereen een keer gefietst hebben

Het is allemaal even smakelijk en het is bijna met tegenzin dat we weer op onze fietsen klimmen. Maar de afzink maakt alles goed: Alle remmen los! Leve les Hautes-Alpes. Terug in Gap weten we het zeker: het Parcours de Gapençais moet iedereen een keer gefietst hebben. Sportiever en smakelijker de Hautes-Alpes ervaren, bestaat niet.

Even uitrusten. Wij rijden tenslotte geen wedstrijd.
Bas rijdt met zijn 202 cm lichaamslengte op een Canyon met framemaat 66. Er zijn maar weinig racefietsmerken die voor de boomlange medemens een passende fiets kunnen cateren.

De laatste route

En dan zijn we alweer toe aan onze laatste route: opnieuw een meer recreatieve tocht genaamd Les Balcons du Rousine. Ofte wel 46 km en 720 hoogtemeters. Ideaal om lekker even bij te komen van de eerdere inspanningen. Daarna reizen we terug naar Embrun om de huurfietsen in te leveren bij ‘Alpes 2 Roues’.

Terug pakken we overdag de TGV naar Parijs. Een aparte fietsvoorziening ontbreekt maar ondanks dat deze snelle trein tot de laatste stoel bezet is en de bagagerekken bijgevolg flink vol, vind ik toch een plekje voor mijn semi-gedemonteerde fiets. Na 11 uur reizen en drie keer overstappen zijn we terug in Amsterdam. Dat lijkt een lange zit, en dat is het ook. Maar een auto doet er sowieso een uur langer over – ex de tijd die je aan eventuele files kwijt bent – en het dichtstbijzijnde vliegveld ligt in Turijn of Nice en dan komen er gauw drie uur shuttelen bij. Bovendien kent de trein geen incheckstress en mag je net zoveel water, shampoo en nagelschaartjes meenemen als je zelf wilt. ;).

De fiets in de kleur van de schoenen en het shirt? Of was het andersom? (Let op die tas onder het zadel. Officieel bedacht voor bike packing-adepten. Ideaal om je foerage en regenkleding in op te bergen. Aanrader.) Deze Specialized Roubaix heeft demping in het balhoofd en in het zadel. Dat fietst heel comfortabel.

Heel leerzaam filmpje van de nachttrein tussen Parijs en Embrun. Met koffieautomaat en fietsenhokje.

 

Meer informatie

Lees meer fietsinspiratie en reisverhalen op de Fietspagina

 

Advertentie
SNP Natuurreizen

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Plaats je reactie
Vul hier je naam in