Advertentie
Rondreizen Europa

Val d’Aosta: drie keer een mooie beklimming

Een reisverhaal van Erleyne Brookman

Drie toppen in Val d’Aosta. Dat was tenminste de bedoeling. Ik had elke beklimming in mijn hoofd zitten. Een acclimatisatie tocht op de Monte Emilius, inklimmen op de Becca di Monciair en dan mijn eerste vierduizender, de Gran Paradiso. In de bergen gaat het alleen nooit zoals je denkt. Dus liep de week anders.

Acclimatiseren op de Monte Emilius

Aan de beklimming van de Monte Emilius vielen me twee zaken op. De aanloop gaat over een col voordat je bij het eigenlijke dal komt. Dat kost je meer energie dan je misschien wilt.  De afdaling van deze col is ook ‘onaangenaam’, zoals ons boekje het beschreef. Door de vele losse stenen is het goed opletten. Veel van de Italiaanse wandelaars beëindigen hun tocht daarom bij het meer voor de col, in plaats van de hut erachter. De route naar de top vergt daarnaast een beetje klauterwerk. Wij waren niet in touw. Maar sommige groepen zekerden elkaar tijdens de beklimming. Dat moet iedereen natuurlijk voor zichzelf inschatten.

beklimming
Mountainbikers dalen af richting Pila. Eigen foto Erleyne Brookman

Wij pakten vanaf Pila de stoeltjeslift naar boven. Een lekker begin van onze week. Onder de lift ligt een mountainbikeparcours. Eén voor één scheuren de mountainbikers voorbij. Geen klimmer, wel mountainbiken? Onder aan de lift kan je de volledige uitrusting huren, inclusief fiets.

beklimming
Rifugio Arbolle vanaf de col de Chamolé. Eigen foto Erleyne Brookman
beklimming
Vanaf de Col de Chamolé kijk je uit op de het dal van Aosta. Eigen foto Erleyne Brookman

Slapen bij het ijsmeer

Na de lift begint het pad vriendelijk omhoog te lopen. Het pad naar de col is pittig. Met zo’n 8 kilo bepakking stroomt het zweet over mijn rug. Het achterliggende dal is prachtig. We lopen langs een kudde geiten. Verschillende meertjes, grazige groene weiden, precies hoe je het landschap van Heidi voorstelt. Op de 2.900 meter ligt een meer. Daar zetten we onze bivak op. Het meer is compleet blauw. Er drijven grote plakkaten ijs in. Het voelt alsof we op de noordpool bivakkeren. Een ijsbeer misstaat niet in dit landschap.

beklimming
Uitzicht op de bivakplaats vanaf de Col des Trois Capucins. Eigen foto Erleyne Brookman

We zijn in 24 uur van zeeniveau naar 2.900 meter gestegen. Dat begint op te spelen. De laatste meters naar de bivak ben ik ontzettend misselijk. Ik drink de hele dag extra water, maar deze keer is het toch te snel gegaan. Na het warme eten voel ik me iets beter. We besluiten toch te blijven voor de nacht. Wie weet gaat het morgen beter.

Op naar de eerste top

De volgende ochtend vroeg is de misselijkheid gezakt. Het is zes uur ‘s ochtends en het vriest nog licht. Donsjas aan en ijsmuts op. Vandaag maken we de eerste beklimming richting een top! Monte Emilius is 3.559 meter hoog. De beklimming voert vooral langs puinvelden. Er zijn geen echt moeilijke stukken.

Binnen anderhalf uur zijn we op de col voor de top. Het uitzicht is overweldigend

We laten zoveel mogelijk bepakking achter; de tent, de slaapzakken. Dat scheelt weer op weg naar boven. Door de puinvelden en hier en daar een sneeuwveld maken we makkelijk meters. Binnen anderhalf uur zijn we op de col voor de top. Het uitzicht is overweldigend.

beklimming
Uitzicht vanaf de Col des Trois Capucins. Eigen foto Erleyne Brookman

De graat naar de top is breed en ziet er makkelijk uit.  Als we de laatste paar meter naar de top klauteren, grijpt de hoogteziekte me ineens weer. Kotsmisselijk houd ik me vast aan een paar grote rotsblokken. Het is nog maar een klein stukje. Ik besluit door te zetten. Met wat rust op de top voel ik me vast beter. Ik voel me nog goed genoeg om de beklimming af te ronden. Het resultaat is prachtig! Op de top zien we alle reuzen die we ooit nog eens willen beklimmen, inclusief de Mont Blanc.

beklimming
Topfoto van de Monte Emilius. Eigen foto Erleyne Brookman

Gran Paradiso: een file van klimmers  

Tijdens het afdalen ga ik me al snel beter voelen. Begin van de middag zijn we terug in Pila en zetten we de weg voort richting de camping in Pont. De volgende dag staat de aanloop naar de Becca di Monciair op het programma. Het is een drukte van jewelste op de parkeerplaats in Pont. Op een zaterdag in de zomer willen heel veel mensen de beklimming van de top van de Gran Paradiso doen. Op het wandelpad naar de Rifugio Vittorio Emanuelle is het oppassen met passanten naar boven en beneden. Ondanks het slechte weer lijkt het af en toe wel een file. De hut is overvol.

beklimming
Becca di Monciair. Eigen foto Erleyne Brookman

We veranderen onze plannen voor deze week. Een beklimming in een rijtje, daar hebben we geen zin in. Geen Gran Paradiso, we kijken voor een andere tocht. Voor nu gaan we een plekje zoeken voor de bivak. Die vinden we bij een beekje met smeltwater. Na een paar uur word ik wakker van zacht getik op het tentdoek. Dat gaat al snel over in flink gekletter. En daar is het onweer. Al het ijzerwaren hadden we uit voorzorg al aan de kant gegooid. Dit weer was niet afgegeven.

beklimming
Koken bij de bivak. Schoenen houden de brander uit de wind. Eigen foto Erleyne Brookman
beklimming
Bivak onder de Becca di Monciair. Eigen foto Erleyne Brookman

Op naar de topgraat

Natuurlijk gebeurt er niks. ‘s Ochtends zetten we thee en ontbijten met onze hoofden net buiten de tent. Daarna vertrekken we voor onze tweede beklimming van de week richting de graat van de Becca di Monciair. Ik kijk er erg tegenop. De sneeuwhelling is steil en de graat smal. Ik heb wel vaker op zo’n helling gelopen, maar dat was in de winter. Als je tot je knieën wegzakt in de sneeuw, heb je toch minder het gevoel dat je kan vallen. Nu lopen we over de harde firn. Een misstap betekent een lange glijpartij naar beneden.

beklimming
De topgraat van de Becca di Monciair in zicht. Eigen foto Erleyne Brookman

Het gaat me verbazend goed af. Sneller dan ik zelf had gedacht bereiken we over de steile firn de graad. Links en rechts kijken we naar beneden langs steile hellingen. De gids gaf een helling van 35 graden aan. Maar die is duidelijk al een paar jaar oud. Er ligt minder sneeuw op de graat dan op de foto’s in de gids. De hellingen zijn steil en de dunne sneeuwlaag onbetrouwbaar. We klimmen rustig over het gemengde terrein met onze stijgijzers. Dan weer rots, dan ijs en dan weer een stukje sneeuw. Boven ons betrekt de lucht opnieuw.

beklimming
Pickel en stijgijzers voor de beklimming. Eigen foto Erleyne Brookman

Soms moet je een moeilijk besluit nemen

Als we bij de eerste toren staan, moeten we een besluit nemen. Het is inmiddels 9 uur. We hebben afgesproken dat we uiterlijk om 11 uur omkeren. Er is slecht weer voorspeld. We willen niet met mist en onweer op de graat vast komen te zitten. Om ons heen wordt het donkerder. We bespreken onze kansen.

Mogelijk ligt er ijs op de rotsen en moeten we opnieuw zekeren. En dan is er nog de dreigende lucht

Na de eerste toren moeten we sowieso zekeren. De helling is zo steil dat een misstap meteen een flinke val is. Dat betekent dat we er nog zeker een uur over doen om tot het begin van de topgraat te komen. Vanaf hier kunnen we niet zien hoe zwaar die beklimming is. Mogelijk ligt er ijs op de rotsen en moeten we opnieuw zekeren. En dan is er nog de dreigende lucht.

beklimming
De helling is steiler dan verwacht. Eigen foto Erleyne Brookman

We rekenen snel door. Één uur tot de topgraat. Dan zeker anderhalf uur als we niet alles hoeven af te zekeren. We gaan 11 uur niet meer halen. Ondertussen blaast de koude wind ons bijna van de graat. Ondanks dons- en windjack begin ik het koud te krijgen. We twijfelen…..het was zo’n mooi plan. We draaien om.

beklimming
Pauzeren bij de bivak voor de afdaling. Eigen foto Erleyne Brookman

De zon komt terug op weg naar beneden

Onderweg naar beneden klaart het op. Wolken drijven weg en binnen een uur lopen we in de zon. Te balen, natuurlijk. We hebben het misschien verkeerd ingeschat. De top was binnen handbereik. Eeuwig zonde. Even twijfelen of we niet alsnog terug gaan. Maar de temperatuur loopt op en de sneeuw wordt al zacht. Bij de bivak aangekomen houden we pauze. Een half uurtje staren we balend naar de top. Het had gekund. Nu pakken we zwijgend onze spullen en zetten de weg naar beneden in.

Punta Rossa: de afsluitende beklimming 

We besluiten in de buurt te blijven en koers te zetten naar de Punta Rossa. De aanlooproute start in het dal van Cogne. De Punta Rossa is een top in de groep van de Grivola. Die ligt nog ver buiten mijn bereik. Ons klimboek beschrijft de nabijgelegen hut Rifugio Vittorio Sella als het Volendam van Noord-Italië.

Je moet er best wat voor over hebben om de ‘koninklijke’ steenbokken te zien

Op onze weg naar boven is het inderdaad druk. Maar echt toeristisch kan ik het niet noemen. Het wandelpad is een pittige en lange klim. Je moet er best wat voor over hebben om de ‘koninklijke’ steenbokken te zien.

beklimming
Rifugio Vittorio Sella. Eigen foto Erleyne Brookman
beklimming
Steenbok bij de Rifugio Vittorio Sella. Eigen foto Erleyne Brookman

Na de hut trekken wij meteen door naar de Col della Rossa. We willen overnachten in een bivaggio op gelijke hoogte met de col. Dat betekent dat we onze beklimming van 1.700 hoogtemeters er op zit voor vandaag. We hebben voor de zekerheid ook de tent ingepakt. Het is onzeker of de bivaggio er nog staat.

beklimming
Het dal volgen richting Col della Rossa. Eigen foto Erleyne Brookman

Eenmaal op de col is er een duidelijk spoor naar de Punta Rossa. We blijven in het spoor lopen in de hoop een glimp van de bivaggio op te vangen. De vermoeidheid begint toe te slaan. Als we achter een zoveelste rug nog steeds de bivaggio niet gevonden hebben, besluiten we bivak te maken. Morgen hoeven we nog maar een paar honderd meter naar de top, een mooi vooruitzicht.

beklimming
De zonsopkomst onder de Punta Rossa. Eigen foto Erleyne Brookman
beklimming
Hoe mooi wil je het hebben? Wakker worden met de zonsopkomst. Eigen foto Erleyne Brookman

Zonsopkomst uit duizenden

‘s Ochtends worden we wakker met de mooiste zonsopkomst die ik ooit heb gezien. Ondanks de kou blijven we veel te lang genieten van het uitzicht. Het duidelijke spoor en de opgevroren sneeuw maakt het ons toch makkelijk. Voor de zekerheid binden we stijgijzers onder, maar zonder had het ook wel gekund. Een paar klauterstukjes op de graat maken de beklimming nog uitdagend. Daarna is het vooral genieten van het uitzicht terwijl we over de sneeuwgraat lopen. Al snel komt de top in zicht. Een kale top, zonder kruis of Madonna. Toch een beetje jammer. De topfoto’s zijn er niet minder om gelukkig.

beklimming
De laatste meters over de sneeuwgraat richting de top van de Punta Rossa. Eigen foto Erleyne Brookman
beklimming
Op de top van de Punta Rossa. Eigen foto Erleyne Brookman
beklimming
Uitkijken op de Grivola. Wie weet als ik wat meer ervaring heb. Eigen foto Erleyne Brookman

Met ijsmuts en handschoenen aan vertrekken we aan het allerlaatste deel van onze tocht. Tijdens de 2.000 meter naar het dal gaat er elke keer een laagje kleding uit. Begin van de middag zitten we in onze korte broek en hemd op het terras aan het bier. We proosten op een geslaagde week in de Italiaanse Alpen.

beklimming
Even uitpuffen op het terras van Rifugio Vittorio Sella. Eigen foto Erleyne Brookman

Val d’Aosta: ook als je rust zoekt

Het is op veel plaatsen druk in het dal bij Aosta. Dat weerhoudt sommige klimmers en wandelaars om dit gebied in te trekken. Wij hebben zeker drukte gezien. Maar met een beetje zoeken ben je ook helemaal op jezelf. Juist vanwege de aanwezige populaire toppen, vind je snel een beklimming waar je geen mens tegenkomt. Voor ieder wat wils dus. Ooit ga ik nog eens terug om de Gran Paradiso te beklimmen!


Lees hier alle reisverhalen van onze reporters


 

Advertentie
SNP Natuurreizen

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Plaats je reactie
Vul hier je naam in