Bergans of Norway

Onze reizen zijn mede mogelijk gemaakt door Bergans of Norway

Ik zit sinds maart in mijn Munro Missie, solo 282 bergen oprennen in Schotland. Tot mijn spijt moet ik de missie tijdelijk onderbreken. Mijn vader ligt in het ziekenhuis. Sindsdien heb ik weinig geblogd. Bij deze weer een voortgangsbericht, ik heb het hem beloofd, want dan heeft hij iets te lezen. Deze is voor jou vaders!


Kun je drie uur lang zitten en over een baai staren? Ik kan dat. Knoydart is het wildste van het wildste in wild Schotland en het is als een grote snoeppot. Ik vreet er gulzig van. Het is eb en de zeebodem geeft zich bloot. Honden rennen door het natte zand en snuffelen aan zeewier. Zwaluwen zweven en spelen tikkertje, het zijn de kunstenaars van het luchtruim. Bijen vliegen af en aan. Als er een landt op een paardenbloem voor mijn neus is daar uit het niets een veldmuisje dat oog in oog met hem staat, een staredown.

Boven de baai een gigantische arend die cirkelt op thermiek. Daarachter een gigantische grijze rotsmassa die uit de aarde is gekomen en als een plaat schuin uit het water steekt. Je zou er zomaar tegenop lopen, vanuit de verte lijkt het een klimmetje van niks maar ik weet beter.

In de opening van de baai zeilt een clipper met achter het hagelwitte zeil de contouren van Skye. Het is de Blue Clipper, een schip dat in 1991 in Zweden werd gebouwd. In 1992 werd het schip gecharterd door Hennesy om de eerste levering van Franse cognac aan Shangai, 120 jaar geleden, te vieren. Het schip kreeg tijdelijk de naam ‘Spirit of Hennessey’ en herhaalde deze historische tocht. Later won het schip een regatta van meer dan 10.000 zeemijlen en speelde een rol in diverse TV-programma’s.

De eerste mooie dag in een maand

Vandaag is een mooie dag. De eerste in een maand en al dagen het rumoer dat hij eraan zit te komen. Ik had hem voorbestemd om te gaan klimmen maar in de zon zitten is bijzonder aangenaam. Urenlang zit ik dus alleen maar en laat mijn schouders en nek verbranden in de felle zon. Als het genoeg is pak ik wat spullen bij elkaar en slenter het dorp in voor wat boodschappen en een kop koffie.

Eilanden zijn leuk. Ze hebben allemaal een eigen atmosfeer en een eigen volkje. De eilanders kennen elkaar allemaal en er ontstaat automatisch een dichotomie tussen hen en de toeristen die hier komen.

Zo is er de Spaanse bardame uit Barcelona die hier eenmaal kwam en nooit meer is vertrokken. Er is de jonge ranger die overal rondcrost op zijn quad. Er is de oude visser met de noeste baard. De ruigogende visser met de mohawk. De vriendelijke, goedlachse dame van het koffietentje. De stevige bonk met tattoos en dreadlocks die de pub bestiert. Als je hier een week rondloopt leer je ze allemaal kennen. Als toerist kom je er nooit helemaal tussen.

Topophilia of tropophilia

Er rijden enkele auto’s rond die toebehoren aan de 104 inwoners. Ze hebben een asfaltstrook van zeven mijl tot hun beschikking die aan de ene kant eindigt bij de camping. Ik ken het alleen van mijn bezoek aan Groenland en het eilandje Nisiros in Griekenland.

Groenland kent dorpjes aan de kust waar het asfalt begint aan de ene kant en eindigt aan de andere kant. Verplaatsen doe je voornamelijk per helikopter of hondenslee. Aangezien veel Inuit die helikopter niet kunnen betalen, zijn ze geografisch gebonden aan het dorp. Er is vaak weinig werkgelegenheid en dat leidt tot alcoholisme en suïcide onder (jonge) mensen zo zie je als je over een begraafplaats rondloopt.

Het eilandje Nisiros is een prachtige parel in Griekenland. Het eiland is gevormd door een vulkaanuitbarsting en de vulkaan is ook direct de enige en grootste attractie van het eiland. Er gaan busjes naar de vulkaankoon maar verder is het eilandje autoloos en de mensen leven er in stilte in het kleine dorpje. Je kunt er urenlang ongestoord genieten van Griekse gerechtjes op één van de idyllische terrasjes.

Zo bezien heb je mensen die van één plek houden en mensen zoals ik die graag in beweging zijn. Als mensen een gewortelde, statische en stabiele relatie hebben met een plek wordt dat in extreme vorm wel topophilia genoemd, de liefde voor een plek. Als mensen houden van reizen, bewegen, verandering en transformatie wordt dat tropophilia genoemd. Ze gedijen goed bij onzekerheid.

Reizen naar nieuwe horizonten

11 augustus. Ik vind het in het licht van voorgaande prachtig om 46 kilometer door de Schotse wildernis te rennen over drie bergpassen om Knoydart, het wildste deel van Schotland, en deze baai te ontdekken. Reizen naar nieuwe horizonten.

Met evenveel plezier vaar ik de volgende ochtend weg en zie deze bijzondere plek in de hekgolf uit het zicht verdwijnen. Bijzonder is dat het de hele ochtend heeft geregend en er hangt een zwaar, grijs wolkendek over de baai, maar als ik vertrek, is er een opening waardoor felle zonnestralen precies op het dorpje Inverie landen. Het is bijzonder om deze magische plek te verlaten met deze aanblik.

De catamaran accelereert en vaart met grote snelheid de ruige baai door langs een beeld van Maria dat statig op een rots staat en waakt over alle in- en uitvarende zielen. Zwijgend zit ik naast een Fransoos en staar voor me uit terwijl hij op zijn beurt over de golven naar de Cuillin Ridge op Skye staart. De meeste passagiers trekken zich in de kajuit terug, maar wij willen de elementen op onze huid voelen.

Dit is de puurste reiservaring, regen en wind op je huid terwijl je in een speedboot over zee vaart en een baai achterlaat om nieuwe oorden achter de horizon te gaan verkennen. Op een ferry heb je het gevoel in transitie te zijn. De academische wereld noemt dit soort plekken Non-places, niet-ruimten waar je je kunt terugtrekken van de wereld en kunt observeren. Ik ben de beste versie van mijzelf als ik in beweging ben op een Non-place, ik ben een hardcore tropophilist.

De kapitein stuurt na een half uur behendig de baai in en vervolgens de haven van Mallaig. Enkele steigers liggen vol met motorkruisers, zeilboten en roestige vissersschepen. Kollossale zeemeeuwen krijsen en vliegen chaotisch rond op zoek naar eetbaars. Hier moet je je fish en chippie niet achteloos vasthouden.

Soms zijn bergen niet belangrijk

Weken terug was ik in Mallaig met mijn vader en zijn vriendin en we lunchten hier. Diezelfde vader ligt nu al vele dagen af en aan in het ziekenhuis en het heeft me doen besluiten dat ik vandaag terugreis naar het ziekenhuis in Duitsland waar hij ligt. Soms zijn bergen helemaal niet belangrijk. Ik krijg een appje dat hij nog steeds niet naar huis mag.

Ik stuur hem een app terug dat ik stiekem naar hem op weg ben en dat hij morgenavond dan tenminste even tegen mijn lelijke kop aan mag kijken. We zeiken elkaar altijd heerlijk af, maar ik ben bang dat het nu even niet echt helpt.

Als mijn ferry om half negen aankomt in Mallaig, is enkel één lokaal winkeltje open waar Fransoos en ik ons laven aan een bak koffie. Hij gaat verder per trein, ik pak de bus. Schotland kent een uitgebreid netwerk van bussen. Ik pak eerst de lokale bus die via de prachtige kustweg naar Fort William gaat. Daarna vervolg ik mijn weg met een bus van Scottish Citylink van Fort William naar Glasgow.

De buschauffeur is een aimabele kerel met een klassieke jagerspet-in-ruit op het hoofd die bij iedere passagier roept: ‘Welcome in my tiny office’. Het tovert glimlachen op de gezichten van zowel de locals als de toeristen. Veel dames van een zekere leeftijd gaan met deze bus mee om boodschappen te doen in Fort William bij de grote supermarkten. Hij helpt ze geduldig naar binnen.

Ook zijn er de onzekere, paniekerige meiden met rugzakken, of beter: rugzakken met daaronder meiden. Ze hebben grote ogen-op-steeltjes en vragen angstig of de bus daarheen gaat waar hij heengaat. Zelfs in Schotland noemen ze dat naar de bekende weg vragen. Fort William staat met koeienletters op de bus, er is maar één halte, er rijdt maar één bus. Ik stel ze gerust en mijn kalmte helpt. Een beetje.

De kustweg hier is fenomenaal. Het is een mirakel hoe de beste man zijn kolossale bus over de smalle weggetjes loodst over heuvels en door kringelende bochten. Het verraadt jarenlange ervaring, een ambacht. Rechts van ons zilverkleurige zandstranden zo ver het oog reikt met overal kamperende campervans. In de verte de contouren van Egg, Skye en Rum. Reizen is in een bus zitten en urenlang eilanden staren uit een venster. Ik beheers die kunst.

Een lift naar Glasgow

In Fort William heb ik dertig minuten om een sandwich te eten en eindelijk een bak koffie te nuttigen. Ook mag ik dezelfde angstmeisjes weer geruststellen dat ze bij de goede halte staan. Die waar Glasgow opstaat. Als ik goed en wel zit en me geïnstalleerd heb, ontvang ik een appje van vriendin Kate met de vraag waar ik uithang. Ze blijkt 200 meter verderop bij de Aldi boodschappen te doen en vraagt of ik een lift naar Glasgow wil. Zonde van het busticket, maar een autorit met haar en zoon is vele malen comfortabeler en gezelliger. Ik pak razendsnel mijn biezen en ren de bus uit. Dit moet heel ingewikkeld zijn voor de angstmeisjes die me paniekerig nastaren.

Kate vraagt of ik haast heb. Dat heb ik niet, ik heb maar één verplichting en dat is morgenochtend in Edinburgh zijn want mijn vlucht gaat om 12.15 uur richting Düsseldorf-Weeze. Ze wil langs Helensburgh om daar te gaan duikbootspotten op de marinebasis. Ik vind het een prima uitje. Tot onze spijt ligt er geen vliegdekschip of duikboot. We lunchen op een uitkijkpunt vanaf waar je eventuele schepen de baai in ziet varen onder begeleiding van twee politieboten. Even denkt zoonlief een duikboot te spotten en gespannen gluren we met de verrekijker maar het blijkt een sleepboot.

We vertrekken en spreken af dat ik op een barmeal trakteer en ze me op het station in Stirling afzetten waarna zij doorgaan naar Glasgow. Zoals vaker met plannen gaat ook dit plan op de schop. Vandaag is het WK tijdrijden in Stirling en alle wegen die daarheen leiden zijn afgezet. Aldus eindigen we in een luxe restaurant aan een prachtig loch bij Callander.

Snurken en wakker liggen

Als we gegeten hebben, is het WK voorbij en bereiken we zonder problemen het station in Stirling. Ik pak een lokale trein en ben drie kwartier later op station Haymarket in Edinburgh waar mijn hostel precies voor ligt. Ik heb voor deze nacht een bed geboekt in een gemengde slaapzaal met 21 mensen. De jongen van de receptie raadt me oordopjes aan maar ik slaap niet graag in een groep met oordoppen in. Snurken en wakker liggen gegarandeerd dus.

Het bed kost me 50 pond en ik kom tot de ridicule constatering dat ik voor dat bedrag een bed bij IKEA kan aanschaffen. Ik schiet er niet zoveel mee op, maar het illustreert de belachelijke prijzen waaraan gezinnen met kinderen in het hoogseizoen onderhevig zijn. Kate meldt dat er in Glasgow veel mensen zijn die voor datzelfde bedrag een luchtbed aanbieden oo Airbnb.

Ik word wakker in een stinkend, bedwelmend hol van ruftende, boerende en walmende creaturen. Ik weet niet hoe snel ik hier weg moet. Liever hangen op een vliegveld dan hier ziektekiemen opdoen en mijn vader van exotische aandoeningen voorzien.

If you put fences around people, you get sheep

Vliegvelden. Je kunt er zo heerlijk mensen kijken. Je kunt er ook heerlijk procedures bewonderen. Bij de security hebben ze voor ons een parcourtje uitgezet en zigzaggend banen we ons 300 meter tussen de paaltjes met linten door. Ik ben daar niet zo goed in. Ik word er ontzettend recalcitrant van. De voorman van 3M verwoordde het eens mooi: ‘If you put fences around people, you get sheep’. Zo ook vandaag.

De briljante zielen alhier hebben bedacht dat alle vloeistoffen in een zakje moeten. Ieder flesje in een apart zakje. En het moet uit de tas en apart in de bak. Waarom hebben alle vliegvelden in hemelsnaam verschillende procedures? Heeft een of andere International Aviation Counsel daar nog steeds geen eenheid in kunnen brengen? Aldus is er overal paniek onder de makke schapen. Duizenden!!! zakjes worden uitgedeeld en beveiligingsbeambte roepen badinerende orders. Het grote debielenspektakel.

Als rechtgeaarde rebel bevind ik me in de situatie dat ik een minibusje deo, een tube tandpasta en een flesje Smidge in drie boterhamzakjes sta te duwen. De terrorrist in mij is nu helemaal afgeschrikt. Ik durf en kan nu niet meer met mijn tandpasta het vliegtuig opblazen. De afschrikpolicy heeft gewerkt en mijn middelen zijn onschadelijk gemaakt.

Nog geen minuut later constateer ik dat mijn hele rugzak voor het eerst zonder problemen door de scanner komt. Ik heb een hele zak scheermessen bij me, een Zwitsers zakmes dat ik vergeten ben aan Kate mee te geven (zoals mijn poles), en 12 titanium-haringen waarmee je echt heel goed iemand kan neersabelen.

Vliegen met Ryanair is een avontuur

Ik roep wel vaker dat ik niet zo onder de indruk ben van mensjes, vandaag is geen uitzondering. Ik heb geen bagage geboekt dus formeel mag ik een tasje mee van 20x 25 centimeter dat onder de stoel voor me past; ik heb mijn hele 35 liter rugzak mee het vliegtuig in. Dat kost eigenlijk 37 euro. Het aardige is dat de security daar niet naar kijkt en de Ryanair-meisjes ook niet. Die willen je alleen maar zo snel mogelijk inchecken en geen gedoe. Zo heb ik dus al vier keer 37 euro uitgespaard en nu ook nog eens al mijn potentiële wapens meegesmokkeld.

Vliegen met Ryanair is een avontuur op zich. Boarden gate 9. Of doe toch maar 1. En op het laatste moment is 27 het geluksgetal. Met een kudde Duitsers stieffel ik het hele vliegveld van Edinburgh op en neer. Dat is voor mij geen bezwaar maar voor mensen die slecht ter been zijn is de afstand van 1 naar 27 tenminste 26 keer te ver.

Eenmaal in het vliegtuig verwacht je wat informatie, we zijn immers al een half uur na afvliegtijd, maar goedkoop vliegen betekent zonder informatie uitvogelen. De Spaanse stewardess is een schatje maar wat ze uiteindelijk door de microfoon ratelt begrijpen Schotten noch Nederlanders, noch Duitsers, noch haar Spaanse broeders en zusters.

Geen zuurstof maar lachgas

Nu zijn wij makke schapen zoals eerder geposteerd dus we luisteren toch niet naar veiligheidsinstructies. Ik al helemaal niet omdat ik weet dat je met een impact van 800 kilometer per uur tussen aarde en Boeing niets hebt aan voorover zitten met je handen om je bolletje en/of zuurstof. Brad Pitt beschreef het mooi in de film Fightclub toen hij zei dat je geen zuurstof maar lachgas krijgt ook gezien de lachende mensen in de cartoons van de veiligheidsinstructies.

De realiteit is er een van scheurend metaal, ijskoude lucht, rondvliegende brokstukken en uit elkaar gescheurde lichamen. Het is een mirakel dat ik met mijn vertrouwen in de mensheid me in het luchtruim waag. Afijn, de liefde roept, als een familielid in het ziekenhuis ligt, trotseer je menselijke stupiditeit.

En die is er genoeg. We zijn nog niet geland of mijn buuf, aan de raamkant, vindt het een briljant idee om te gaan staan, schuin over mij heen met haar lage voorhoofdje in de bagagebakken. Ik zucht eens diep door en lees nog een bladzijde. Onverschillig noemen we dat. De eersten staan al in het gangpad met hun bagage, we taxieen nog en de trap moet nog worden aangereden evenals de bus die ons naar de terminal brengt. Ja, ik wil er nog liever uit dan jullie, maar de deur zit nog dicht. Welk stukje had je niet begrepen? Waar stond je toen de grijze cellen werden uitgedeeld?

Het avontuur dat Duitse spoorwegen heet

Eenmaal uit de terminal begint het avontuur dat Duitse spoorwegen heet. Kan het slechter dan de NS? Ja! Duitsers hebben de neiging om dingen ‘grundlich’ te doen en zo pakken ze dat ook aan met je treinreis: degelijk en grondig. Dat begint op station Weeze. Half Nederland komt daar uit de shuttlebus maar het station staat leeg, met dranghekken erom en distels tot ooghoogte. De informatieterminals doen het niet. De trein komt niet.

Toch hoort dit bij het reizen. Het zit mee of tegen. Als het tegenzit drink je koffie, klets je met leuke mensen en vergaap je je aan aftanse stationnetjes. Ik heb op het vliegveld in Schotland op de valreep weer twee heerlijke boeken op de kop getikt. Kenton Cool is een klimmer die maar liefst elf keer op de Mount Everest stond en hij coachte mijn voorbeeld Sir Ranulph Fiennes naar boven op diezelfde Everest en de Eiger-noordwand. Ik heb vandaag alle tijd mijn boeken te lezen.

Het andere boek is ook aardig ‘Why the Dutch are different’ en geeft een inkijkje van Ben Coates die in ons land is ingeburgerd en al onze gebruiken onder de loep neemt. Interessant is de visie dat Nederland niet onder zeeniveau ligt, maar de zee boven het niveau van Nederland. Wij zijn al eeuwen goed in watermanagement, bruggen, sluizen en zelfs het inpoldering van land.

Coates merkt op dat wij zo gewend zijn te strijden tegen het water, en het inperken dat we dat verinnerlijkt hebben en daardoor een vreemde relatie tot de natuur hebben. We kappen onze bomen want willen zon, asfalteren onze tuinen want minder werk en onze aangeharkte voortuinen zijn al helemaal van de zotte. De Nederlander houdt van orde, netheid en een hekje er omheen.

Zodra de laatste minuut van Koningsdag geklonken heeft, stromen straten vol met veegwagens en wordt alles glimmend opgeleverd. Hetzelfde gebeurt als de blaadjes vallen in de herfst. Nederland is het enige land in Europa waarvoor blaadjes een aanval op de orde zijn. Zelfs de treinen krijgen er vierkante wielen van.

De hel

Uiteindelijk komt er een stoptrein op het stationnetje in Weeze aan. Het is ironisch dat we die in Nederland sprinters noemen, laten we ze hier maar anders noemen, iets met veevervoer. Het treintje van Weeze naar Düsseldorf is de hel. Dat wist ik al maar ik word erin bevestigd.

In grensgebieden doen beide landen weinig investeringen omdat het andere land daar profijt van heeft. Aldus rijden er hier weinig treintjes en wat er rijdt, keutelt alsof tijd een ongelimiteerd goed is dat niet op kan. Op zich een rijke gedachte, maar ik had beter op Schiphol kunnen vliegen en deze blamage kunnen omzeilen.

Nadat de eerste trein niet komt, rijdt deze trager dan mijn oma kan fietsen, stopt in het midden van weilanden wegens wisselstoringen en komt uiteindelijk helemaal tot stilstand in het niets. De trein zit vol toeristen die vanaf het vliegveld komen maar onze machinist mompelt iets in het Duits dat zelfs ik niet kan ontcijferen terwijl ik toch vloeiend Duits spreek.

We blijken niet verder te kunnen en gaan terug naar het laatste stationnetje. Daar is het chaos, uiteraard, zonder informatie. Ik zie een trein die naar Keulen vertrekt en spring erin. Weg hier, het zal wel goed zijn. De trein lijkt helemaal naar Hamm te gaan waar ik moet zijn. Ken je dat verhaal? Juist, we kunnen ergens niet verder en staan een uur stil. Zonder informatie. We worden opgeleid via Dortmund. Ik geef het op en spring eruit. Het is niet mogelijk om met Duitse treinen in een etmaal een oversteek te maken van weeze naar Brilon Walt, een miezerige 208 kilometer. Dat is echt heel slecht.

Een mes tussen mijn ribben

Welkom in Hagen. Het is geen leuk stadje. Rond het station heel veel zwervers, hangjongeren en drugsverslaafden. Dat weet ik want ben hier vaker op doorreis gestrand. Via Booking.com zie ik dat er een klein stadshotel even verderop ligt. Het is prima en de dame achter de receptie meldt me dat als ik iets wil eten ik beter van het station kan wegbewegen. Dan wordt het leuker volgens haar.

Aldus eet ik ergens op het stadsplein en slenter terug. Rechts van me hangen twee ongure kerels bij de ingang naar een steegje. Na een studie in Rotterdam, ergens in de jaren 90 toen het er nog niet leuk was, heb ik een redelijk zintuig voor gespuis ontwikkeld.

En ja hoor, als ik langs ze loop, word ik tegengehouden en krijg een mes tussen mijn ribben geduwd, type stiletto. Degene met het mes vraagt in zijn allerbeste Marokkaans-Duits om mijn telefoon en portemonnee. Uit ervaring weet ik dat dit niet het beste moment is om met hen in discussie te gaan over het verschil tussen mein en dein. Ik ben echter geenszins van plan mijn gewaardeerde bezittingen prijs te geven.

Ik moet denken aan die keer dat iets soortgelijks gebeurde in een Nijmeegse supermarkt. Ik zat middenin mijn echtscheiding en was geblesseerd. Een kerel rent de supermarkt uit met een tas vol Andrelon-shampoo. Ik geef mijn sleutels en portemonnee aan het meisje van de kassa an zet een wilde achtervolging in. Noem me roekeloos, maar dit soort dingen trek ik niet, ondanks waarschuwingen van naasten.

Ik achtervolg de kerel in kwestie dwars door een plantsoen en mensen schieten geschrokken opzij. De tas met shampoo laat hij al snel achter. Met mijn trailrunachtergond loop ik snel op hem in waarna hij een appartementencomplex inklimt. Dat lukt me niet gezien mijn blessure. Ik posteer een kerel die de hond uitlaat op één hoek en ik bewaak een andere hoek terwijl ik de politie bel. Hij wordt ingerekend en ik mag getuigen. De boodschap: don’t fuck with an injured trailrunner. Ik krijg veel leuke reacties van mijn Facebookvriendjes.

Ook vandaag ben ik in zo’n bui: mijn vader ligt in het ziekenhuis, het openbaar vervoer laat afweten, mijn lontje is op.

Het voordeel van de verrassingsaanval

Ik doe of ik overdonderd ben en steek de armen in de lucht. Ik laat ze dan in een snelle beweging zakken, pak de kerel zonder mes bij de schouders en duw hem in één vloeiende beweging tegen het mes en de andere kerel. Achterwaarts tuimelen ze het steegje in. Ik heb het voordeel van de verrassingsaanval. Ze hadden geen weerstand verwacht en liggen nu op de rug in een steeg. Ik voel een urgentie ze enkele welgemikte trappen te verkopen maar kies voor de verstandige optie en ga in gestrekte draf naar mijn hotel.

Deze Munro Bagger is het fitste jongetje van de klas. Dat zien zij ook want ze geven het niet eens een kans. Heb ik toch iets aan mijn studie in Rotterdam gehad, je raakt niet zo snel meer onder de indruk. Toch geeft het je te denken: Als je een lelijke, grote, kale kerel met tattoos bedreigt, ben je redelijk wanhopig. Ik zou toch voor weerloze oude vrouwtjes gaan, iets met pick your battles.

Ik trek me terug op mijn hotelkamer. Een bedreiging met een mes, die hadden we nog niet gehad. Een avontuurlijke dag ten einde. Morgen weer een dag.

klik voor bijzondere reizen naar Nieuw-Zeeland en Australië


 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

 

Yomads

Onvergetelijke outdoorreizen van Yomads

Bij Yomads draait alles om het creëren van onvergetelijke outdoorreizen. De trips zijn speciaal geselecteerd zodat je op de meest unieke plekken komt, #opjebucketlist. Je ontdekt tijdens het hiken ongerepte landschappen en nieuwe bestemmingen. In kleine groepen, ver buiten de gebaande paden en weg van de massa. Lees meer

Little America

Unieke rondreizen door het noordwesten van de VS

Ontdek de Pacific Northwest door de ogen van de locals met Little America. Je verblijft in kleinschalige accommodaties, midden in de overweldigende natuur van Oregon en Washington. Maak kennis met de vriendelijke hosts en beleef een unieke en onvergetelijke reis, ver weg van het massatoerisme.
Lees meer

Voigt Travel

Van de gebaande paden in IJsland

Ontdek het echte IJsland met Voigt Travel. Samen met lokale gidsen beleef je unieke excursies. Je slaapt in kleinschalige hotels en lodges. Zo ontdek je met alle aandacht de ongebaande paden van IJsland. Bekijk de reizen!

Lees meer