ADVERTENTIE

Z

o ruig als de Bretonse kust in het departement Finistère is, zo bekoorlijk zijn haar fiets- en voetpaden. Subtiel slingerend volgen ze de grillige kustlijn, waardoor je zelden het water uit het oog verliest. De Vuurtorenroute laat je een stukje Frankrijk zien dat net zo ongestadig als mooi is. En dat bovendien seizoens-proof is. Want zelfs bij regen en ontij laat het zich van haar beste kanten zien.

Langs de ruim 500 kilometer lange kust van Bretagne staan de meeste vuurtorens ter wereld. Zeggen ze.

Vuurtorenroute

De geografische aanduiding Finistère is afgeleid van het Franse ‘fin des terres’, ofte wel: ‘het einde van het land’. In figuurlijke zin is dit stukje Frankrijk volgens Bretagne-fans ook het einde: omdat het een capricieuze kust combineert met een relatief mild klimaat. ‘s Zomers schommelt de temperatuur rond een aangename 20°C.

Desondanks stikt het er nooit van de toeristen. (Die laten zich liever grillen in Griekenland, Spanje en Turkije. Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het weer óók flink tegen kan zitten, waardoor de zomerjurk en de afritsbroek onverbiddelijk voor een meer waterbestendige outfit moeten worden verruild.)

Op minder dan een vierkante meter Bretagne is meer te zien en te beleven dan in de hele Noordoostpolder bij elkaar.

Waar het hier wel van stikt zijn… vuurtorens! Langs de ruim 500 kilometer lange kust staan de meeste vuurtorens ter wereld. Bakens gelijk erecte fallussen die zeelieden voor Titanic-toestanden moeten behoeden. Hier navigeren met een schip is geen sinecure; het wemelt hier immers van de eilandjes die vaak niet groter zijn dan 7 stoeptegels.

Bretagne is het einde, want het combineert een capricieuze kust met een relatief mild klimaat

Gulzige granieten obstakels die zonder enige inspanning complete trawlers en zeeschepen naar de verdoemenis kunnen helpen. En hun bemanning zonder mededogen op een zeemansgraf kunnen vergasten. Daarnaast vervullen de lichttorens ook een recreatieve rol: gezamenlijk vormen ze ‘La Routes des Phares’, de Vuurtorenroute: een niet-bewegwijzerde route die de mooiste stukjes Finistère-kust aaneenrijgt.

Te ruig om aan te harken

Een verkenning op de fiets leert dat de Routes des Phares bepaald niet door ingenieurs en landschapsarchitecten is geconcipieerd. Hier is het natuur puur, dat de klok slaat en het panorama bepaalt. Zogenoemde ‘Abers’ trokken er miljoenen jaren voor uit om het landschap naar hun hand te zetten. In de moderne tijd is het het Franse equivalent van onze Rijkswaterstaat nooit gelukt om hier de boel strak te trekken met passer en liniaal. Het land is domweg te ruig om zich te laten aanharken.

Het strand langs de Aber Wrac’h. Hoewel slechts bescheiden van formaat heb je hier veel meer plek dan op de populaire stranden van Frankrijk.

‘Aber’ betekent ‘maar’ in het Duits. In het Bretons betekent het echter zoveel als ‘estuarium’. En dat is weer Latijn voor een trechtervormige riviermonding die als een dolk diep in het land steekt. Denk aan de Noorse fjorden, maar dan wel de kleuter-variant. Want in Bretagne missen de ‘Abers’ de steilte en de hoogte van de Scandinavische fjordwanden. Dat is jammer, zou je kunnen verdedigen, maar dit laatste maakt de Bretonse kliffen meteen ook stukken toegankelijker.

Neem bijvoorbeeld de Aber Wrac’h, een rivier die ter hoogte van het gelijknamige dorp zo breed is, dat het voelt alsof je langs Het Kanaal fietst of loopt. Op veel plekken kun je zonder al te veel inspanning afdalen (en weer omhoogklimmen) tot aan de rivier. De rivier is daar trouwens brak: zoet en zout water klotsen hierdoor elkaar.

Met de fiets of te voet kun je hier altijd heel dichtbij de kust komen.

Boerenlandweggetjes

Dat het hier geweldig fietsen is, bewijzen Renate en Roger. Fietsers uit de Elzas, die ‘blij door Bretagne’ fietsen omdat het nergens te druk is en de heuvels nooit te zwaar. “Het uitzicht op het water is zo bijzonder, dat het ons soms moeite kost om op de weg te letten.” Ook fietsers Jean-Marc, Fabienne, Paul en Jeanne, vinden het hier fijn fietsen.

Zij schuwen het avontuur niet en pakken af en toe een etappe die dieper het binnenland in voert. “De kust is uniek, maar ook de boerenlandweggetjes lijken exclusief gemaakt te zijn voor fietsers.” Jean-Marc   gebruikt ter oriëntatie de Geo Velo app. “Ideaal, en ook in het Engels beschikbaar.”

Fietsers Jean-Marc, Fabienne, Paul en Jeanne, volgen de kustlijn maar pakken af en toe ook een etappe die dieper het binnenland ingaat.

Naast Abers en een overdosis vuurtorens heeft Bretagne nog iets onderscheidends: richtingaanwijzers waarop woorden als ‘Ker Ar Guevet’, ‘Kerennoc’ of ‘Pratt Al Lann’ staan. Exotische combinaties van uit de rotsen gehakte klinkers en medeklinkers. Ofte wel goed Bretons voor straat- en plaatsnamen.

exotische combinaties van uit de rotsen gehakte klinkers en medeklinkers

Bretons geknars en gekras

Als je wilt weten hoe dat klinkt, kun je het best op zoek gaan naar Bretonners op leeftijd. Zoals bijvoorbeeld een plukje senioren dat ergens op een dorpsplein zich vermaakt met Jeu de Boules. En vragen of iemand ‘iets in het Bretons wil zeggen’.  Als een vrijwilliger zo vriendelijk is om aan dat verzoek te voldoen, houdt er dan wel rekening mee dat je een geknars en gekras zult horen dat wel schadelijk móet zijn voor je trommelvliezen. Het klinkt echt van geen kanten – sorry.

Een mal petje en de handen in de zij of op de rug – daaraan is de echte jeu de boule-fanatiekeling te herkennen.

De potentiële gehoorschade was trouwens niet de aanleiding voor de Franse overheid om er eeuwenlang alles aan te doen het Bretons uit te roeien. Parijs wilde domweg haar macht laten zien en forceerde dat iedereen, dus ook haar onderdanen aan het eind van de wereld, Frans als eerste taal beheersten. Gelukkig is deze linguïstische purificatie voorbij en zijn er weer scholen, kranten en radiostations waar het Bretons alle ruimte krijgt.

Strandjes

Hoewel de ruige rotsenkust geen ruimte laat voor onafzienlijke, brede zandstranden, zijn er wel degelijk strookjes zandstrand waar je old skool kunt bakken. Verder zijn er talloze baaitjes, die omringd worden door rotsen en duinen, waar er volop gebadderd wordt. Dit zonder dat rijen strandtenten de sfeer domineren. Sterker, je zult je eigen catering moeten verzorgen.

Creuses

Finistère blijkt ook een eigen variant te hebben op Highway 1. Je weet wel, de state highway die over het randje van de Californische oceaankust slingert. De evenknie in Bretagne, nabij Pointe de Landunvez, is vele malen korter en moet juist níet per auto gesavoureerd worden. Maar op de fiets of nog liever te voet. Want in het laatste geval kun je er extra lang van genieten. En misschien moet je deze route zelfs bewaren voor een dag dat een woeste zee tegen de rotsen beukt en donkere wolken de lucht kleuren.

Dan ervaar je vast hoe wonderschoon ‘buiten’ óók kan zijn als de Buienradar hel en verdoemenis voorspelt. Dat neemt niet weg dat het in de volle zon ook een wonderschoon stukje wereld is. Bovendien kun je dan bij de finish, in Port Sall, bij Restaurant le Caïman de lunch op het terras genieten. En bijvoorbeeld kakelverse Creuses bestellen, die op steenworpafstand worden gekweekt.

En dit is misschien nog wel het meest simpele, leukste en gezondste vertier dat Bretagne te bieden heeft: je eigen fruits de mer feestmaal bij elkaar scharrelen.

Meer informatie

Bretagne Top 10 

De site Frankrijk.nl heeft de 10 mooiste landschappen van Bretagne op een rijtje gezet. Behalve de Abersin Finistère noemt ze bijvoorbeeld ook de Roze Granietkust en de Baai van Saint-Malo. (Die zijn ook super.)

Fietshuur

Op diverse plekken in Bretagne zijn fietsen te huur. Zoals bij www.lesfrerescomplices.com of bij www.cycles-delalaire.com. Het bedrijf Abicyclette Voyages  (www.abicyclette-voyages.com) verzorgt fietsreizen op maat.

Onderdak

Lekker slapen en eten: Le Château de Sable in Porsproder.


Lees hier alle reisverhalen van onze reporters


 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Plaats je reactie
Vul hier je naam in

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.